Wetenschap - 20 november 2015

Bruinvis weer thuis in schonere Westerschelde

tekst:
Rob Ramaker
2

In de Westerschelde zwemmen weer bruinvissen nadat ze daar decennialang niet voorkwamen; de dieren jagen op de eveneens teruggekeerde trekvis spiering.

Foto: Robert de Bruijn

Het is een succesverhaal van het Nederlands milieubeleid, zegt Mardik Leopold, onderzoeker van Imares Wageningen UR, die vandaag promoveert op het eetgedrag van bruinvis.

Leopolds resultaten bevatten sterke aanwijzingen dat de bruinvis de spiering is gevolgd naar de Westerschelde. Zo blijkt het dieet van bruinvissen in de Westerschelde voor bijna de helft te bestaan uit spiering. Een veel groter aandeel dan op zee waar het slechts 3 procent van de voedselinname vormt, en wijting en haring belangrijker zijn. Leopold liet dit zien door de maaginhoud van 212 bruinvissen die aanspoelden op de Noordzeekust te vergelijken met 23 aangespoelde exemplaren uit de Westerschelde en twee bruinvissen uit de hogerop gelegen Schelde.

Vette vissoorten als de spiering en haring, zijn heel belangrijk in het bruinvisdieet. Bruinvissen zijn kleiner dan andere walvisachtigen, hebben een relatief groot huidoppervlak en daardoor een navenant warmteverlies. Bruinvissen eten daarom elke dag tot 10 procent van hun lichaamsgewicht om te overleven. Voor volwassen dieren is dat slechts vol te houden als ze genoeg vette – en dus energierijke – vissen eten. Ze vullen hun menu aan met kleine, magere vissen als grondels, maar het is onmogelijk met die magere soorten structureel genoeg energie binnen te krijgen.

In de jaren '60 en '70 waren [de Nederlandse rivieren] zo dood als een pier. Gifbelten waar bijna geen leven meer in zat
Mardik Leopold, zeeonderzoeker bij Imares

Nederlandse rivieren, maar ook zeearmen als de Westerschelde, waren lange tijd te vervuild voor vissen. ‘In de jaren zestig en zeventig waren deze zo dood als een pier’, zegt Leopold. ‘Gifbelten waar bijna geen leven meer in zat’. Door betere bescherming is het water nu schoner en keren trekvissen terug. Leopold vindt het daarom ‘heel positief’ dat bruinvissen – en ook zeehonden – weer in rivieren als de Schelde, Eems en soms zelfs Rijn en Maas worden gezien.

Toch lijken de rivieren minder gastvrij voor bruinvissen dan de Noordzee. In 2013 werden zo’n 25 dieren gezien in de Schelde, stroomopwaarts vanaf de Westerschelde. Het merendeel ging echter snel dood. De twee dieren die Leopold onderzocht, bleken beide een lege maag te hebben. Mogelijk slagen ze er niet in voldoende vis te vangen in zoet water. Het is echter nog te vroeg voor harde conclusies, zegt Leopold. Ook obstakels als sluizen, scheepschroeven en –lawaai kunnen de doodsoorzaak zijn.

Re:acties 2

  • B.de Roode

    Zaterdag 4 aug.2 bruinvissen gezien Westerschelde voor Terneuzen.

    Reageer
  • Ingrid de Groot

    Vandaag heb ik twee bruinvissen in de Westerschelde gezien ter hoogte van Hoedekenskerke.

    Reageer

Re:ageer