Wetenschap - 1 januari 1970

Bosaanleg op landbouwgrond

Bosaanleg op landbouwgrond

Bosaanleg op landbouwgrond

De stichting Bos en Hout constateert dat de regeling Stimulering Bosaanleg op Landbouwgronden niet het gewenste resultaat oplevert in de Randstad. In andere delen van Nederland werkt de stimulering van bosaanleg wel. Maakt het veel uit waar die nieuwe bossen komen?


In de Randstad is de behoefte aan bos als recreatiemogelijkheid groot. Als je bossen aanlegt in de buurt van dichtbevolkte gebieden, verminder je bovendien het recreatieve verkeer. Dan pakken mensen makkelijker de fiets

Na het strand is het bos het meest geliefde recreatiegebied, vooral voor mensen die kort willen recreëren, een middag of een uurtje wandelen, fietsen of de hond uitlaten

Bosaanleg is een efficiënte manier om te voorzien in de recreatiebehoefte van mensen. Per hectare kun je relatief veel mensen rust en ruimte bieden. Als je twee bospaadjes evenwijdig aan elkaar op honderd meter afstand aanlegt, zien mensen elkaar al niet meer. Laat je de paadjes kronkelen, dan verlies je de mensen die voor je lopen al snel uit het zicht. In een open landschap krijgen mensen veel eerder het gevoel dat het vol is

De regeling Stimulering Bosaanleg op Landbouwgronden is economisch onaantrekkelijk in de Randstad. Als een boer zijn land beschikbaar houdt voor een mogelijke stadsuitbreiding kan hij daar veel meer aan verdienen. Is de bestemming van de grond eenmaal veranderd, dan gaat dat niet meer

Een probleem is ook dat er oon standaardbeloning is voor heel Nederland. Dat bedrag is in Noord-Nederland heel concurrerend. De grondprijs is daar lager. Als een boer in het noorden zijn land verkoopt en het geld op de bank zet, dan krijgt hij per hectare minder aan rente dan hij jaarlijks aan subsidie zou krijgen. En een boer die graan verbouwt heeft waarschijnlijk per hectare ook een lagere opbrengst. Maar in de Randstad kan een boer per hectare veel meer aan zijn land verdienen. De grondprijs is hoger en er zitten meer veetelers, die een hogere opbrengst per hectare halen. Het ministerie wil nu de regeling veranderen. Een mogelijkheid is de regeling te differentiëren naar regio

De huidige regeling heeft twee varianten: de aanleg van tijdelijk of van permanent bos. Voor tijdelijk bos krijg je een lager subsidiebedrag, maar je mag er na vijftien jaar weer gaan landbouwen. Dat is vooral zinvol als je bos aanlegt voor de houtproductie; voor de recreatie wordt het bos na vijftien jaar pas interessant. Voor permanent bos is het subsidiebedrag iets hoger, maar dan krijgt het de bestemming bos

Typisch is dat boeren bijna altijd kiezen voor de permanente variant. Vermoedelijk zijn dat boeren die op het punt staan hun bedrijf te beëindigen, bijvoorbeeld omdat ze geen opvolger hebben. Die kiezen uiteraard voor het hogere bedrag

Re:ageer