Wetenschap - 1 januari 1970

Boter met een smaakje

Boter met een smaakje

Boter met een smaakje

Bananenboter. Perzikboter. Kokosboter. En misschien zelfs dropboter. Volgens de marktonderzoekers van het Engelse Market Tracking International is de ontwikkeling van nieuwe boterproducten een absolute voorwaarde om de boterconsumptie in de toekomst te garanderen. De cijfers geven de marketeers gelijk, want tussen 1993 en 1998 daalde de wereldboterproductie met vijftien procent. De voornaamste oorzaak is het groeiende gezondheidsbewustzijn bij de consument, die boter heeft leren associëren met cholesterol en hart- en vaatziekten. Market Tracking International ziet echter nog wel een toekomst in biologische boter en boter-met-een-smaakje

Technisch is de toevoeging van smaken aan boter waarschijnlijk een koud kunstje, laat een woordvoerder van het Nederlands Instituut voor Zuivel Onderzoek weten. In de botervetten kunnen waarschijnlijk wel smaakstoffen worden opgelost. Of er in Nederland initiatieven in de richting van boter-met-smaakjes worden ondernomen, durft het NIZO echter niet te zeggen. Bij Campina-Melkunie zitten er vooralsnog geen botersmaakjes aan te komen. Het is nu niet actueel, zegt Rik Tijsse-Klasen van de boterdivisie. Maar voor de toekomst sluiten we niks uit. W.K

Jack van Zee, Technisch medewerker

Ze hebben geen idee hoe belastend de storingsdienst is


Hij wordt op 30 augustus 61 jaar. En nu hij de gelegenheid krijgt vervroegd op te houden met werken, neemt hij die maar. Niet van harte, want de afdeling TIBWO (Technisch Instituut Beheer Wageningen Oost), die alle energie verzorgt voor de universiteitsgebouwen van Wageningen Oost, is zo slecht nog niet. Maar er is ook nog een leven n341 het werk

De afdelingen Oost en West gaan fuseren. Dat is nog niet zo eenvoudig, verklaart Van Zee. Er moet nieuw personeel komen en dat is moeilijk, omdat wij ook de storingsdienst doen en daar heeft niet iedereen zin in. Want ze kunnen je 's nachts voor een storing oproepen. Alle gebouwen boven de Churchillweg plus het Sportcentrum vallen onder onze afdeling. Ook De Leeuwenborch.

Dag en nacht zijn we oproepbaar. Dat is een punt dat ze bij de leiding wel eens vergeten: de storingsdienst. Je wordt 's nachts opgeroepen. Lig je net weer in bed, krijg je weer een oproep! En we moeten 's nachts altijd met z'n tweeën. Ze hebben geen idee hoe belastend die storingsdienst is voor het personeel.

Vaak gaat het om de verwarming, of een lekke radiator. Een keer was er een melding van een lekke radiator op De Leeuwenborch, in de bibliotheek. Maar door de privatisering hebben de meeste gebouwen geen eigen waterzuiger meer. Die moest ik gaan halen op het Biotechnion. Toen ik terugkwam, lag er wel tweeduizend liter water op de vloer.

Hij werkte op de afdeling Technologie toen hij in militaire dienst moest. Maar Jack van Zee is een Jehova's Getuige en weigerde. Dat kwam hem op ruim twee jaar gevangenisstraf te staan. Het werd zeven maanden Arnhem en vervolgens twee maanden Scheveningen, met uitzicht op de barakken waar in de Tweede Wereldoorlog de verzetshelden zaten. De cipiers waren daar ook n371 bepaald niet aardig! Hij hield zich bezig met het inpakken van stukjes toiletzeep. Daarna dertien maanden Veenhuizen, waar hij in de plantsoenendienst werkte. We teelden aardappelen voor de andere gevangenissen en planten voor de groenvoorziening van de Rijksgebouwendienst.

Na die straf werkte hij een tijdje bij een ander bedrijf, maar hij kwam toch weer in Wageningen terecht. Via Mineralogie, Technologie en Bodemkunde kwam hij bij Tropische plantenteelt, waar hij een kleine twintig jaar werkte. Daar heeft hij eigenlijk zijn hart aan verpand. Ik deed daar fotografie en onderhoud. We zaten er met z'n tweeën en we waren zo'n beetje eigen baas. In de kassen maakte ik dia's voor dissertaties, colleges en practica. Safloerplanten moesten we elke dag fotograferen vanwege de kleurveranderingen. Het Koninklijk Instituut voor de Tropen stuurde de Viva naar ons toe; die hadden foto's nodig voor hun serie over wat je kunt doen met vruchtenpitten, bijvoorbeeld van mango's. Ik maakte daar de dia's voor. En ook voor de Douwe Egberts-mokken: koffieplanten met hun bloemen. Dubro kwam voor de citroen in hun afwasmiddel hier in de kas fotograferen. Maar er zaten te weinig citroenen aan, dus haalden ze die bij Albert Heijn en hingen ze aan de citrusboom! Hij lacht er wel om, maar hij is bepaald geen feestnummer

