Wetenschap - 1 maart 2007

Boer verdient te weinig aan verhogen waterstand

Het is voor boeren financieel nog onaantrekkelijk om de grondwaterstand te verhogen ten bate van de natuur, concludeert het LEI. Dat komt doordat de Europese Unie tegen staatssteun is.

Veel natuurgebieden in Nederland zijn te droog. In het verleden werd het grondwaterpeil namelijk vaak verlaagd omdat dat gunstiger is voor de productie op omringende boerenbedrijven. Om de verdroging van natuur tegen te gaan, zou de grondwaterstand rondom natuurgebieden nu weer omhoog moeten. Natuurbeheerorganisaties kunnen daarvoor een ‘bufferzone’ aankopen rondom het gebied en daar de grondwaterstand verhogen. Maar het is goedkoper om een regeling te treffen met omringende boeren. De verhoging van het peil kan de landbouwproductie verlagen, maar de ondernemers krijgen voor die ‘groenblauwe dienst’ dan een financiële vergoeding.
Het LEI onderzocht op welke manier dat zou kunnen. Projectleider drs. Karel van Bommel zette in 2002 de mogelijkheden al op een rij, waarna er proefprojecten zijn uitgevoerd. Hindernis bij het belonen van boeren voor een groenblauwe dienst is dat de EU de beloning al snel als staatsteun aan de landbouwsector ziet. Europa is kritisch op dat punt, omdat boeren al veel ondersteuning ontvangen vanuit het landbouwbeleid. Hoewel er wel manieren binnen de wet zijn om boeren te belonen, concludeert Van Bommel dat het tot nu toe niet
mogelijk is om een marktconforme beloning te geven. Boeren kunnen er niet echt aan verdienen. Dat was wel het oorspronkelijke idee van de blauwe diensten.
Maar is het niet de omgekeerde wereld dat boeren betaald worden om een probleem op te lossen dat ze deels zelf hebben veroorzaakt? Van Bommel: ‘Waterschappen houden de grondwaterstand laag, onder meer omdat dat gunstig is voor boeren, maar ook voor bewoning. En die situatie bestaat vaak al heel lang zo. Het lage peil zou je kunnen zien als een historisch gegroeid recht.’

Re:ageer