Student - 10 mei 2007

Bruggen slaan bij Stork

Hessel Hoogkamp, masterstudent Bedrijfs- en consumentenwetenschappen, liep via Integrand een paar maanden rond bij Stork Food Systems in Boxmeer, als onderzoeker en ‘een soort projectmanager’. De uitkomsten van zijn onderzoek moeten de managers en medewerkers van de belangrijkste productieafdeling dichter bij elkaar brengen.

711_nieuws.jpg
711_nieuws.jpg

Foto: .

‘Het probleem was, kort door de bocht, dat het managementteam zich afvroeg of ze de goede dingen deden, dat wat de klant wil bijvoorbeeld, en dat de mensen op de afdelingen zich afvroegen of ze het goed deden, en of dat meetbaar was. Omdat ze geen lopendebandwerk doen en werken met zelfsturende teams, is kwaliteit en efficiëntie niet zomaar te kwantificeren. Met een balanced score card heb ik de afstand proberen te overbruggen tussen managers en afdelingsteams, die twee eilanden waren. In deze theorie kom je via de strategie en visie van het bedrijf en verschillende perspectieven op het bedrijf uiteindelijk tot kritische succesfactoren en persoonlijke indicatoren.
Van de acht maanden heb ik er bijna vijf op kantoor in Boxmeer gezeten, in een ruimte met werkvoorbereiders en ingenieurs, totaal tien man, en een koffieautomaat op de hoek. Daar kwam je de 17-jarige stagiair tegen en de man van 45 die al meer dan 20 jaar bij Stork werkte. Ik ging met de auto, en was er ’s ochtends voor achten; de meeste mensen werken daar van half acht tot vijf en je past je daaraan aan. Gepaste kleding is gewoon een nette blouse met broek. De cultuur is open, mensen kunnen bij elkaar binnenlopen, en iedereen houdt het bij zijn eigen vak. De medewerkers op de werkvloer willen eigenlijk alleen maar met techniek bezig zijn.
Om de verschillende visies te horen vormde ik een werkgroep met acht personen met mensen van alle lagen. Zes keer drie uur hebben we samen gezeten. Op een flap-over bereidde ik de brainstormsessies voor. Het was tegelijk mijn aantekeningenblok. Twintig vellen heb ik volgeschreven, voor en achter, om papier te besparen. Ik kreeg alleen wel klachten over mijn handschrift. Ik was in het begin wel zenuwachtig, maar iedereen bleek graag zijn zegje te doen. En, minstens zo belangrijk, wilde naar elkaar luisteren. Het was soms best lastig objectief te blijven en niet uit te gaan voeren wat ik vond.
Uit mijn onderzoek kwam onder andere dat mensen op de werkvloer beter Engels moesten leren spreken omdat ze soms aan vergelijkbare afdelingen in het buitenland worden uitgeleend. En dat kwaliteit belangrijker is dan kosten en tijd.
Tussendoor heb ik overigens nog drie tentamens gedaan, en gehaald. Zat ik om zes uur ’s ochtends in de auto, en was ik om half drie ’s middags weer in de Leeuwenborch om een vak te volgen.’

Re:ageer