Wetenschap - 24 januari 2002

Brand!

Brand!

"Er kan niemand meer bij hoor, we zitten nu echt vol." Brandweercommandant Gijs van Leersum maakt duidelijk dat er wettelijk gezien niet meer mensen in het zaaltje mogen. En als brandweer moet je natuurlijk het goede voorbeeld geven. Het gevolg is dat er op zich in het zaaltje nog voldoende ruimte is om ergens te gaan staan of op tafels te zitten, maar dat uiteindelijk toch zo'n dertig studenten voor een gesloten deur staan.

De opkomst van de avond georganiseerd door de Partij van de Arbeid (PvdA) in samenwerking met de lokale brandweer over de brandveiligheid van studentenhuizen, is overweldigend. Het eigenlijke initiatief komt van Ivo Leijten. Leijten is student, vrijwilliger bij de brandweer en actief bij de PvdA. Veel van zijn vrienden wonen in studentenhuizen en hadden allerlei vragen over de nieuwe verordening die de gemeente Wageningen in werking heeft gesteld. Die stelt dat de huiseigenaar een gebruiksvergunning moet aanvragen voor woningen waarin hij vijf of meer kamers verhuurt. Voordat de vergunning, die maar liefst 421 euro gaat kosten, verkregen wordt, moet het pand brandveilig zijn verklaard door de brandweer. En daar hebben veel studenten voor wat betreft hun eigen huis, zo blijkt uit de vragen, een hard hoofd in.

Zowel de brandweer als de PvdA waren enthousiast. De PvdA heeft er eigenlijk niet zoveel mee te maken, erkent Leijten, maar met het oog op de komende verkiezingen moet je jezelf duidelijk profileren. Krijg je in ieder geval een foldertje mee, als je niet meer naar binnen mag.

Jan Bosvelt is de controleur van de brandweer. Hij legt uit dat in de komende maand in de krant zal worden aangekondigd dat eigenaren zich moeten gaan melden bij de brandweer. Bosvelt zal dan namens de brandweer langskomen en die heeft volgens eigen zeggen maar ??n doel: "Een brandveilig studentenhuis, dat is het enige wat we willen. En het gaat daarbij niet in eerste instantie om het pand, maar om de mensen die erin wonen."

Bosvelt houdt niet op te benadrukken dat brandveiligheid een gedeelde verantwoordelijkheid is. Niet alleen eigenaren, ook studenten moeten hun verantwoording nemen. "Het zit tussen de oortjes," volgens Bosvelt, "veel mensen cre?ren schijnveiligheid. Ze plaatsen wel een rookmelder, maar halen de batterij eruit. Of nadat er deurdrangers geplaatst zijn, worden ze er vaak ook weer direct afgehaald." Denken aan brandveiligheid moet volgens Bosvelt een gewoonte worden. Zo kijkt hij zelf wanneer hij een kroeg inloopt gelijk hoe hij er in een noodgeval ook zo snel mogelijk weer uit kan komen. En in veel studentenhuizen zou hij niet gaan slapen. En dat zegt volgens Bosvelt wel wat.

De meeste aanwezige studenten zijn er niet gerust op. De vraag leeft vooral wat er gebeurt wanneer de huisbaas weigert de noodzakelijke reparaties te plegen of niet voor de gemaakte kosten wil opdraaien. Niemand wil immers uit zijn huis gezet worden. Het niet aanvragen van een vergunning en vervolgens toch clandestien verhuren van een huis lijkt geen optie te zijn. "Je kunt er zeker van zijn dat ik weet waar studentenhuizen zitten", zegt Bosvelt, "en ik wil best vertellen dat ik via de gemeenteadministratie en via de kamerbalie een redelijk inzicht heb verkregen."

Toch hoeven studenten niet ongerust te zijn volgens Bosvelt. In 95 procent van de gevallen kan met minimale aanpassingen aan de brandveiligheid worden voldaan. De kwestie wie moet gaan opdraaien voor de kosten wordt ook duidelijk gemaakt. Als vuistregel kun je hanteren dat datgene wat spijkervast zit, kosten voor de verhuurder zijn. Een rookmelder komt in dit geval dus ten laste van de student.

Naast de vragen, is er ook veel instemmend gelach. De situaties die Bosvelt schetst, blijken herkenbaar. Er is wel een brandtrap, maar die ligt vol met vuilniszakken zodat snel vluchten een halsbrekende toer is. Of de gang staat vol fietsen, die de vluchtwegen blokkeren. Leijten weet er over mee te praten. Als organisator heeft hij de folders aan de deur gebracht bij studenten thuis. En het was er erg aan toe, vindt hij: "In sommige gevallen kon ik zelfs de voordeur niet vinden."

Mocht je nu vol schrik het idee hebben dat je eigenlijk helemaal geen vluchtwegen hebt, bedenk dan dat je raam dat zich op zes meter hoogte boven de straat bevindt ook wordt goedgekeurd: gewoon springen!

Arin van Zee

Foto Guy Ackermans

Vanwege de grote belangstelling komt er binnen een maand nog een avond over brandveiligheid van studentenhuizen.

Re:ageer