Organisatie - 19 september 2019

Bommen op Wageningen

tekst:
Roelof Kleis

Een vergissingsbombardement op woonwijk de Sahara maakte op 17 september 1944 een einde aan het leven van veertig Wageningse burgers. Ooggetuige en voormalig WUR-medewerker Co de Bruijn verloor die dag zijn moeder. Sinds deze week is er een monument.

De Wageningse wijk de Sahara werd in september 1944 bij vergissing door de geallieerden gebombardeerd. Op de luchtfoto zijn verwoeste huizen en talloze bomkraters te zien.

tekst Roelof Kleis

‘Het was een prachtige herfstdag. Zo eentje met nevels tussen de bomen en een mooie blauwe lucht.’ Co de Bruijn (83) vertelt het alsof het gisteren was. Toch is de dag die hij beschrijft al 75 jaar voorbij. ‘Het was wel druk in de lucht met vliegtuigen’, herinnert hij zich. Die zondag, 17 september 1944, begon de Slag om Arnhem. De bevrijding na vier jaar Duitse overheersing hing in de lucht. ‘Ik weet nog dat mijn moeder ’s ochtends opgewonden riep: jongens, jongens, de Tommy’s (Britse soldaten, red.) komen.’

Kastanjes rapen

Co de Bruijn is op dat moment 8 jaar. Hij is de tweede van vier zonen van Evert de Bruijn (destijds 44), griffier van het kantongerecht in Wageningen, en Didy Vonk (36). Evert bezoekt die morgen samen met zijn oudste zoon Jan (10) de kerkdienst. Moeder Didy blijft vanwege de onrust thuis met Co en zijn broertjes Rudy (7) en Dicky (4). Maar het is veel te mooi weer om binnen te zitten. ‘Het was mijn idee’, vertelt De Bruijn, ‘om samen met Rudy kastanjes te gaan rapen aan de Rijksstraatweg (nu Generaal Foulkesweg, red.). Mijn jongste broertje Dicky wilde ook mee. En het mocht! Dat was nieuw, hij was nog maar vier. Ik hoor mijn moeder nog zeggen: “En goed oppassen, hè”. Het is waarschijnlijk zijn redding geweest.’

Als de jongens aan het rapen zijn, breekt plotseling de hel los. ‘Bommen dreunen, bomscherven en afgerukte takken vliegen in het rond, huizen staan overal in vuur en vlam, we horen gekerm en geschreeuw’, beschrijft De Bruijn het inferno in het verhaal dat hij afgelopen dinsdag voorlas bij de onthulling van het monument voor de slachtoffers van het bombardement aan het Ericaplein. De jongens zoeken dekking in de goot van de Westbergweg.

Dat hij mee mocht kastanjes rapen, is waarschijnlijk mijn broertjes redding geweest

Oud-WUR-medewerker Co de Bruijn was 8 toen zijn moeder omkwam bij het bombardement op de Wageningse wijk de Sahara.
Oud-WUR-medewerker Co de Bruijn was 8 toen zijn moeder omkwam bij het bombardement op de Wageningse wijk de Sahara.

Muur weggeslagen

Co de Bruijn ziet zijn moeder nooit meer. Haar zwaar gehavende lichaam wordt buiten voor de deur van de bijkeuken gevonden. De muur van de bijkeuken is weggeslagen, maar de afwas staat nog onbeschadigd op het druiprek, schrijft Reinder Elders in het boekje Bommen en Bouwen op de Wageningse Berg. Dat verscheen een kwart eeuw geleden, vijftig jaar na het bombardement, dat tot dan toe vrijwel vergeten was.

Het gezin De Bruijn wordt geëvacueerd en komt terecht op een boerderij in Voorthuizen. Daar ontdekt Co het boerenleven. ‘Ik was er weg van. De boer zei tegen mijn vader: die jongen moet boer worden, het zit er helemaal in.’ Nog jaren na de oorlog brengt De Bruijn de zomervakanties door op de boerderij, maar het wordt al snel duidelijk dat boer worden er niet in zit. ‘Dan moet je vermogen hebben, en dat was er niet.’

Co’s vader Evert hertrouwt na de oorlog en krijgt een aanstelling bij het Arnhemse kantongerecht. Er worden nog twee kinderen geboren. Dan komt de volgende klap, als Evert op 49-jarige leeftijd plotseling overlijdt aan een hartstilstand. ‘Dat waren kommervolle tijden. Mijn stiefmoeder, alleen met zes kinderen en zonder fondsen om op terug te vallen.’

Ericalaan na het bombardement.
Ericalaan na het bombardement.

Positieve levenshouding

Co de Bruijn wordt geen boer, maar het groen blijft trekken. Na de mulo, de middelbare tuinbouwschool en de Nederlandse Hout Academie vindt hij in Wageningen emplooi als beheerder van het Herbarium van de Landbouwhogeschool. Hij werkt uiteindelijk bijna 40 jaar voor WUR. In die tijd groeit de plantencollectie enorm. ‘Van minder dan 100.000 planten toen ik begon naar zo’n 500.000-600.000 toen ik vertrok.’ Inmiddels bestaat het Wageningse Herbarium niet meer; de collectie is verhuisd naar Naturalis in Leiden.

Het voortijdige verlies van zijn moeder en vader hebben natuurlijk sporen nagelaten, maar Co de Bruijn kijkt niet om in verbittering. De gebeurtenissen maakten hem vooral vastberaden om positief in het leven te staan. ‘Wat is gebeurd, is gebeurd. De dingen zijn niet te veranderen. Dan kun je bij de pakken gaan neerzitten, maar dat lost niks op. Je moet initiatief nemen en er zelf iets van maken. En dat heb ik gedaan. Ik ben een selfmade man. Mijn leven kent min- en pluspunten, maar de pluspunten zijn ver in de meerderheid.’

Afgelopen dinsdag was De Bruijn bij de onthulling van het nieuwe monument in de Sahara. ‘Ik heb er geen moeite mee om in de wijk te zijn. Ik kan er goed rondlopen. Toch merk ik wel dat het me veel doet. Ik ben blij dat er eindelijk een monument is.’

Ondergedoken hoogleraar verliest vrouw en kind

Woonwijk de Sahara op de Wageningse berg, grenzend aan het Belmonte Arboretum, was in 1944 nog relatief jong. Diverse hoogleraren van de Landbouwhogeschool hadden er hun intrek genomen. Op zondag 17 december van dat jaar, om 11.37 uur, troffen 160 scherfbommen de wijk. Het was een vergissing; de bommen waren bedoeld voor het Duitse afweergeschut dat 500 meter verderop bij het Lexkesveer stond.

Alle hoogleraren die in de wijk woonden, overleefden het bombardement, maar hoogleraar Organische Chemie Simon Olivier verloor zijn vrouw Maria Haitsma en hun 19-jarige zoon Tim. De twee werden gedood voor hun woning aan de Bergstraat 14, nu Boeslaan 14. Olivier zelf woonde op dat moment op een geheim adres in de Betuwe. Hij was in juli 1941 opgepakt omdat hij Duitse aanplakbiljetten van de ramen van het hoofdgebouw van de Landbouwhogeschool liet verwijderen. Hij zat elf maanden vast, onder meer in concentratiekamp Amersfoort, en dook na zijn vrijlating onder. Olivier werd de eerste naoorlogse rector magnificus van de Landbouwhogeschool. Hij bleef tot zijn dood in 1961 wonen in het huis aan de Bergstraat.


Re:ageer