Wetenschap - 1 januari 1970

Boeren dronken in 1700 al thee en koffie

Boeren dronken in 1700 al thee en koffie

Boeren dronken in 1700 al thee en koffie

De boerenstand in de Krimpenerwaard was volgens het promotieonderzoek van drs Johan Kamermans rond 1700 niet traditioneler ingesteld dan de middenstand in Delft. De promovendus inventariseerde inboedels, consumptiepatronen en levensstijlen, en maakt aannemelijk dat stad en platteland dicht bij elkaar stonden

Kamermans vond geen duidelijke verschillen in het consumptiepatroon op het platteland van de Krimpenerwaard, en dat in een stad als Delft. De boerenstand was in de zeventiende en achttiende eeuw al volledig opgenomen in het stedelijk milieu, zo stelt hij. Boeren dronken net als de stedelijke middenstanders nieuwe dranken als thee en koffie en rookten tabak. De bij rijke stedelingen populaire japonnen en de pruiken waren weliswaar in de boerenstand minder gebruikelijk, maar boeren kochten wel net zo veel nieuwe kleding als de middenstand

Kamermans typeert de Krimpenerwaard dan ook als een stedelijk platteland. Studies van andere plattelandsregio's in West-Europa wekken volgens hem ten onrechte de schijn dat het platteland zich kenmerkt door vastgelopen tradities, in tegenstelling tot de vooruitstrevende steden. De kloof tussen stad en platteland was helemaal niet zo groot

De studie past in de Wageningse school. Kenmerkend voor de aanpak van de Wageningse geschiedkundigen is een kwantitatieve analyse van de regionale economie en de rol die de boerenstand daarin speelde. De promotie van Kamermans op 28 juni maakt duidelijk dat er een nieuwe loot groeit aan de stam van de leerstoelgroep Agrarische geschiedenis. Na de promotie van dr Anton Schuurman is dit de tweede studie waarin inventarisaties van inboedels inzicht verschaffen in consumptiepatronen en de daaraan verbonden levensstijlen. M.W

Re:ageer