Wetenschap - 1 januari 1970

Boeren dreigen boot te missen in Zuidoost-Azië

Snelle economische groei en een ouderwets vervuilende landbouw maken dat er in Zuidoost-Azië veel problemen zijn rondom verstedelijking, milieuvervuiling en voedselvoorziening. Werk aan de winkel voor Wageningen UR, denkt ir Siebe van Wijk, die zich vorige week vestigde in Vietnam als vertegenwoordiger van Wageningen UR in de regio.

Steeds meer mensen in Zuidoost-Azië kopen hun eten in de supermarkt in plaats van op de markt op straat. Voorheen verkochten de boeren de groenten die ze teelden direct op de versmarkt in de buurt, maar in snel tempo komen supermarkten op als afzetkanaal van verse groenten. In Thailand en China gaat inmiddels de helft van de verkoop van groenten via de supermarkt. In Vietnam komt die ontwikkeling nu pas net op gang. En veel boeren dreigen daarbij de boot te missen, omdat ze niet de kwaliteit kunnen bieden die de supermarkten vragen. Er zitten bijvoorbeeld te veel resten van pesticiden in de groenten omdat de boeren te veel spuiten. En boeren moeten kunnen garanderen dat ze een bepaalde hoeveelheid kunnen leveren.
Daarvoor moeten ze meer met elkaar samenwerken. Dat ligt gevoelig, want de boeren zijn net gewend zelfstandig te werken nadat ze verlost zijn van de communistische coöperaties. Wageningen UR heeft twee projecten in Vietnam die zich richten op deze problemen. Een ervan – ‘Pro poor horticulture’ – gaat over de toegang van kleine groentetelers tot de markt. Een ander – ‘Vegsys’ – over de technische verbetering van de teelt en vermindering van het gebruik van pesticiden. De projecten worden door het LEI geleid, maar ook Alterra en PPO zijn erbij betrokken.

Pesticiden
Een ander probleem in de landen in Zuidoost-Azië zijn de snel uitbreidende steden die de omringende tuinbouw verdringen. Tuinders moeten vaak verkassen om plaats te maken voor bebouwing en krijgen slechte vergoedingen voor hun land. Bovendien krijgen ze weinig mogelijkheden om opnieuw te investeren in een tuinderij elders. Terwijl hun groenten wel nodig zijn om de stedelijke monden te voeden.
Maar niet alleen is de stad een probleem voor de boeren, andersom is de vervuiling met pesticiden van de boeren ook een probleem voor het drinkwater van de stedelingen. Het project Searusyn van het LEI, Alterra en PRI brengt tuinders en betrokkenen uit de steden bij elkaar. Vietnamese onderzoekers van landbouwuniversiteiten worden in dit project getraind in het maken van een stakeholder analyse, waarin tuinders en stedelingen samen oplossingen bedenken.
Weer een ander project – Maped – brengt het hardnekkige probleem van pesticide-gebruik in beeld. Uit dat overzicht blijkt dat heel wat export wordt gemist doordat de producten te veel residuen bevatten. Veel boeren gebruiken te veel pesticiden omdat in de loop der tijd veel areaal rijst vervangen is door groenteteelt, terwijl de boeren nooit goede voorlichting over de teelt van groenten kregen. De enige bron van informatie voor de boeren was de producent van pesticiden en die liet uiteraard niet na het spuiten flink te promoten.
Een ander project dat het LEI samen met de genenbank (CGN) in de regio heeft gaat over een beter beheer van genetische diversiteit van landbouwgewassen. Dit is het enige project dat zich niet mede in Vietnam afspeelt. Dat veel projecten in Vietnam draaien is een van de redenen voor Siebe van Wijk om zich juist daar te vestigen. Bovendien ligt het land centraal in de regio, en kan Van Wijk van daar uit de omringende landen Cambodja, Laos, Thailand, Zuid-China, Myanmar, Filippijnen en Indonesië bezoeken.

Projectvoorstellen
De concentratie van het werk van de instituten in Vietnam valt samen met het werk van een aantal door de Nuffic gefinancierde programma’s waarin Wageningen Universiteit samenwerkt met de zes landbouwuniversiteiten in Vietnam. Wageningen Universiteit is bezig een netwerk te vormen met die landbouwuniversiteiten en Van Wijk wil ook daar aan bijdragen. Het is de bedoeling dat Wageningen Universiteit de Vietnamese universiteiten gaat helpen met het opzetten van onderzoeksprogramma’s en de lokale staf gaat trainen. Ook kunnen de universiteiten samen met Wageningen Universiteit voorstellen indienen voor de Nederlandse financier Nuffic. Om bijvoorbeeld samen beleidsgericht onderzoek voor de landbouw te doen.
Uit dat voorbeeld blijkt nog een andere reden voor Van Wijk om in Vietnam zelf en niet vanuit Wageningen te werken. Donoren zien tegenwoordig liever projectvoorstellen van universiteiten of kennisinstellingen in ontwikkelingslanden, terwijl ze vroeger ook zaken deden met westerse universiteiten of instituten. Ook de landbouwuniversiteit in Hanoi wil voorstellen indienen. Maar, zegt Van Wijk, die vinden het nog lastig om helemaal alleen bijvoorbeeld een EU-project te bestieren. Lijfelijke aanwezigheid blijkt ook gewenst bij de Asian Development Bank, onderdeel van de Wereldbank en een belangrijke donor in de regio. Van Wijk pleitte direct na aankomst in Vietnam bijvoorbeeld al voor meer aandacht voor groenteteelt in hun programma’s. Tot slot hoopt Van Wijk via zijn kantoortje in het pand van de landbouwuniversiteit in Hanoi ook meer contact met bedrijven te krijgen. Zo had Van Wijk al contact met een Nederlands bedrijf dat groenten en fruit importeert uit Zuidoost-Azië om er de toko’s in Europa mee te bevoorraden.

Joris Tielens

Re:ageer