Toen Tropische plantenteelt met Landbouwplantenteelt fuseerde, moest Van Zee weg. Inmiddels zit hij al zeven jaar bij het TIBWO, maar aan de manier waarop hij over Tropische plantenteelt spreekt, verraadt dat hij een beetje heimwee heeft

Hoe goed hij het daar ook naar zijn zin had, Van Zee merkte al bij Tropische plantenteelt dat er weinig waardering is voor de technische dienst. Hij zat er een paar jaar in het vakgroepsbestuur. Dat leverde voor 362ns niks op; het ging vooral om wetenschappelijke beslommeringen. Wij zijn toch maar de technische dienst. Ze vergeten dat wij dag en nacht paraat zijn. Er is verschil in waardering en salariëring; bevorderingen komen hier maar moeilijk door. Er zijn te lange lijnen tussen personeel en leiding. Ach, mij gaat dat niet meer aan. Ik ben over een week vertrokken.


Foto Guy Ackermans


Analist Laura de Haan (39) heeft al een paar wetenschappelijke publicaties op haar naam staan, over haar onderzoek naar de kankerbevorderende werking van PCB's. En ook met haar huidige project maakt ze misschien kans op een publicatie. Ze doet zelfstandig onderzoek bij de leerstoelgroep Toxicologie. Sinds kort neemt ze deel aan een EU-project. Allerlei verbindingen, zoals pesticiden en PCB's, hebben een oestrogeenachtige werking en kunnen het milieu verstoren. Bij sommige zeeslakken tasten ze bijvoorbeeld de vorming van de geslachtsdelen aan. De EU zoekt nu naar betrouwbare tests om verdachte stoffen te screenen. Ik test een methode die gebruikmaakt van menselijke borstkankercellen. Die zijn zo gewijzigd dat ze licht geven als ze in aanraking komen met oestrogeenachtige stoffen. Ik onderzoek of ze reageren op een aantal verdachte stoffen.

Ko de Haan (60) is in de zomer vaak te vinden in de registratieproefvelden voor aardappels van het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek (CPRO-DLO). Zijn afdeling doet onderzoek voor de registratie van nieuwe rassen van gewassen; zelf werkt hij aan granen en aardappels. Wie een nieuw ras kweekt, kan daar via het kwekersrecht geld aan verdienen. Kwekersrecht is een soort patentrecht voor nieuwe rassen. Dat wordt alleen toegekend als het ras zich inderdaad onderscheidt van bestaande rassen, en dat is wat wij onderzoeken. We hebben zo'n twintig bestaande rassen in een proefveld staan. De nieuwe rassen, ruim dertig per jaar, kweken we daartussen, zodat we kenmerken zoals hoogte en aantal knollen van verschillende planten kunnen vergelijken onder dezelfde groeiomstandigheden. Op basis van al die verschillen maken we een beschrijving van het nieuwe ras.

Stage in Peru

Eigenlijk zou ik voor een afstudeervak Rurale ontwikkelingssociologie naar een project in Burkina Faso gaan. Ik had al een opfriscursus Frans gedaan in Parijs. Twee weken voor mijn geplande vertrek ging dat project opeens niet door. Toen werd het Peru. Spaans sprak ik al en de cultuur van het Andesgebied kende ik door een stage in Ecuador. In de maand voor ik vertrok heb ik nog een onderzoeksvoorstel geschreven, maar dat moest ik ter plekke helemaal aanpassen

Uiteraard heb ik me ingelezen over Lichtend Pad. Ik wist dat ik naar een gebied ging waar de afgelopen jaren veel geweld was geweest, maar in Nederland kun je je daar toch weinig bij voorstellen. In Santa Barbara, een van de gemeenschappen waar ik onderzoek heb gedaan, zijn in een periode van veertien jaar honderden mensen vermoord. Veel mensen zijn gevlucht. Eigenlijk is het pas sinds drie jaar weer rustig en keren de inwoners weer terug

De inwoners vertrouwen niemand meer. Ze waren aanvankelijk heel gesloten en wantrouwend. Ze liepen liever de andere kant op als ik er aan kwam. Na een tijdje vonden de bewoners het fijn als ik kwam en werd ik overal voor uitgenodigd. Gewoon iemand die langs kwam!

