Wetenschap - 1 januari 1970

Business en arme boeren: gaat dat samen?

Business en arme boeren: gaat dat samen?

Business en arme boeren: gaat dat samen?

Het chaotische beest en zijn onmachtig kwispelende staartje

Internationale handel in landbouwproducten kan kansen bieden aan
kleinschalige producenten in ontwikkelingslanden, maar ze kunnen ook buiten
de boot vallen. Een workshop van het Noord-Zuid Centrum probeerde
onderzoeksvragen te bedenken die meer kennis opleveren over hoe
internationale voedselketens tot ontwikkeling kunnen leiden.
In 1996 begon supermarktketen Ahold een joint venture met een Thaise
supermarktketen en zette veertig lokale supermarkten op in Bangkok, de TOPS-
winkels. Lokale boeren die verse groenten leverden aan de winkels, moesten
voor het eerst voldoen aan kwaliteitseisen die overeen komen met die in het
westen. Maar in Thailand was nog weinig ervaring met samenwerking tussen
supermarkten en telers. De boeren gebruikten te veel pesticiden en het
ontbrak de keten van boerderij tot winkel aan distributiecentra en
koelwagens. Die werden door de nieuwe TOPS-keten gebouwd. Boeren kregen
ondersteuning, maar boeren die toch niet konden voldoen aan de
kwaliteitseisen, vielen buiten de boot.
Het is een voorbeeld van een internationaal bedrijf dat landbouwproducten
van kleinschalige telers in ontwikkelingslanden wil opnemen in een
internationale voedselketen. In een workshop van het Noord-Zuid Centrum
dachten onderzoekers en beleidsmakers van ministeries en maatschappelijke
organisaties na over de voordelen of nadelen van dit zogenaamde global
sourcing. Gaat het in die voedselketens alleen om efficiƫntie, dan vallen
de armste boeren af. Gaat het juist om ontwikkeling, dan kan het bedrijf
niet rondkomen. Het nieuwe beleid van minister van
ontwikkelingssamenwerking Agnes van Ardenne ziet wel wat in samenwerking
met internationaal opererende bedrijven. Maar in de workshop werden ook
kanttekeningen geplaatst. Hoogleraar Technologie en agrarische ontwikkeling
prof. Paul Richards noemde de internationale handel een chaotisch beest, en
overheden die daar iets in willen sturen het onmachtige kwispelende
staartje van dat beest.
Onderzoeksvragen die de onderzoekers bedachten, waren bijvoorbeeld de vraag
hoe internationale voedselbedrijven gebruik kunnen maken van de lokale
capaciteit van boeren om te vernieuwen en zich aan te passen aan de nieuwe
eisen van de handel, zoals voedselveiligheid. Maar ook de vraag of
exportgerichte landbouw niet ten koste gaat van de lokale
voedselvoorziening verdient aandacht. Workshopleider dr. Sietze Vellema van
A&F concludeerde dat dit soort problemen vraagt om een nieuw soort
onderzoek dat kennis van landbouwproductie combineert met kennis van de
markt. |
J.T.

Re:ageer