Wetenschap - 1 januari 1970

Boer verdient weinig aan varken

Varkensboeren krijgen maar zes procent van de prijs die de consument in de winkel betaalt voor varkensvlees. Hun inkomsten kunnen stijgen als zij zich samen met de vleesindustrie meer gaan richten op de wensen van consumenten.

Dat concludeert het LEI na een onderzoek in opdracht van de Wetenschapswinkel en de Werkgroep Landbouw en Armoede. Die laatste maakt zich zorgen over de lage inkomens van varkenshouders en vraagt zich af waar de spekkoper in de productiekolom zit. Met andere woorden, verdient er iemand onevenredig veel aan de productie van het varkenslapje?
Dat is moeilijk te zeggen, zegt onderzoeker ing. Robert Hoste van het LEI. Ongeveer driekwart van de prijs die consumenten betalen voor varkensvlees komt bij toeleveranciers, verwerkende industrie en supermarkten terecht. De houderij haalt als enige schakel een negatief rendement, terwijl bijvoorbeeld in de vleesverwerking en onder toeleveranciers van veevoer rendementen tot vijf procent worden gehaald. ‘Er is dus een onbalans in rendement in de productiekolom’, concludeert Hoste.
Verbetering van het inkomen van varkenshouders is mogelijk, stelt Hoste, als veehouders samen met de industrie beter gaan inspelen op de wensen van consumenten en supermarkten. Hoste: ‘Een varken levert verschillende soorten vlees. Het is een logistieke uitdaging om elk soort vlees daar te krijgen waar die het meeste oplevert.’ Ook kan er meer verdiend worden als er meer ingespeeld wordt op de vraag naar gemaksvoeding, kleinere porties en meer variatie.
Daarnaast kan de sector efficiënter worden als bedrijven zich met elkaar vergelijken om te zien welke productieprocessen beter kunnen. Opvallend is dat juist de varkensboeren, die zo weinig verdienen, dat al doen en daardoor efficiënt produceren. Nu moet ook de vleesindustrie nog efficiënter worden, zegt Hoste. / JT

Re:ageer