Natuurlijk hoorde ik verhalen over het geweld. Zo sprak ik met een weduwe. Haar zwager had haar man en haar zoon vermoord. Vaak gaan zulke conflicten over land. Vroeger werkte bijna iedereen in een kwikmijn. Toen die werd gesloten gingen veel mensen alpaca's houden, een soort lama's, en ontstonden er conflicten. Het gebeurde nog al eens dat iemand zich aansloot bij Lichtend Pad en dat lidmaatschap gebruikte als een excuus om te moorden. Maar ook het leger heeft flink wat schuld. Een beschuldiging dat iemand lid was van Sendero Luminoso, Lichtend Pad, was al genoeg om iemand zo maar neer te schieten

Hoe ik het vertrouwen van de mensen heb gewonnen? Gewoon door steeds uit te leggen wat ik kwam doen en me aan mijn afspraken te houden

Het gebied waar ik werkte was ontzettend uitgestrekt. Ik woonde in Huancadeliva, een klein stadje in de buurt. Daarvandaan kon ik eigenlijk alleen te voet in Santa Barbara komen. Per dag liep ik wel zo'n dertig, veertig kilometer, bult op, bult af, op vierduizend meter hoogte. Dat was best zwaar. In het regenseizoen was het bovendien ontzettend koud, met veel sneeuw- en hagelbuien. Gewoon regenen doet het op die hoogte eigenlijk nooit. Ook was ik in het begin vaak ziek; diarree, wormen, dat soort ellende. Ik ben nu een maand terug en ik voel me nog steeds niet helemaal lekker


Per dag liep ik wel zo'n dertig, veertig kilometer, bult op, bult af, op vierduizend meter hoogte

DLO en universiteit stevenen af op winst


DLO dacht blijkens de begroting dit jaar tien miljoen gulden winst te maken, maar het agrotechnologisch instituut ATO kampt met tegenvallende inkomsten en stelt het resultaat vijf miljoen gulden naar beneden bij. Ook het dierkundig instituut ID-DLO stevent af op een flink tekort in de gewone bedrijfsvoering, maar dit instituut kan bogen op buitengewone baten van dezelfde orde. ID-DLO heeft te maken met de nasleep van de varkenspest, toen het instituut veel extra werk en personeel aannam

Toch is bestuurslid ir Kees van Ast tevreden over de financiële cijfers in het eerste jaar van het verzelfstandigde DLO. De instituten hebben meer greep op hun uitgaven dan een jaar geleden, merkt Van Ast, die tevreden constateert dat de financiële controle is toegenomen. Wel moeten de instituten hun opdrachten beter evalueren na afloop, om te bezien of de feitelijke tijdsbesteding overeenkomt met de geplande inzet voor een onderzoeksproject

De DLO-instituten die voor een groot deel van hun omzet zijn gericht op beleidsondersteuning van het ministerie van LNV, hebben hun orderportefeuille goed gevuld, constateert de managementrapportage van DLO. De instituten die veel opdrachten bij het bedrijfsleven moeten halen, zoals ATO en IMAG, blijven achter bij de verwachtingen. Bij het meeste onderzoek voor het bedrijfsleven financiert de overheid mee; volledige financiering door bedrijven komt bijna niet voor, stelt Van Ast

In tegenstelling tot DLO boert de universiteit beter dan het bestuur een jaar geleden voorzag. De begroting gaat uit van een kleine winst van twee miljoen gulden, maar de vacaturestop die in de herfst van vorig jaar van kracht werd heeft zo'n grote impact dat de universiteit dit jaar afkoerst op een rendement van veertien miljoen gulden. Dat is geen reden om achterover te zitten en soepel het bezuinigingsplan te hanteren, meent Van Ast. Want de interne kostenstructuur van de universiteit is nog niet op orde.

Maar het bestuur heeft ook geen behoefte om de verwachte meevallers te besparen, zodat het nu 2,5 miljoen gulden gaat investeren in achterstallig onderhoud van gebouwen. Te denken valt aan het vervullen van milieu- en veiligheidseisen en een beter onderkomen voor de fotowerkplaats Duotone. Voorts trekt het bestuur 2,5 miljoen gulden extra uit voor studiemateriaal, om de kwaliteit van het onderwijs zichtbaar te verbeteren, aldus Van Ast. De universiteit houdt vier miljoen achter de hand als sociale voorziening bij het ondernemingsplan en stort vijf miljoen gulden in haar innovatiefonds. De besteding van dit extra budget wil het bestuur grotendeels overlaten aan de departementen. We moeten meer werk maken van decentraal management, stelt Van Ast. A.S

Re:ageer