Organisatie - 13 maart 2008

Botsing tussen wetenschap en ideologie nekt Vrouwenstudies

De opheffing van Vrouwenstudies in 1998 maakte deel uit van het reorganisatieplan ‘Krachtig op koers’, waarbij verschillende groepen verdwenen of werden gehalveerd. Behalve dat er bezuinigd werd, bood de operatie het bestuur van Wageningen UR de kans zich te ontdoen van leerstoelgroepen die niet lekker liepen. En Vrouwenstudies werd al jaren getekend door problemen.

Medewerkers van de Landbouwuniversiteit voeren in 1983 actie voor een zelfstandige vakgroep Vrouwenstudies. Die kwam er zes jaar later en werd in 1998 weer opgeheven.
Medewerkers van de Landbouwuniversiteit voeren in 1983 actie voor een zelfstandige vakgroep Vrouwenstudies. Die kwam er zes jaar later en werd in 1998 weer opgeheven.

Foto: Guy Ackermans

Eind jaren zeventig, toen vrouwenemancipatie in Wageningen op de agenda kwam te staan, kreeg Vrouwenstudies voor het eerst vorm. In eerste intstantie gebeurde dat in 1979 door het instellen van bijzondere hoogleraarschappen. Tien jaar later, na een lange strijd voor een eigen vakgroep, werd een reguliere hoogleraar voor vijf jaar aangesteld. Dr. Constantina Safiliou-Rothschild werd binnengehaald om het vakgebied in Wageningen op de kaart te zetten. Door verschillen in werkwijze en inzicht tussen deze enigszins autoritaire hoogleraar en haar vakgroep, ontstond echter al snel een onwerkbare situatie. Safiliou werd in 1991 op non-actief gesteld.
Ondertussen begonnen veel mensen aan de universiteit te twijfelen aan de kwaliteit van de vakgroep. Er werd een evaluatiecommissie in het leven geroepen. De problemen tussen Safiliou en haar medewerkers weet de commissie aan cultuurverschillen en contactueel falen van de hoogleraar. Haar tegenstanders binnen de vakgroep bakten er echter op het gebied van onderzoek weinig van, aldus het evaluatierapport. Door een feministische en op ‘ervaringsleer’ geënte benadering bleef de wetenschappelijke objectivering volgens de commissie veelal ‘ondergeschikt aan het ideologische uitgangspunt. De inspanningen om aan theorievorming en methodologie-ontwikkeling te doen hebben tot nu toe nauwelijks iets opgeleverd.’
Toch zag de commissie een toekomst weggelegd voor Vrouwenstudies. De gehavende restanten van de vakgroep herstelden zich onder een interimhoogleraar. Vervolgens werd in 1995 de Amerikaanse dr. Patricia Howard-Borjas binnengehaald, een zwaargewicht op het gebied van genderstudies. Maar de verwachte opleving bleef uit.
‘Het college van bestuur wist zich niet goed raad met de voortvarendheid van Howard-Borjas en ook in de leerstoelgroep lukte het niet om iedereen te winnen voor de nieuw ingeslagen weg’, zegt dr. Margreet van der Burg, universitair docent Genderstudies en Agrarische geschiedenis en auteur van het boek ‘Vrouwen, Wageningen en de Wereld, 1918-2003’. Zij werkte destijds al samen met Vrouwenstudies. Van der Burg wijt de moeilijkheden vooral aan de communicatie en taalproblemen. Bovendien was het college er volgens haar op gericht om initiatieven vanuit vrouwenstudies te bundelen en te veralgemeniseren. ‘Het college wist de specifieke rol en potentie van Vrouwenstudies niet naar waarde te schatten. Dat leidde natuurlijk tot frustraties.’
De problemen tussen Howard-Borjas en het college van bestuur bereikten een hoogtepunt tijdens de onderhandelingen over de reorganisatieplannen in 1998. Het college van bestuur besloot om Vrouwenstudies te behouden, maar dan verspreid over de andere leerstoelgroepen. En Howard-Borjas moest weg.
Van der Burg: ‘Wat eigenlijk nooit naar buiten is gekomen, is dat het college van bestuur Howard-Borjas onheus heeft behandeld. Het college zei tegen de gezamenlijke vergadering dat er niet met haar viel te werken, maar dat daar niets over naar buiten mocht worden gebracht. Ze kreeg de kans niet om zich te verdedigen.’ Howard-Borjas diende een bezwaarschrift in, kreeg gelijk en bleef aan als onderzoekshoogleraar.
Is het toeval dat zowel Safiliou als Howard-Borjas binnen Vrouwenstudies niet goed konden functioneren door cultuurverschil en communicatieproblemen? ‘Beide hoogleraren waren powervrouwen met een grote expertise op het gebied van genderstudies’, zegt Van der Burg. ‘Misschien was er, als het om een hoogleraar in de nanotechnologie ging, wel begeleiding ingezet om het cultuurverschil op te vangen. Maar nu leefde er vooral een beeld van: daar heb je die vrouwen weer.’
Volgend jaar bestaat Vrouwenstudies, inmiddels in minimale vorm, dertig jaar. Het vakgebied heeft door de jaren heen ook een hele ontwikkeling doorgemaakt. Van der Burg: ‘Veel docenten herinneren zich nog dat vrouwen met de vuist omhoog streden tegen onderdrukking. Het veld is nu veel ruimer geworden. Gender speelt door de hele samenleving. Iedereen is nodig bij veranderingen, ook mannen.’

Re:ageer