Wetenschap - 6 november 2013

Boeren in een achterstandswijk

tekst:
Albert Sikkema

Biologische boeren moeten zich op achterstandswijken gaan richten, vindt Jaap Seidell, voedingshoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, om er voor te zorgen dat de kinderen in die wijken groenten en fruit gaan eten. Goed idee, zegt Jan-Willem van der Schans, onderzoeker bij het LEI en medeoprichter van Eetbaar Rotterdam.

‘De discussie over voeding en gezondheid is heel actueel, ook in Rotterdam’, zegt Van der Schans. ‘Daar zie je allerlei projecten waarin boeren uit de omgeving en amateurs in de stad samenwerken bij de productie en verwerking van voedsel. Een hele mooie vind ik Hotspot Hutspot, waarbij de initiatiefnemer Caraïbische meiden leerde koken met verse ingrediënten uit de omgeving. Zo leren ze voedsel kennen en koken, en worden ze minder dik. Het project kent zelfs een pop up restaurant in een leegstaand pandje.’

Wie financiert dit soort stadslandbouw?

‘Het restaurant van Hotspot Hutspot wordt gesponsord door een woningbouwcorporatie die het pand ter beschikking stelt. Woningcorporaties zijn de stille suikeroom van de stadslandbouw. In principe moet het zo zijn dat de boer meer verdient aan directe levering aan de stad, terwijl de consument in de achterstandswijk toch goedkoper uit is. Daar zie ik wel voorbeelden van  – allochtonen die grote hoeveelheden groenten en zuivel direct kopen van boeren in de ring rond Rotterdam.’

Zijn biologische boeren hier in het voordeel ten opzichte van hun traditionele collega’s?

‘Een voordeel voor hen is dat je in de stad niet mág spuiten. Maar er zijn ook biologische boeren die vinden dat mensen meer moeten betalen voor biologische producten. Met dat elitaire standpunt bereik je de achterstandswijk natuurlijk niet. In die wijken gaat het om de toegang tot duurzaam en gezond voedsel.’

Hoe leg je als boer dan die verbinding met de stad?

‘Je moet het leuk vinden om je erf open te stellen voor allochtonen en je te verbinden aan een voedsel- of kookproject in de stad. Daar begint het mee. Daarna hoop je als boer of tuinder op extra klandizie uit de wijk waar ze je hebben leren kennen. En je krijgt goodwill in de stad, dat is handig bij vergunningen. Op termijn kan het bovendien leiden tot betaald advieswerk, want de boer heeft er verstand van.’



Re:ageer