Wetenschap - 22 juni 2006

Boerderijwinkel moet professionaliseren

Boeren kunnen goed verdienen aan een winkel aan huis. Maar dan moeten ze wel investeren in kennis over het voeren van een winkelbedrijf en de kwaliteit van de producten. Een andere voorwaarde voor succes blijkt een goede zichtbaarheid van een boerderijwinkel aan een drukke weg in een aantrekkelijk landschap.

Dat blijkt uit een studie die het LEI en Wageningen Universiteit uitvoerden voor de Wetenschapswinkel in opdracht van de stichting Vrienden van het Platteland. Er zijn in Nederland zo’n elfhonderd boerderijwinkels. Nog veel meer landbouwbedrijven verkopen producten, maar die doen dat door een kistje met producten aan de straat te zetten. Volgens ir. Victor Immink van het LEI zit er muziek in de boerderijwinkel als boeren de winkel serieus opzetten. Ondernemers die investeerden in de kwaliteit van hun producten en in vakkennis over het winkelbedrijf blijken het meest succes te hebben. Het gaat naast winkelinrichting ook om kennis over het bewaren van producten in koelingen om te voldoen aan eisen van de Voedsel en Waren Autoriteit. Boerderijwinkels kunnen ook hun winkelpersoneel op cursus sturen over bijvoorbeeld klantvriendelijkheid. Immink verwacht dat, net als in Engeland, grotere winkelbedrijven zullen willen investeren in boerderijwinkels. ‘Daar schuilt wel het gevaar in dat het grootkapitaal de zaak overneemt en de boer er weinig meer aan verdient.’
Volgens de thuisverkopers komen de klanten vooral af op de versheid en smakelijkheid van de producten. In vergelijking met supermarkten kunnen boerderijwinkels producten echt vers aanbieden. De eigenaren van boerderijwinkels vinden de benodigde investeringen wel meevallen. Daardoor is het opzetten van een boerderijwinkel een goede optie voor startende ondernemers. Naast een goede zichtlocatie is ook de ligging in een aantrekkelijk landschap belangrijk. In recreatiegebieden doen boerderijwinkels het ondanks de grotere hoeveelheid klanten minder goed, waarschijnlijk door de grote concurrentie met recreatiebedrijven. Als ondernemers er in zouden slagen om samen te werken met recreatieondernemers en natuur- en landschapsorganisaties, kunnen ze wel hun klantenbestand vergroten. / JT

Re:ageer