Organisatie - 22 mei 2008

Bureaucratie is de pest voor het landschap

Kwetsbaar cultuurlandschap bescherm je door de boer te beschermen die het moet onderhouden, is de boodschap van sociaalgeograaf, fotograaf en verteller Wim van der Ende. Met idyllische en schrijnende foto’s onderbouwde hij zijn lezing, donderdagavond 15 mei bij Van Hall Larenstein in Velp.

nieuws_2198.jpg
Een foto toont een woestijnlandschap achter een bordje ‘Natuurterrein geen toegang’ op de Utrechtse heuvelrug. ‘Daar lag een prachtig bos met heidegentiaantjes en plasjes. Nu is alles weg, omdat in een bureaucratische procedure is besloten dat we heide willen. Denk erom dat jullie hier straks niet aan meedoen!’, waarschuwt Van der Ende de circa twintig belangstellenden.
‘Het gaat om de verstatelijking van het landschap. Boeren, fotografen en mensen die met aarde, lucht en landschappen werken zitten vast aan de bureaucratie.’ Aan de hand van zijn foto’s ontvouwt Van der Ende zijn verhaal. Onder meer schaalvergroting, enorme oogst- en maaimachines, de uitbreiding van het stedelijk landschap, ambtenaren en de compartimentering door autowegen zijn dodelijk voor natuur en cultuurlandschappen. Ook organisaties als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, die bijvoorbeeld natte hooilanden vol laten groeien met pitrus dat andere plantensoorten verdringt, krijgen er met stemverheffing van langs. Boeren bestreden pitrus altijd met een regime van bemesten, maaien en begraven. Van der Ende: ‘De ecologen van Natuurmonumenten weten niet wat ze ermee aanmoeten. Dus laten ze het maar staan. Dat is wanbeheer.’
Hoe het ook kan, is te zien op serene plaatjes van houtwallen in de Achterhoek, weilanden in het Groene Hart en een boer uit de Krimpenerwaard die met een baggerbeugel slijk uit de sloot haalt om zijn land mee te bemesten. En van boeren die zich op de toekomst richten, zoals een boer die wijn gaat verbouwen. ‘Het cultuurlandschap is ontstaan door kleine ingrepen van Nederlandse boeren. Stel de mensen die het cultuurlandschap hebben gemaakt in staat een boterham te verdienen met het beheer ervan’, stelt Van der Ende.
De beeldende vertelling maakt deel uit van de lezingenserie Het landschap en zijn muze, en is een vervolg op de reeks Een eigenwijze kijk op het landschap. De lezingen sluiten aan bij de minor Stedelijke beplanting. ‘We proberen zo studenten over de grenzen van hun vakgebied heen te laten kijken’, aldus de docenten Jack Martin en Ad Koolen van Tuin- en landschapsinrichting. In de serie komen verder nog een componist en een schrijfster aan bod.

Re:ageer