Wetenschap - 1 januari 1970

Bomen over wetenschap

Ik schrijf dit met enige schroom onder mijn eigen naam. Waarom? Omdat ik vrees dat ik na een dag hard werken in het laboratorium onderweg naar huis word getroffen door een boom die precies mij en mijn fiets plet. Deze boom valt precies op dat moment, met de intentie mij te vernietigen. Een boom met een wil? Jazeker, in Wageningen schijnt dat te kunnen.

Ik werk aan Wageningen Universiteit als wetenschappelijk onderzoeker, en ik heb in de Volkskrant (25 maart, Kennis, pagina 3) gelezen dat een nieuwe docent Iteke Weeda opvolgt. Dat is jammer, het is een gemiste kans. Iemand die 'White Bull' aanroept heeft voor mij te veel van z'n rode broer gedronken, en kan ik moeilijk serieus nemen als wetenschappelijk gelijkwaardige discussiepartner. Ik vind dat je levensovertuiging niet mag mengen met wetenschap, het is net zoiets als de scheiding van kerk en staat. Religie: in principe niets mis mee, maar laat je er niet door leiden als wetenschapper. Jouw God lost heus die differentiaalvergelijkingen niet voor je op. Wanneer je ze zelf hebt opgelost mag je je God er natuurlijk wel voor danken, zolang je mij hiertoe niet wilt overhalen. Energie voelen van je collega's of van bomen: daar gaat de schoen echt wat pijnlijker wringen.
Binnen een wetenschappelijk instituut hebben we nu eenmaal met elkaar afgesproken dat we ons aan bepaalde regels houden. De aard van wetenschap staat wel toe die regels voortdurend ter discussie te stellen en op te rekken. Centraal staat daarbij het begrip discussie. Het probleem van een discussie over 'boom-energetica' of 'chanelling' is vaak een weigering de begrippen goed te benoemen. Duidelijkheid ligt ten grondslag aan een goede discussie: waar hebben we het eigenlijk over? Wat bedoel je nu met de 'energie' van een boom en, kunnen we misschien praten over het meten ervan of is dit nog te ver weg? Het vaak gegeven principiële antwoord dat je sommige zaken nu eenmaal niet kunt meten, bevredigt niet. Als je het kunt waarnemen, immers je 'voelt' die 'energie', dan is het dus meetbaar. Waarnemen is niets anders dan een soort meten met zintuigen. Als we het hebben over ESP (buitenzintuiglijke waarneming, overigens een contradictio in terminis) hebben we het nog steeds over een beleving in de persoon, van iets buiten de persoon. Het 'iets' buiten de persoon mag eventueel ook ter discussie staan, maar dan vervallen we al snel in solipsisme.
Een wetenschapsfilosofische discussie is mogelijk mits je het erover eens wordt waar je eigenlijk over discussieert. 'Energie' van bomen moet dus omschreven worden in termen die het een gesprekspartner mogelijk maakt mee te praten. Als we ons willen beperken tot een 'je kunt het alleen zelf ervaren', dan hebben we het over een persoonlijke overtuiging, en sluiten we elke discussie uit. Dat is ook in orde, maar dan hoort het dus niet thuis in een wetenschappelijk instituut. Alleen in een college wetenschapsfilosofie zou het ter sprake kunnen komen, en verworpen kunnen worden bij het streven naar wetenschappelijke kennis.
In een artikel in Wb9 (16 maart) staat een interview met Anouk Brack, Weeda's opvolgster. Hierin wordt geciteerd: 'Wat vaak wordt vergeten is dat wetenschap begint met inzichten van de intuïtieve rechterhersenhelft’ en 'We don’t see things as they are, we see things as we are'. Ik twijfel geen moment aan die uitspraken, immers 'emotie is de bron van veel kennis', en ik vind dat elke goede wetenschapper zich dit moet realiseren. Maar, dit is gewoon filosofie en psychologie, dit heeft niets te maken met zaken als 'bomen-energetica' of chanelling.
Ook spreekt Brack over 'intuïtieve intelligentie'. Nu, dat zijn woorden waar ik als psycholoog de betekenis van ken. Ik kan daar college over geven en het zijn uitermate boeiende onderwerpen. Ik heb alleen het gevoel dat als ik de colleges van Brack hierover ga volgen, ik niet herken waar het over gaat. Ik denk dat zij een andere betekenis geeft aan de woorden intuïtie en intelligentie. Het zal dan onmogelijk voor mij zijn om een inhoudelijke discussie aan te gaan over deze begrippen. Hiermee staat het bestaansrecht van het vak aan een wetenschappelijk instituut ter discussie. Of ik ontslagen moet worden of Brack, wil ik even in het midden laten. Ik laat het wetenschappelijke instituut maar kiezen.

Dr. Garmt Dijksterhuis

Re:ageer