Wetenschap - 25 augustus 2009

Bouw windparken op Noordzee verstoort bruinvissen

Vier van de tien bruinvissen krijgt last. Effecten zijn meetbaar tot meer dan 20 km

Windmolen op zee
Heien op zee voor de bouw van windmolens pakt slecht uit voor bruinvissen. Dat blijkt uit onderzoek van Meike Scheidat van Imares. Zij bracht vijf jaar lang het leefgebied van bruinvissen in het Duitse deel van de Noordzee in kaart. Dat gebeurde door de beesten vanuit het vliegtuig te tellen. In een deel van het leefgebied komen windparken, en bruinvissen hebben daar van te lijden. Dat komt door het heien van de fundering voor de molens.  Door de enorme dreunen raken de dieren gedesoriënteerd, lopen gehoorschade op of gaan zelfs dood. Scheidat rekende uit dat in het slechtste geval veertig procent van de populatie op enige manier last krijgt van de bouw. Ze worden door het lawaai verjaagd naar gebieden waar minder voedsel is. Dan moeten overigens wel alle achttien geplande windparken tegelijk worden gebouwd. Scheidat pleit ervoor om alleen te bouwen op momenten dat er weinig bruinvissen zijn. In het Duitse deel van de Noordzee is dat in het voorjaar. In de Nederlandse Noordzee de zomer. Scheidat pleit ook voor meer coördinatie tussen de landen rondom de Noordzee. Naast Duitsland hebben ook Denemarken, Nederland, België en Engeland grootse plannen voor de bouw van windparken. Het is niet bekend wat de optelsom van al dat gehei betekent voor bruinvissen. /RK

Re:ageer