Student - 7 juni 2007

Boze geesten in Benin

Judith Both, pas afgestudeerd in Tropisch landgebruik aan Wageningen Universiteit, deed onderzoek naar het gebruik van wilde planten in Benin en Togo. Samen met haar vriend reisde ze langs dorpjes om met lokale boeren en medicijnmannen te praten.

57_nieuws.jpg
‘Ik interviewde de bewoners over welke wilde planten zij belangrijk vinden en waarom. Ook vroeg ik traditionele genezers naar hun opvattingen. Zij zijn dé experts op het gebied van wilde planten. Zelf beweerden ze alles te kunnen genezen met kruiden behalve aids, hernia en epilepsie. Of dit waar is, weet ik niet. Wel zag ik in één van de dorpjes de genezing van een vrouw met een complexe beenbreuk. Ze werd traditioneel gespalkt met een combinatie van riet, watjes en kruiden. Zes weken later liep ze weer rond.
In Togo worden de wilde planten vooral als medicinale kruiden gebruikt. In Benin hechten de mensen echter veel waarde aan het hout als brandstof en als exportproduct. Ook worden in beide landen de planten gebruikt voor rituelen. Voodoo speelt een grote rol. De mensen zijn er bang voor. Op de markt stikt het van de poedertjes en kruiden en op veel boerderijen hangen veren tegen boze geesten.
Zelfs onze goed opgeleide tolk van de universiteit gelooft in boze geesten en natuurgoden. Maar de mensen geloven ook dat christenen niet door voodoo kunnen worden beïnvloed. Het christendom is dan ook in opkomst, zeker in en rondom de steden.
Tussen het veldwerk door werkte ik op een kantoor in Contonou, de hoofdstad van Benin. Omdat die stad heel smerig is, wilden mijn vriend en ik daar niet wonen. In een dorpje buiten de stad vonden we een net afgebouwd schuurtje dat we mochten huren van de boer.
De inwoners vonden ons heel interessant. Hordes kinderen kwamen ons altijd achterna en zongen liedjes over ons omdat wij blank waren. Ze keken zelfs door de ramen in ons hutje. Ze wilden altijd geld. Wit is rijk. Ook de volwassenen bleven erom vragen. Ik werd er soms achterdochtig en terughoudend van. Ik dacht dat de mensen wel aan ons zouden wennen, maar het verschil blijft nu eenmaal. Als ik moe uit mijn werk kwam en ik zag weer iemand aankomen, plakte ik het liefst mezelf achter het behang. We konden ons nooit terugtrekken. Dat vond ik wel vermoeiend. Maar ik vond het een bijzondere ervaring om door het land te reizen en dit onderzoek te kunnen doen.’

Laurien Holtjer

Re:ageer