Wetenschap - 28 juni 2007

Boereninkomens flink gestegen in 2006

De Nederlandse landbouw deed het goed in 2006. Boeren hadden gemiddeld een hoger inkomen doordat ze hogere prijzen kregen voor hun producten, en meer subsidie. Dat staat in het Landbouw Economisch Bericht dat het LEI jaarlijks rond deze tijd publiceert.

Veel Nederlandse boeren en tuinders hebben in 2006 goed geboerd, meldde het LEI dinsdag 26 juni op een persconferentie in Den Haag. Gemiddeld verdienden agrarische bedrijven een jaarinkomen van 68 duizend euro, wat meer is dan in de vijf jaar daarvoor. Het gemiddelde bedrijfsinkomen per arbeidskracht is in de sector hiermee weer ongeveer op het peil van 2001.
Bijna een kwart van de inkomsten komt uit activiteiten buiten het eigen bedrijf, bijvoorbeeld van werk van de partner. En niet iedereen verdiende goed: drie op de tien boerenhuishoudens verdienden minder dan 25 duizend euro. Daar staat tegenover dat 15 procent een inkomen had van meer dan 100 duizend euro.
De inkomensstijging was vooral toe te schrijven aan de hogere prijzen voor landbouwproducten. De prijzen stegen door tegenvallende productie in Europa. De kosten stegen ook, maar minder sterk dan de opbrengst. Bovendien gingen de subsidies omhoog. De verbetering deed zich in de meeste sectoren voor. Het bedrijfsinkomen van de intensieve varkenshouders, toch al hoog, steeg verder tot gemiddeld 83 duizend euro. Maar ook de inkomens van akkerbouwers, glastuinbouwers en fruittelers stegen. Minder goed deden melkveehouders het, en ook in de veenkoloniale akkerbouw liepen de resultaten verder terug. Het aantal land- en tuinbouwbedrijven in Nederland daalde in 2006 met 2,9 procent tot onder de 80 duizend.
De milieubelasting door de landbouw is de laatste decennia afgenomen, maar de laatste jaren is die daling gestagneerd. Dat geldt voor de emissie van broeikasgassen en ammoniak, die de laatste jaren nauwelijks meer afnam. Het gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen nam zelfs weer iets toe.
Door de hoge energieprijzen liggen er voor de landbouw kansen op het gebied van energieproductie, stelt het LEI. Dat kan in Nederland goed door energieproducerende tuinbouwkassen, maar minder goed door de teelt van gewassen die als biomassa gebruikt worden voor energiewinning. Nederland heeft daar te weinig en te dure landbouwgrond voor. Bovendien waarschuwt het LEI dat energie uit biomassa wel vernieuwbaar is, maar niet altijd duurzaam.
Internationaal gezien vormt de opkomst van de energiegewassen wel een belangrijke trend, signaleert het LEI. Naast de stijgende vraag naar vlees en zuivel in opkomende economie├źn, zijn de energiegewassen een van de oorzaken van de wereldwijde stijging van de vraag naar agrarische producten.
Een andere belangrijke trend die het LEI ziet in de wereldverhoudingen op het gebied van landbouw, is de klimaatverandering. Vooral de landbouw in tropische landen zal als gevolg van de klimaatverandering steeds meer te maken krijgen met waterschaarste, waardoor een verscherping van de mondiale tegenstelling tussen arm en rijk in de landbouw dreigt. Trends als deze stonden ook centraal op de klantendag die het LEI aansluitend aan de presentatie van het Landbouw Economisch Bericht organiseerde voor haar relaties.

Re:ageer