Wetenschap - 17 april 2008

‘Boer beschermt grutto voor de lol’

Niet de bescherming van weidevogels door middel van agrarisch natuurbeheer is mislukt, want boeren kunnen en willen het best. Wat mislukt is, is het beleid van LNV dat de bescherming probeert te stimuleren. Dat is veel te algemeen en gaat voorbij aan de kennis en kunde van boeren, meent ir. Paul Swagemakers van de leerstoelgroep Rurale sociologie.

Swagemakers lanceert in zijn proefschrift een nieuw begrip: ecologisch kapitaal. Dat zijn de natuurlijke hulpbronnen van de boer, zijn kennis daarover en de manier waarop hij ermee omgaat. Een melkveehouder in de Friese Wouden met ecologisch kapitaal heeft verstand van de bodembiologie en de diversiteit in de soorten gras. Hij weet welk gras zorgt voor gezonde koeien en genoeg melk. En hoewel hij minder kunstmest gebruikt, heeft hij dezelfde melkproductie als een intensievere veehouder, zegt Swagemakers.
Melkveehouders met ecologisch kapitaal hebben ook oog voor vogels, aldus de socioloog. Ze weten waar de weidevogels zitten en wat voor gras ze nodig hebben voor hun voeding en bescherming. ‘Jonge grutto’s bijvoorbeeld vangen vliegjes in lang gras. Bij het maaien ontzien de veehouders de plekken waar de vogels zitten. Ze zitten zelf op de trekker, en niet een loonwerker die geen verstand heeft van weidevogels. Zulke boeren hebben ook zelf jongvee. Dat groeit prima van het langere gras. En dat is dan weer goed voor de weidevogels.’ Deze melkveehouders beschermen volgens Swagemakers de weidevogels niet omdat ze er subsidie voor krijgen, maar omdat ze er aardigheid in hebben. De boeren bestrijden ook predatoren van de weidevogels door kraaien af te schieten, roofvogeleieren uit nesten te halen of ijsblokjes naast de roofvogeleieren te leggen. Dat vindt niet iedereen even gewenst, maar vanuit de optiek van de boeren is het logisch, zegt Swagemakers. ‘Ze hebben een deel van hun inkomsten opgeofferd voor hun liefhebberij door minder gras te maaien, en dan is het slecht te verteren als kraaien of roofvogels alsnog de eieren of jonge weidevogels roven.’
Swagemakers vindt dat beleid om weidevogels te beschermen moet uitgaan van deze melkveehouders die oog hebben voor de vogels. Die zitten vaak ook in gebieden waar veel weidevogels voorkomen. In gebiedsgericht beleid zouden die boeren kunnen samenwerken met vrijwilligers en beheerders van Staatsbosbeheer. Daar kan subsidie voor komen, maar dat is niet het belangrijkste, denkt Swagemakers.
Zo’n gebiedsgericht beleid zou volgens Swagemakers veel beter zijn dan de planologische aanpak van het huidige Programma Beheer van LNV voor de bescherming van weidevogels. Na studie van de effecten van het programma concludeerde ecoloog prof. Frank Berendse - in een onderzoek dat werd gepubliceerd in Nature - dat het agrarisch natuurbeheer niet werkte. Swagemakers trekt een andere conclusie. ‘Het agrarisch natuurbeheer werkt wel, maar het Programma Beheer dat het probeert te ondersteunen werkt niet. Want dat houdt helemaal geen rekening met de lokale kennis en specifieke situatie van boeren. Het Programma Beheer bestaat uit ongerichte maatregelen en het inflexibele karakter van de pakketten zorgen ervoor dat maatregelen vaak weinig effect hebben op de vogels.’

Re:ageer