Wetenschap - 1 januari 1970

Brusselse ambtenaren verdeeld over onderzoeksfinanciering

Brusselse ambtenaren verdeeld over onderzoeksfinanciering

Brusselse ambtenaren verdeeld over onderzoeksfinanciering


Overal in Europa lopen onderzoekers zich warm om een graantje me te kunnen
pikken van de 17,5 miljoen euro die de Europese Unie in het vooruitzicht
heeft gesteld in het zogeheten Zesde Kaderprogramma (KP6). De voorstellen
moeten voor 25 maart ingediend zijn. Intussen vindt achter de schermen in
Brussel een verbeten strijd over de subsidievoorwaarden plaats tussen
verschillende directoraten (DG’s) en de Juridische Dienst.

Begin deze week zou in Brussel een besluit worden genomen over de
kostenmodellen en modelcontracten van het nieuwe kaderprogramma, maar de
Europese ambtenaren konden niet tot overeenstemming komen. Naar verluidt is
een minuut voor twaalf ’s nachts het besluit genomen ‘de klok stil te
zetten’ en de vergadering op woensdag voort te zetten.
Europadesk-medewerker Willem Wolters van de stafafdeling Onderzoekstrategie
probeert in Brussel de vinger aan de pols te houden. Hij is er redelijk
gerust op dat het uiteindelijke resultaat geen negatieve gevolgen heeft
voor Wageningen. ,,Het heeft er wel even somber uitgezien, maar de meeste
wolken lijken overgewaaid. Voorlopig raad ik iedereen aan uit te gaan van
de kostenmodellen die ook bij het vorige kaderprogramma zijn gebruik. Het
blijft natuurlijk wel raar dat er, vlak voor je geacht wordt je plannen in
te dienen, geen duidelijkheid is over welke kosten je mag opvoeren’’, aldus
Wolters.
De problemen met de kostenmodellen en modelcontracten zijn ontstaan door de
nieuwe financiële verordening die door het DG Budget – het ‘ministerie van
financiën’ van de EU – is opgesteld en afgelopen zomer als wetgeving is
bekrachtigd. Intussen had het DG Onderzoek juist besloten dat zij met het
nieuwe kaderprogramma een andere koers wilde varen en de uitvoerders van
projecten meer financiële autonomie wilde geven. Het DG Budget stelde dat
indieners bij de verantwoording van hun kosten de al ontvangen subsidies
van bijvoorbeeld de Nederlandse overheid in mindering moeten brengen op de
aan te vragen KP6-subsidie. Anders zou sprake zijn van winst in de zin van
de nieuwe financiële verordening. Dit zou betekenen dat organisaties
bijdragen van nationale overheden niet meer zouden kunnen gebruiken als
contrafinanciering, wat grote gevolgen zou hebben voor vrijwel alle
publieke kennisinstellingen. ,,Het zag er somber uit voor instellingen als
DLO en TNO. We dreigden echt in de hoek te zitten waar de klappen gingen
vallen’’, meent dr Gerard van Schootbrugge, EU-expert bij TNO. Inmiddels
lijkt de meeste kou uit de lucht. Er is een nieuw kostenmodel ontwikkeld,
waarin wordt tegemoetgekomen aan de meeste bezwaren. Volgens Schootbrugge
zouden de nieuwe regelingen wel eens gunstig kunnen uitpakken voor de
Nederlandse instellingen. ,,In het laatste model dat ik gezien heb kun je
nationale overheidsfinanciering meenemen en neemt de EU de aanvulling tot
honderd procent voor zijn rekening. Aangezien wij hier gewend zijn allen
kosten ook echt in een voorstel op te nemen, zou dat kunnen betekenen dat
we minder eigen geld hoeven in te brengen’’, aldus Schootbrugge. Hij noemt
het vervelend dat er voor de indieners nog steeds geen echte duidelijkheid
is over de financiële kaders. ,,Het lijkt een beetje het noodlot voor
Brussel: zodra ze iets simpeler willen maken, wordt het de ambtenaren
allemaal te complex’’.
Bij het ter perse gaan van het Wb was de uitslag van de Brusselse
beraadslagingen nog niet bekend. |
G.v.M.

Re:ageer