Wetenschap - 28 januari 2020

Boeren met stedelijke mest

tekst:
Roelof Kleis

Stadslandbouw zou een deel van de menselijke poep en plas goed kunnen hergebruiken, laat onderzoek van milieutechnoloog Rosanne Wielemaker zien.

©Shutterstock

Duurzaam omgaan met kostbare grondstoffen staat of valt met het sluiten van kringlopen van nutriënten. Rosanne Wielemaker onderzocht in dat kader de koppeling van vraag en aanbod van mest in de stad. Concreet: de koppeling van stadslandbouw aan nieuwe toiletconcepten in de stad. Die combinatie is op dit moment nog een theoretische exercitie.

Verboden
Het is in Nederland verboden om gewonnen nutriënten uit plas en poep te gebruiken voor de teelt van eetbare producten. Daar komt bij dat er in ons land geen gebrek aan mest is, maar juist een teveel. Voor Wielemaker vormt dat laatste geen belemmering. ‘Als je woont in een land waar het veel regent, laat je toch ook de kraan niet open staan. Deze combi biedt de mogelijkheid om op de kleinste schaal nutriënten terug te brengen naar de landbouw, met zo min mogelijk transportkosten en zo min mogelijk verliezen onderweg.’

proefschriftwielemaker.jpg

Wielemaker nam als voorbeeld de stad Amsterdam. Met een zelf ontwikkeld model bracht ze plekken in kaart waar de meeste nutriënten kunnen worden ‘geoogst’. Daarbij lag de focus op fosfor. Tal van variabelen spelen daarbij een rol. Waar verblijven mensen en hoe lang daar, hoe vaak gaan ze naar het toilet en hoeveel en welke nutriënten levert dat op. Wielemaker: ‘Als je bijvoorbeeld pure urine wilt verwerken, moet je in de Heineken Music Hall zijn.’

Hotspots
Die zoektocht leverde 193 hotspots op, gebouwen waar veel fosfor wordt geproduceerd. Die gebouwen zijn goed voor 10 procent van de jaarlijkse fosforvracht van de stad. Het gaat dan om gebouwen als het Rijksmuseum, het ziekenhuis AMC en de flats in de Bijlmer. Het model koppelde die hotspots vervolgens aan de dichtstbijzijnde percelen met (stads)landbouw binnen de gemeente.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Stadslandbouw gebruikt teveel mest
Stadslandbouwers zijn weinig duurzaam bezig. De akkers in de stad zijn zwaar overbemest. Dat blijkt uit onderzoek van Wielemaker naar het nutriëntenbeheer van 25 grondgebonden stadsakkers. Gemiddeld bleek de bemesting veel hoger dan de gewassen nodig hadden. In cijfers: 2,5 keer teveel kalium, 4,5 keer teveel stikstof en 6 keer teveel fosfor, vergeleken met de toepassingslimieten voor reguliere landbouw.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Dat klinkt simpeler dan het is. Binnen de gemeentegrenzen zijn 2312 landbouwlocaties, waarvan 43 te boek staan als stadslandbouw. Het vinden van de juiste combinatie hangt van tal van factoren af. Elke vorm van landbouw stelt zijn eigen eisen aan de gebruikte mest, en elke bron van mest heeft zijn eigen samenstelling van nutriënten. Het bij elkaar brengen van vraag en aanbod is precisiewerk. En daar valt volgens Wielemaker nog veel werk te doen.

Toekomst
Ondanks de moeilijkheden en (nu nog) onmogelijkheden, ziet Wielemakers toekomst in de combi tussen stadslandbouw en stedelijke mest. ‘De voorraad aan nutriënten als fosfor en kalium in de wereld zijn eindig. We hebben op den duur alle beschikbare nutriënten nodig. In een wereld die koerst op kringlooplandbouw moet je ook deze kringloop sluiten.’


Re:ageer