Wetenschap - 14 februari 2002

Boer in studiegroep vervuilt milieu het minst

Boer in studiegroep vervuilt milieu het minst

Boeren die deelnemen aan een studiegroep of demonstratie- of onderzoeksproject gebruiken veel minder bestrijdingsmiddelen dan hun collega's die overal buiten blijven. Die conclusie bracht dr Bert Smit, werkzaam bij het LEI, naar voren tijdens de Gewasbeschermingsdag van de Koninklijke Nederlandse Planteziektenkundige Vereniging op 8 februari.

Smit baseert zich op zijn onderzoek naar de manier waarop ondernemers reageren op het gewasbeschermingsbeleid. De overheid worstelt met de vraag hoe zij telers kan aanzetten tot gedragsverandering. In Zicht op Gezonde Teelt, de jongste beleidsvoornemens, zet het ministerie van landbouw in op ge?ntegreerde teelt op gecertificeerde bedrijven. Pas als de ondernemers voldoen aan bepaalde milieuvoorwaarden mogen zij specifieke middelen gebruiken. De vraag is dan hoe snel ondernemers bereid zijn hun bedrijfsvoering aan te passen. Het LEI wilde hier, in opdracht van LNV, inzicht in bieden. Daartoe enqu?teerden het LEI diverse ondernemers. Smit maakte de eerste resultaten van de bloembollentelers en de akkerbouwers bekend.

De bloembollentelers zijn in drie groepen in te delen: de wijkers, de dromers en de doeners. De wijkers zijn vooral oudere boeren met een pessimistisch toekomstbeeld en minder moderne bedrijven. Zij doen niet mee aan een studieclub, een onderzoeks- of een demonstratieproject. Hun kennis halen ze vooral van de leverancier van bestrijdingsmiddelen. Verder maken ze geen gebruik van waarschuwingssystemen voor plantenziekten. Deze groep heeft het hoogste gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Tegenover deze groep staan de doeners en de dromers. De doeners hebben het grootste areaal en zijn wat intensiever. Zij telen vooral tulpen en lelies. Ze doen vaak mee aan studieclubs en demonstratie- en onderzoeksprojecten. Ook hebben ze moderne bedrijven. Qua milieubelasting en hoeveelheid bestrijdingsmiddelen per hectare zitten zij in de middenmoot. De dromers zijn sterk gericht op ervaringskennis en hebben veelal een kleiner areaal. Zij hebben de laagste milieubelasting en gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Bij akkerbouwers is een tweedeling te maken in bedrijven die wel en die geen lid zijn van studieclubs. Degenen die niet actief zijn buiten de deur hebben een hogere milieubelasting en een hoger gebruik van bestrijdingsmiddelen per hectare.

Op grond van deze resultaten gaat het LEI aanbevelingen voor beleid formuleren. Maar hoe de telers te bereiken zijn die nergens aan deelnemen, kan Smit nog niet zeggen. | L.N.

Re:ageer