Wetenschap - 7 februari 2008

Brede dijken

‘Maak dijken van twee- tot driehonderd meter breed op een hoogte van tien meter NAP’, zei klimaathoogleraar prof. Pier Vellinga deze week in de Provinciale Zeeuwse Courant. ‘Dan kunnen we weer honderd jaar verder.’ In Kennis Online, het magazine van Wageningen UR voor ambtenaren van LNV, noemt hij zelfs dijken van vijfhonderd meter breed.

455_opinie_0.jpg
455_opinie_0.jpg

Foto: .

Hoe breed wilt u ze hebben, professor Vellinga?
‘Je moet denken aan dijken die twee tot drie keer zo breed zijn als de huidige dijken. Voor een zeedijk kom je dan aan driehonderd meter, bij de rivieren is honderd tot tweehonderd genoeg. Als je ze zo breed maakt kunnen ze niet meer doorbreken, hooguit tijdelijk overstromen. Een vloed duurt op het hoogste punt nooit langer dan vijf, zes uur, hoog water in de rivieren hooguit twee dagen. Brede dijken kunnen dat aan. We hoeven dan nooit meer te evacueren. Een brede dijk heeft bovendien als voordeel dat je er gewoon op kan wonen en recreëren. Zo kan je een deel van de kosten terugverdienen. Je kunt er ook bomen planten of golfterreinen aanleggen.’

De bewoners in het rivierengebied zien u aankomen. De verplaatsing van een dijk bij Lent zorgde al voor veel protest.
‘De mensen bij Lent moesten hun huizen uit. Ik stel voor om die huizen die nu bij de dijk liggen niet te slopen, maar op te tillen. Ik vermoed dat mensen dan minder bezwaren hebben.’

Waar denkt u de grond vandaan te halen?
‘Grond is er genoeg, en het voordeel van dijken is dat ze altijd in de buurt van water liggen. Je kunt er dus zo met een sleephopperzuiger naartoe varen. De reden dat onze dijken zo smal zijn, is dat ze vroeger werden gemaakt met de kruiwagen. Maar dat hoeft nu niet meer.’

Re:ageer