Wetenschap - 1 januari 1970

‘Brief getuigt van moed om terug te komen op eerder standpunt'

‘Brief getuigt van moed om terug te komen op eerder standpunt'


Bestuursvoorzitter Aalt Dijkhuizen publiceerde deze week een verklaring
waarin hij ‘misverstanden’ probeert weg te nemen. Zijn de critici
overtuigd?

Prof. Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar Rurale sociologie:
,,Voor uitgebreid commentaar moet je maar bij anderen te rade gaan. Ik heb
mijn zegje gedaan. Maar goed, laat ik er kort drie dingen over zeggen. Eén,
het verhaal dat het om misverstanden zou gaan overtuigt mij niet, gezien de
voorgeschiedenis van dit debat. Twee, ik vind het grootmoedig dat
Dijkhuizen Pieter Vereijken excuses aanbiedt. Drie, ik blijf erg
nieuwsgierig naar de reactie van de rector. Het is merkwaardig dat die
blijft zwijgen.’’

Jos Käfer van de Progressieve Studenten Fractie:
,,Ik vind het een nette brief. Ik ben niet meer heel boos. Het beeld dat
Dijkhuizen wilde dat onderzoekers alleen strikt over hun eigen vakgebied
zouden praten en meningen waar consensus over is naar buiten mogen brengen
is hiermee genuanceerd. Ik blijf wel vinden dat Dijkhuizen zich een beetje
erg vaderlijk opstelt. Onderzoekers kunnen volgens mij heel goed beslissen
wanneer en hoe zij aan een het debat deelnemen.’’

Prof. Kees de Hoog, gezinssocioloog bij de leerstoelgroep Sociologie van
consumenten en huishoudens:
,,Ik lees erin dat Dijkhuizen zijn woorden terugneemt. Dit is in mijn ogen
de tweede misser van mijn baas. Eerst die discussie met de VSNU waarin hij
zei dat de universiteiten vooral niet moesten klagen en nu deze. Bij die
discussie over de bezuinigingen had hij niet zo alleen moeten gaan staan.
Wij zitten al in een uitzonderingsituatie zo bij landbouw en dat is niet zo
goed voor ons. Hij had zijn mening beter binnenskamers kunnen uiten tegen
zijn collega’s. En nu dit.
Ik roep ook wel eens wat, maar dit betreft de kern van de universiteit.
Daarbij moet je als bestuursvoorzitter twee keer nadenken voordat je iets
zegt. Het deed mij wel deugd dat allerlei mensen waarvan je het niet
verwacht zich uitlieten over deze kwestie. Veel mensen waren werkelijk
verontwaardigd. Ik vind dat er in Wb een aantal buitengewoon zinnige dingen
over geschreven zijn, die blijkbaar ook hebben geholpen. Dat laat in ieder
geval zien dat Dijkhuizen niet in een ivoren toren zit. Het getuigt
natuurlijk wel van enige moed om terug te komen op een eerder standpunt.’’

Dirk van Apeldoorn van de Wageningse Studenten Organisatie:
,,Het is een beetje zoetsappige brief die de discussie moet sussen. Wij
hadden graag gezien dat hij zijn standpunt verder had verdedigd. Dat schept
tenminste duidelijkheid. Er staan mooie woorden in die brief, maar geen
antwoorden op de belangrijkste vragen. Heeft Vereijken nou bijvoorbeeld wel
of niet juist gehandeld in de ogen van Dijkhuizen. Had hij zijn beweringen
eerst in een wetenschappelijk tijdschrift moeten doen voordat hij zich in
het publieke debat mengde of niet?
Wij vinden nog steeds dat Dijkhuizen een kunstmatige scheiding wil
aanbrengen tussen de burger en de wetenschapper. Als je als Wageningse
hoogleraar in de krant komt, moet je je volgens hem beperken tot feiten en
onderzoeksresultaten. Alleen als burger mag je je mening geven. Maar zo
werkt dat natuurlijk niet. Als Nova Jan Douwe van der Ploeg vraagt naar
zijn mening over het landbouwbeleid kan hij toch niet zeggen: ‘op grond van
mijn onderzoeksresultaten vind ik dit en dat slecht, maar over de grote
lijnen kan ik mij niet uitlaten, daar heb ik geen onderzoek naar gedaan'.’’

Prof. Joop van Lenteren, hoogleraar Entomologie (via e-mail):
,,Ik heb de brief van Dijkhuizen ontvangen. Die was helder en voor mij
acceptabel, vooral omdat hij ruiterlijk zijn excuses aanbod aan Vereijken.
Ik heb een korte mail aan Dijkhuizen gestuurd: ik stel de brief en de
excuses op prijs. En daarmee is voor mij voorlopig de kous af.’’ |
K.V.

Re:ageer