Wetenschap - 1 januari 1970

Bosbouwers realiseren internationaal onderwijs door heel Europa

Bosbouwers realiseren internationaal onderwijs door heel Europa

Bosbouwers realiseren internationaal onderwijs door heel Europa


Dankzij het SILVA-netwerk, dat getrokken wordt door Wageningse bosbouwers,
is hechte samenwerking ontstaan tussen universiteiten in Europa op
onderwijs- en onderzoeksgebied. Wageningse docenten geven colleges in
Spanje en Zweden en studenten uit heel Europa moeten in de toekomst via
internet samen internationale colleges kunnen volgen.

De Virtual Forestry Academy is het jongste plan van het netwerk van
bosbouwers. Het moet de verschillende expertises van de ruim dertig
bosbouwfaculteiten in Europa nog meer tot hun recht doen komen. ,,Het idee
is om cursussen aan te bieden voor studenten uit heel Europa, waarbij een
docent voor een inleidende en een slotsessie wordt uitgenodigd, terwijl het
tussenliggende deel via e-mail en internet gebeurt. Het staat nog in de
kinderschoenen, maar het SILVA-netwerk maakt het mogelijk om hiermee te
experimenteren’’, zegt prof. Frits Mohren, hoogleraar Bosecologie en
bosbeheer aan Wageningen Universiteit.
Het SILVA-netwerk (European Forest Science Academic Network) is in 1989
opgericht, voortvloeiend uit een Erasmus-uitwisselingsprogramma. Het
initiatief kwam van universitaire docenten, waaronder dr. Pieter Schmidt
van Wageningen Universiteit. Hij was voorzitter van het netwerk tot 1997.
Vooral de laatste jaren is er schot gekomen in de samenwerking op
onderwijsgebied. Zo is in 2001 de Msc-opleiding European Forestry gestart,
waaraan vijf universiteiten met een bosbouwopleiding meedoen, waaronder
Wageningen Universiteit en universiteiten in Finland, Zweden, Oostenrijk en
Spanje. De Msc-studenten volgen onderwijs aan meerdere universiteiten van
hun keuze en geven zo een internationale dimensie aan hun opleiding.
Schmidt, die enkele jaren heeft gestoken in het opzetten van de opleiding,
ontving op 5 april de eerste SILVA-award voor zijn inzet voor
internationalisering van het bosbouwonderwijs in Europa.
Studenten reizen dankzij het SILVA-netwerk voor hun studie door Europa,
maar ook de mobiliteit van docenten is groter geworden, vertelt Mohren.
,,Voor de Europese bosbouwopleiding geef ik bijvoorbeeld colleges in
Spanje. Mijn collega dr Andreas Ottitsch van de leerstoelgroep Bos- en
natuurbeleid geeft colleges in Zweden. Een Spaanse collega uit Barcelona
geeft ieder jaar in Wageningen colleges over mediterrane bossen.’’
Voor bos- en natuurbeheer is het belangrijk over de grens te kijken, stelt
Mohren. ,,Je kunt dit vak niet leren door alleen binnen Nederland te
kijken.’’ De internationale dimensie van de opleiding behelst onder meer
het EU-bosbeleid en wetenschappelijk onderzoek naar grensoverschrijdende
luchtvervuiling in bosrijke gebieden.
Mohren signaleert een trend die haar weerslag heeft op al het bosonderzoek
in Europa. ,,We zien een verbreding van traditionele bosbouwopleidingen
naar ‘natural resource management’.’’ Daarmee verbreden de bosbouwers hun
aandachtsveld aanzienlijk. De traditionele aandacht voor houtproductie en
bosecologie verschuift naar allerlei vraagstukken over bos- en
natuurbeheer, van de planning van recreatieterreinen tot aan beheer van
vogelpopulaties in bossen. ,,We zijn daar in Wageningen heel ver mee, we
lopen daarmee beslist voorop in Europa. Je ziet hetzelfde nu gebeuren in
Scandinavië, Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk.’’
De verschuiving naar het brede natural resource management geeft mogelijk
een impuls aan de studentenaantallen. Want de bosbouwopleidingen hebben van
oudsher nooit erg grote studentenaantallen getrokken. |
H.B.

Re:ageer