Wetenschap - 1 januari 1970

Bosbouwers zoeken alternatieven voor houtproductie

Bosbouwers zoeken alternatieven voor houtproductie

Bosbouwers zoeken alternatieven voor houtproductie

Tropische bossen leveren niet alleen hout, maar ook waardevolle producten als hars, noten, medicijnen, vetten en bamboe. Bedrijven die zich hierop richten mislukken echter vaak, zo bleek op een symposium van Stichting Tropenbos. En overheden kennen de commerciële mogelijkheden niet, waardoor ze te veel bos verkopen aan houtexploitanten


De exploitatie van zogeheten niet-hout-bosproducten - NTFP's in jargon - is geen nieuw fenomeen. Bamboe wordt in Azië al eeuwenlang op grote schaal gebruikt voor meubelen, voor huizen, en voor het verwerken en drogen van tabaksbladeren. In Brazilië verrees een paar jaar geleden een grote palmolie- en notenindustrie, en langs de moerassige kusten van Ecuador, Mexico, en India groeit het aantal garnalenkwekerijen. Hoewel tal van commerciële successen zijn aan te wijzen, mislukken ook veel initiatieven. Daarnaast is vaak sprake van overexploitatie van de natuur, zelfs zo erg dat juist daardoor ondernemingen failliet gaan. Zo verging het vele garnalenkwekerijen en palmolie-exploitaties in Zuid-Amerika

Om de kans van slagen van een nieuwe onderneming te vergroten, is kennis nodig van de marktvraag, de productprijzen, de exploitatiekosten en de ecologische limieten. De inheemse bevolking beschikt vaak niet over de vereiste expertise en middelen om zulke informatie te verkrijgen. Ook is het niet vanzelfsprekend dat de overheid de bevolking hiermee helpt

Bosbouwers, ecologen en economen kunnen deze ondernemingen helpen, zo meent de in Wageningen gevestigde Stichting Tropenbos. Afgelopen week hield ze een seminar waarin deze onderzoekers antwoord probeerden te geven op vragen als: draagt de exploitatie van NTFP's toe aan duurzaam bosbeheer? Voor welke NTFP's is er een groeiende markt? En hoe verhoog je de kans op succes in commercieel en ecologisch opzicht?

Guyana

Ecoloog drs Tinde van Andel van het Utrechtse Herbarium ontdekte bijvoorbeeld dat hoewel het binnenland van Guyana rijk is aan palmen, medicinale planten en andere commercieel interessante bosproducten, de inheemse bevolking zich niet van deze kansen bewust is. De overheid heeft tot nog toe weinig in kaart gebracht van de verscheidenheid aan NTFP's in de uitgestrekte regenwouden van het land, laat staan marktonderzoek gedaan. In plaats van te streven naar duurzaam bosbeheer draagt de overheid steeds meer land over aan houtkap- en mijnbouwbedrijven

Van Andel vond alleen al in het noorden van Guyana 340 medicinale plantensoorten. Er is in Guyana een enorm potentieel voor exploitatie van medicinale planten. Westerse farmaceutische bedrijven die aan bioprospecting doen, zijn gelukkig nog niet gearriveerd. Als Guyana zelf medicijnen gaat maken, kan het land veel geld verdienen.

Ook ziet Van Andel een grote markt voor meubels van nibi- en kufa-wortels. Deze planten groeien in het Guyaanse regenwoud en zijn te vergelijken met rotan. Op bescheiden schaal worden er al meubels van nibi en kufa gemaakt. Maar volgens Van Andel is verdere groei mogelijk. De bedrijven kunnen de meubels afzetten in het Caribisch gebied, waar het toerisme hoogtij viert. Ook vanuit ecologisch perspectief is nibi- en kufa-exploitatie gunstig voor het regenwoud. De luchtwortels klampen zich vast aan bomen die alleen in primair regenwoud voorkomen. Exploitatie van de wortels betekent dus tegelijkertijd bescherming van de woudreuzen en de ontelbare dier- en plantensoorten die hiervan afhankelijk zijn, aldus Van Andel

Chocolade

Ook in Zuidoost-Azië biedt de exploitatie van niet-houtproducten perspectieven. Dr. Johan van Valkenburg, werkzaam bij de Wageningse afdeling van de PROSEA Foundation (Plant Resources of South-East Asia), verrichtte van 1992 tot 1996 onderzoek naar mogelijkheden voor commerciële oogst van niet-houtproducten in Oost-Kalimantan, Indonesië. Hij concludeert dat de extractie van producten als rotan of noten uit het primaire regenwoud minder geld oplevert dan productiebos. Maar de producten kunnen wel een economische stimulans zijn om het regenwoud te beschermen. Ze kunnen immers de vele kleine boeren in het gebied een extra inkomstenbron bieden

Van Valkenburg: Er is nog steeds een grote wereldmarkt voor rotan. En misschien zullen illipe-noten en illipe-vet in belang stijgen, nu de restricties op verwerking in chocolade recentelijk verlicht zijn. Lokaal is er een groeiende markt voor vruchten en mogelijk voor medicinale planten. De economische crisis stimuleert de vraag naar traditionele medicijnen, omdat westerse medicijnen te duur worden.

De keuze voor niet-houtproducten in plaats van hout is geen garantie voor duurzaam bosgebruik: overexploitatie komt ook dan vaak voor. Ecoloog dr Sip van Wieren van de LUW-sectie Natuurbeheer pleit voor het gebruik van planten die veel in het gebied voorkomen, zoals bepaalde palmen. Van Valkenburg noemt een groot regeneratievermogen van de plant als voorwaarde. Van belang is volgens Van Andel ook de wijze van oogsten. In Brazilië wordt de regeneratie van palmen geblokkeerd omdat de palmenplukkers ook de heel kleine, jonge palmpjes kappen. In Guyana daarentegen nemen de palmoliefabrieken de kleinste palmen om die reden niet aan

Om overexploitatie te voorkomen, moeten oogsters ook afspraken met elkaar maken, meent Van Andel. In Guyana zouden de palmoogsters moeten samenwerken om een minimale palmprijs af te dwingen. Nu is iedereen concurrent van elkaar. Daardoor gaan de prijzen naar beneden, wat weer leidt tot wildoogst. H.B

Directeur Le Pair verlaat onderzoeksfinancier STW

Re:ageer