Wetenschap - 1 januari 1970

Buitenlandse studenten tevreden over internationaal onderwijs

Buitenlandse studenten tevreden over internationaal onderwijs

Buitenlandse studenten tevreden over internationaal onderwijs


‘Nederlandse studenten moeten niet klagen over het Engels’

Op een internationale universiteit met dertig procent groepsonderwijs kun
je er niet omheen: als student moet je vaak samenwerken met collega’s uit
het buitenland. De buitenlandse studenten Xinying Ren (China), Raoul Adjobo
(Benin), Marco Caprioli (Italië) en Diego Ayalo (Spanje) hebben er geen
problemen mee. Het zijn de Nederlanders zelf die moeten beseffen dat het
volgen van een internationale opleiding consequenties met zich meebrengt,
vinden ze.

De Wageningse studentenbond WSO klaagde vorige week dat de slechte
beheersing van het Engels van sommige docenten en studenten ten koste gaat
van onderwijs en integratie. Onzin, vinden de vier internationale
studenten. De integratie verloopt best redelijk en Nederlandse studenten
moeten niet klagen over het niveau van het Engels in het onderwijs.
Met al die verschillende accenten is het logisch dat studenten elkaar niet
altijd begrijpen. Chinese Ren denkt dat studenten elkaar gewoon een handje
moeten helpen. En wanneer het Engels van een student echt slecht is, dan
kan hij altijd nog terecht bij het talencentrum van de universiteit.
,,Nederlandse studenten moeten niet klagen over het niveau het Engels’’,
vindt Ren. ,,Ik denk dat het vooral hun eigen probleem is als ze moeite
hebben het onderwijs te volgen.’’
Het Engels van de Wageningse docenten is goed, vindt Ren. Italiaan Caprioli
vindt het niveau zelfs hoog. ,,Je zou eens naar Italië moeten komen om te
horen hoe Engels van een laag niveau klinkt.’’ Spanjaard Adjobo had in het
begin wel moeite met het ‘dunglish’ - dutch-english - van docenten, maar is
er inmiddels aan gewend. Al met al zit het wel goed met het Wageningse
Engels, vinden de studenten. Beninees Adjobo denkt dat internationale
studenten weten wat ze kunnen verwachten wanneer ze naar Wageningen komen,
en zich daarop instellen. Dat de Nederlandse studenten klagen is niet
vreemd; zij zijn nog niet gewend aan het idee van een internationale
opleiding. Zijn advies voor het college van bestuur is daarom: ,,Geef meer
informatie aan Nederlandse studenten. Leg ze uit wat het betekent als ze
een internationale opleiding gaan doen.’’

Toch is het ook voor buitenlandse studenten wennen aan het samen met
Nederlandse studenten volgen van de opleidingen. Caprioli is bang dat de
Nederlandse studenten de sfeer zullen gaan overheersen. Niet dat alle
Nederlandse studenten nou zo slecht integreren, maar echt open zijn ze ook
niet allemaal, vindt hij. In het studiejaar van Caprioli zaten gelukkig
maar een paar Nederlandse studenten, waardoor ze net zo buitenlands leken
als de rest.
Ayalo denkt dat Nederlandse studenten over het algemeen niet zo’n behoefte
hebben aan integreren met de buitenlandse collega’s. Toch vermaakt hij zich
prima op de Nederlandse afdeling op Rijnsteeg. Hij leert enkele
afdelingsgenoten Spaans en in de zomer nam hij hen op sleeptouw naar
Spanje.
Voor studenten die maar een paar jaar in Wageningen zijn is integreren met
Nederlandse studenten minder belangrijk dan het leren kennen van al die
andere nationaliteiten. Toch blijft het verleidelijk om op te trekken met
landgenoten. Voor een goede integratie helpen vooral internationale
feesten, volgens de studenten. Maar door het huisvestingsprobleem van de
Wageningse internationale studentenorganisatie ISOW is het feestaanbod
drastisch verminderd. De ontmoetingsplek voor buitenlandse studenten is op
last van de brandweer nog slechts toegankelijk voor een handjevol mensen.
Grote feesten zitten er niet meer in. Jammer, want veel buitenlandse
studenten denken na hun vertrek vooral met weemoed aan de Wageningse
feesten, denkt Caprioli. Zelf zou hij drie maanden in Wageningen zijn, maar
hij vermaakte zich zo goed dat hij besloot te blijven. Buitenlandse
studenten die nu arriveren kunnen zich dat niet voorstellen. Caprioli:
,,Studenten die hier net zijn vertellen me dat ze er genoeg van hebben, moe
zijn en terug willen naar huis. Ik weet niet of het alleen maar komt door
het gebrek aan ISOW-activiteiten, maar Wageningen verliest de interesse van
internationale studenten.’’ De universiteit onderschat volgens hem het
belang van de ontmoetingsplek voor de internationale gemeenschap van
Wageningen UR.

De universiteit zal in de toekomst met nog een ander probleem
geconfronteerd worden, denken de studenten. In september komt een grote
groep Chinese studenten naar Wageningen. Dat beleid vindt de Chinese Ren
niet verstandig, want als zij haar landgenoten moet inschatten zullen die
niet integreren. ,,Het zijn jonge studenten die de laatste jaren van hun
bachelors in Wageningen doen. Ze komen vooral uit rijke gezinnen en zijn
waarschijnlijk verwend, want in China hebben veel gezinnen maar één kind.
Ik denk niet dat ze volwassen genoeg zijn om het leven hier aan te kunnen.
En ze blijven liever samen. Ik vind het idee van een China Town in
Wageningen niet aantrekkelijk.’’
Ren denkt ook dat haar landgenoten niet zullen wennen aan het
onderwijssysteem in Wageningen. In China is het bijvoorbeeld niet gepast
vragen te stellen aan een docent. Hoewel de Chinese cultuur wat dat betreft
opener wordt, zal de verandering langzaam gaan. Ren: ,,Veel studenten zijn
verlegen en zullen hier bang zijn dat hun Engels niet goed genoeg is.’’ Ren
hoopt dat de Chinese studentenvereniging die wordt opgericht de integratie
kan bevorderen. Maar ook andere studenten zullen moeite moeten doen om de
Chinezen te leren kennen, want integratie werkt van twee kanten.
Caprioli heeft alvast Chinees geleerd. Groot is zijn woordenschat nog niet,
maar wel doeltreffend. Als het aan de Italiaan ligt zullen de studenten uit
China zich hier snel welkom voelen. ,,Ik hou van je’’, vertaalt Ren
Caprioli’s woorden. En: ,,Ik wil je.’’ |
L.M.

Re:ageer