Wetenschap - 1 januari 1970

Bommen

Bommen

Bommen


,,De kleedkamers zijn leeg, we kunnen beginnen’’, zegt een Thymos-
bestuurder als hij de grote zaal van sporthal De Bongerd weer binnenstapt.
Ongeveer zeventig studenten, overwegend meiden, staan er deze woensdagavond
om halfnegen te wachten op het begin van een avondje Bewegen Op Muziek,
kortweg ‘bommen’. Ze dragen allerlei varianten sportieve kleding, van korte
broek met T-shirt tot aerobicsoutfits en drommen wat afwachtend in groepjes
bij elkaar in de zaal. De grote tl-balken aan het plafond zijn voor de
verandering uit gelaten. In plaats daarvan staan enkele gekleurde lampen op
een standaard te knipperen. Het schermlicht geeft een beschermd gevoel.
Als de eerste instructrice een klein podium opklimt om de warming-up te
gaan geven verspreidt de groep zich over de zaal. De muziek gaat aan en
door een microfoon vertelt ze wat je moet doen. ,,March op rechts, één,
twee, drie, vier, en lurch, lurch’’. Dat laatste blijkt een zijwaartse
beenbeweging te zijn. De intensiteit waarmee de deelnemers op hun plek
marcheren verschilt. Enkelen hebben duidelijk eerder op stampende Latijns-
Amerikaanse muziek allerlei stapjes gedaan en pikken de opeenvolgende
opdrachten makkelijk op. Aan het eind worden alle commando’s achter elkaar
geplakt en ontstaat een soort dansje.
Na een half uur is iedereen wel warm gemarcheerd en kan er worden uitgerust
bij een demonstratie steps aerobics. Acht studentes in strakke zwarte
broeken en rood T-shirt stappen op de maat van de muziek wat rond op, over
en naast een plastic verhoging van ongeveer twintig centimeter. Hun lerares
Ellen van Kalsbeek staat aan de zijkant te souffleren. Met ingehouden
bewegingen herinnert ze de meiden aan de armbewegingen en pasjes die ze
tijdens haar lessen hebben ingestudeerd. De vriendinnen Ewa Kaczmarczyk en
Ruta Mirinaitê zitten er op de grond naar te kijken. Waarom zijn ze hier
vanavond? ,,Het is een leuke manier van bewegen. Na fitness voel ik me als
een steen, maar na aerobics voel ik me heerlijk los’’, vertelt Ruta. Voor
Ewa is het vooral de lol van het bewegen en de muziek. ,,En je kunt de
bewegingen die je leert ook gebruiken als je uitgaat.’’
Het volgende onderdeel van deze internationale dansavond blijkt neer te
komen op lekker hupsen op Indiase en Israëlische muziek. De vrouw van een
Wageningse volksdansgroep die de les geeft, staat vaak met haar rug naar de
zaal toe waardoor iedereen haar makkelijk kan volgen. Bij een ingewikkeld
lijkende draai zegt ze ook gewoon dat iedereen er maar wat van moeten
maken. ,,Als je maar met je gezicht aan de andere kant uitkomt.’’ Alleen de
zaaiende beweging die tijdens de Indiase dans met de rechterarm gemaakt
moest worden leidde tot verwarring. Het denkbeeldige zaad vloog alle kanten
op. ,,Nee dat zaaien wilde er niet in, ‘’ geeft Jewa Reichart later toe. Ze
had vaak om zich heen gekeken hoe goed of slecht het bij anderen ging. ,,Je
vraagt je namelijk toch af of je de enige bent die voor lul staat’’, aldus
Jewa, eerstejaars student Biologie.
Tegen tienen start de workshop Afrikaanse dans. De uit Mozambique
afkomstige docente begint met het uitdelen van sfeerverhogende Afrikaanse
lappen en de deelnemers stellen zich in een wijde kring rond haar op. De
groep volgt haar bewegingen: heupwiegen, bekken kantelen, uitstappen,
stampen en een bevrijdend rondje rennen. Om de wereldreis door de dans
compleet te maken is er tot slot een les oriëntaals dansen, buikdansen dus.
Krap de helft van het aantal mensen dat bij het begin aanwezig was, is dan
nog over. Neel Fleuren is één van degenen die stopten. Ze haakte af tijdens
de Afrikaanse dans. ,,Ik ben er te stijf voor’’, vertelt ze in de
kleedkamer. Neeltje Suijkerbuijk en Sjenieka Wink vonden het genoeg na de
Afrikaanse dans. Ze zagen zichzelf niet buikdansen en zitten nu aan de kant
geïnteresseerd te kijken naar de bewegingen van de docente. ,,Je kunt zien
dat zij met haar heupen schudt en de rest met hun billen’’, aldus Neeltje.
Het leukst vonden de vriendinnen het Afrikaans dansen. ,,Ik luister thuis
ook naar die muziek’’, zegt Sjenieka. De rest beviel hen vanwege het gedoe
met pasjes minder.
De enkele jongen die de avond bezocht was overigens al binnen een uur
verdwenen. Veel meiden zijn niet verbaasd. Sjenieka: ,,Nederlandse jongens
zijn bang om te dansen. ’’ ,,En ze zijn stijf’’, vult Neeltje haar aan.
,,Misschien moet er eens een avond voor vrouwen met partner worden
georganiseerd’’, aldus Sjenieka.
Yvonne de Hilster, foto Guy Ackermans

Re:ageer