Wetenschap - 1 januari 1970

Boeren in zuidelijke Sahel vechten tegen korstvorming

Boeren in zuidelijke Sahel vechten tegen korstvorming

Boeren in zuidelijke Sahel vechten tegen korstvorming

Al meer dan twintig jaar werken Wageningse bodemkundigen in Burkina Faso en Mali. Niet de dreigende verwoestijning in het noorden van de Sahel, maar vooral de korstvorming in het zuiden vormt een uitdaging voor de wetenschappers


Geiten die het laatste groen afknabbelen van verpieterde struiken in een troosteloos woestijnlandschap; de Sahara die oprukt naar het zuiden. Dat beeld van de Sahel behoeft bijstelling, vindt dr Herman van Keulen van het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO). Het gevaar van bodemdegradatie is in het natte zuiden van de Sahel groter dan in het droge noorden

De geringe regenval maakt het noorden van de Sahel ongeschikt voor akkerbouw. Voedzaam gras maakt dit aan de Sahara grenzende gebied wel aantrekkelijk voor veehouders. Zo laten de Peul er in het natte seizoen hun dieren grazen. Voordat het gras op is trekken ze, gedwongen door een watertekort, weer naar het zuiden. Het landbouwsysteem is daarom vanzelf beschermd tegen overbegrazing, legt Van Keulen uit. Tenminste zolang mensen dit systeem niet verstoren door bijvoorbeeld waterputten te slaan. Waterputten maken het herders mogelijk langer te blijven, zodat er toch overbegrazing kan optreden. In het ergste geval verdwijnt de vegetatie volledig en blijven slechts zandverstuivingen over

Het zuiden van de Sahel is natter en wordt gebruikt voor zowel akkerbouw als veeteelt. Het landbouwsysteem is hier niet duurzaam. De boeren putten langzaam de bodem uit en de gemeenschappelijk beheerde weiden worden overbegraasd. Hier ligt een groter gevaar op de loer dan de zandverstuivingen in het noorden: korstvorming

Tijdens de hevige slagregens in het regenseizoen slaat een onvoldoende door planten beschermde bodem in het zuiden van de Sahel volledig dicht, waardoor het water er niet meer in doordringt. De vegetatie gaat verder achteruit, zodat een negatieve spiraal ontstaat. Van Keulen: Wat overblijft is een harde korst waar een vliegtuigje op kan landen, maar waar niets meer wil groeien. Alleen met zwaar materiaal als bulldozers is de grond weer los te krijgen.

Dat de bodems in het zuiden van de Sahel gevoelig zijn voor korstvorming komt door hun slechte structuur, zegt ir Willem Hoogmoed, die 2 maart promoveert op een onderzoek naar grondbewerking in de Sahel. Een andere factor is de zeer hevige regenval. Zelfs op zanderige bodems treedt in de Sahel tijdens de hevige slagregens sealing op. Door de regen raken de kleideeltjes los van de zanddeeltjes en plakken de poriƫn tussen de zandkorrels dicht. Het gevolg is dat er een millimeterdun korstje ontstaat, vertelt Hoogmoed

Wanneer op dezelfde manier een korst van oon tot vijf centimeter ontstaat, spreken experts over crusting. Crusting belemmert de plantengroei, omdat het voor een plantje moeilijk is door zo'n dikke laag heen te breken

Gierst

Een zekere mate van korstvorming treedt in de Sahel altijd op. De boeren weten er alles van. Die harde korst dwingt hen te wachten met ploegen tot de regens beginnen. Is de aarde eenmaal zacht genoeg om te bewerken, dan dringt de tijd. Gierst, een belangrijk voedselgewas in de Sahel, is daglengtegevoelig. Wanneer het te laat wordt gezaaid, begint het zetten van zaad voordat de plant voldoende is uitgegroeid. Het gevolg is een slechte oogst

En korstvorming veroorzaakt nog een probleem. Doordat regenwater afstroomt in plaats van in de bodem doordringt, kunnen planten niet voldoende profiteren van de regenval. Vooral in droge jaren leidt dit al snel tot een watertekort

De krappe kalender en het immer dreigende watertekort maken het onderzoek naar alternatieve bewerkingsmethoden interessant. Zo onderzocht Hoogmoed of zero tillage, een systeem waarbij boeren zaaien zonder eerst de grond om te ploegen, een oplossing is. Deze manier van werken is in Braziliƫ succesvol en is ook in Nigeria met succes getest. Voor grote delen van de Sahel werkt het echter niet, ontdekte Hoogmoed. De bodem moet worden opengetrokken om gewasgroei mogelijk te maken

Wel toonde Hoogmoed aan dat boeren de waterafstroming kunnen verminderen door dwarsdammetjes te maken tussen de ruggen waarop ze de gewassen zaaien. Het water blijft tussen de dammetjes staan en zakt uiteindelijk toch de bodem in. Met modelberekening toont Hoogmoed aan dat dwarsdammetjes zeker in droge jaren tot extra opbrengst kunnen leiden

Het maken van dammetjes betekent echter extra werk, en in het landbouwseizoen komen boerenfamilies toch al handen te kort. Het gebruik van ossen kan de werklast verminderen. Hier gooit de harde bodem eveneens roet in het eten. Ook ossen kunnen pas aan het werk als de bodem zacht genoeg is

Dat betekent dat een boer een span ossen slechts zo'n elf dagen per jaar kan gebruiken om te ploegen. Daardoor zijn er veel ossen nodig om al het werk op tijd gedaan te krijgen. En dat brengt Hoogmoed tot een opmerkelijke, haast provocerende stelling: eigenlijk hebben boeren tractoren nodig

Hoogmoed nuanceert deze stelling onmiddellijk. Grondbewerking alleen kan een tractor nooit rendabel maken. Een individuele boer die wat geld te besteden heeft, zal ik daarom adviseren om eerst in kunstmest te investeren en daarna eventueel in een span ossen. Maar de mogelijkheid van tractoren moet niet onmiddellijk worden afgewezen. Misschien kun je tractoren rendabel maken door ze ook te gebruiken voor bijvoorbeeld transport.

Re:ageer