Wetenschap - 1 januari 1970

Broedplaatsen woestijnsprinkhanen eenvoudiger op te sporen

Het ontstaan van verwoestende zwermen woestijnsprinkhanen kan wellicht in de toekomst voorkomen worden door gerichter de broedplaatsen van deze dieren te controleren. De Ethiopische promovendus dr Gebremedhin Woldewahid ontdekte dat de overgrote meerderheid van de solitaire sprinkhanen zich voortplant op slechts één type akkergrond in Oost-Afrika, en dat is relatief eenvoudig in de gaten te houden.

,,Het is voor het eerst dat echt systematisch is onderzocht waar je de solitaire woestijnsprinkhaan kunt vinden'', zegt dr Arnold van Huis, sprinkhaanexpert bij de leerstoelgroep Entomologie en begeleider van Woldewahid. ,,In totaal bedraagt het leefgebied van deze sprinkhaan zo’n 16 miljoen vierkante kilometer. De eerste ontwikkeling van gevaarlijke populaties gebeurt bij goede regenval in woestijngebieden van enkele tienduizenden vierkante kilometer, dus dat is echt zoeken naar een speld in een hooiberg. Als solitaire sprinkhanen zich eenmaal hebben omgevormd tot de vliegende en zwermende vorm, dan is er geen houden meer aan en is het voor bestrijding eigenlijk al te laat.’’
Woldewahid bemonsterde gedurende drie jaar systematisch een gebied van zo’n honderdtwintig vierkante kilometer in het westelijke kustgebied van de Rode Zee in Soedan, dat een belangrijke schakel is in het ontstaan van sprinkhaanplagen. Hoge dichtheden van de woestijnsprinkhaan werden uitsluitend aangetroffen in akkergronden met gierst en Heliotropium, een kruipend ruwbladig gewas. Dat bleek ook de plek waar de meeste voortplanting plaatsvindt en veel sprinkhaanlarven te vinden zijn.
,,Dit type akkergronden bedekt slechts zo’n vijf procent van de kustvlakte en ze zijn relatief makkelijk te monitoren'', aldus Van Huis. ,,De Plantenziektenkundige Dienst van Soedan gebruikt de resultaten van dit onderzoek nu al met succes in haar operationele monitoring van de sprinkhanen.’’
Woldewahid ontdekte wellicht ook de achterliggende oorzaak van de voorkeur van sprinkhanen voor Heliotropium. De hoeveelheid stikstof in de waardplanten blijkt consistent hoger te liggen dan die in omringende plantengemeenschappen. Van Huis: ,,Mogelijk hebben we hiermee een nieuwe schakel in het ontstaan van zwermen ontdekt, die meteen een verklaring biedt waarom er bij regenval na vele jaren van droogte opeens sprinkhaanzwermen in de woestijn kunnen ontstaan. Door de droogte vindt er op de woestijnbodem microbiële korstvorming plaats die mineraliseert bij de eerste regens en de planten kunnen dan relatief makkelijk stikstof opnemen. Zoiets is ook ooit gevonden bij de Afrikaanse army worm, waarvan de rupsen veel schade aanrichten. Zwermen van trekkende vlinders ontstaan ook na lange perioden van droogte omdat de waardplanten dan veel stikstof bevatten’’. |
G.v.M.

Dr Gebremedhin Woldewahid promoveerde dinsdag 16 december bij prof. Joop van Lenteren, hoogleraar entomologie.

Re:ageer