Wetenschap - 1 januari 1970

Boek / Opmars ecologische netwerken

Natuurbescherming staat niet alleen meer gelijk aan het zoveel mogelijk beschermen van soorten planten en dieren. Het denken in termen van ecologische netwerken neemt steeds vastere vormen aan.

In Nederland is bijvoorbeeld de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) een vast gegeven in het natuurbeleid. En overal in Europa en de Verenigde Staten proberen natuurbeschermers met ecoducten, dassentunnels en vistrappen ecologische verbindingen te creëren tussen leefgebieden van dieren en planten.

Als je daar logisch over nadenkt, is die ontwikkeling heel goed te begrijpen. 'Ecologische netwerken zijn een efficiënte en strategische methode om de meeste hulpbronnen te beschermen met de kleinste hoeveelheid land', schrijft Jack Ahern in het boek 'Ecological Networks and Greenways', waaraan verschillende Wageningse onderzoekers bijdragen leverden. Je hebt niet altijd uitgestrekte een aaneengesloten natuurreservaten nodig, omdat het aaneenbreien van kleinere natuurgebieden vaak net zulke ecologische resultaten oplevert.

'Ecological Networks and Greenways' is een boek van voorvechters van het idee van een natuurbescherming die gebaseerd is op ecologische netwerken. Het is een verzameling essays van landschapsecologen, modellenbouwers, ecologen en andere wetenschappers over hun ervaringen met het aanleggen van die netwerken, het monitoren van de ecologische gevolgen, het doorrekenen van mogelijke natuurwinst in modellen en meer beschouwelijke zaken. Zo concluderen de Italianen Gloria Pungetti en Bernardino Romano in hun bijdrage dat bij het realiseren van ecologische netwerken meer gelet moet worden op de bredere landschappelijke context en het publieke en politieke draagvlak.

Die conclusie lijkt, na het lezen van de evaluaties van de ecologische netwerken in Italië, de Verenigde Staten, Argentinië en Spanje, gerechtvaardigd. Want mensen die zich bezighouden met het realiseren van ecologische netwerken worden vanzelf meegezogen in publieke en politieke discussies en moeizame besluitvormingsprocessen met allerlei belangenpartijen. Dat komt vaak doordat de netwerken liggen in gebieden die naast de natuurfunctie ook andere functies hebben.

Het is de keerzijde van de efficiëntiemedaille die Ahern beschreef. Ecologische netwerken kunnen dan wel efficiënt zijn wat betreft landgebruik, ze grenzen vaak aan plekken waar mensen heel andere doeleinden nastreven dan ecologische. Zo is het Yungas-park in Argentinië, bij de grens met Bolivia, naast een hotspot voor biodiversiteit een waterwingebied, een rijk geïrrigeerd akkerbouwgebied, een wingebied van gas en olie en een cultuurlandschap.

'Ecological Networks and Greenways' lijkt de opmaat te zijn voor een nieuwe wetenschapsbeoefening; een multidisciplinaire bestudering van de realisatie, planning, monitoring en begeleiding van ecologische netwerken. In die zin geeft het boek een aardig kijkje in de keuken van wetenschappers die - als voorvechters van een natuurbescherming die gericht is op het ontwikkelen en onderhouden van ecologische netwerken - vanuit een overwegend ecologisch en biologisch perspectief steeds meer gericht raken op de maatschappelijke en politieke aspecten van die vorm van natuurbescherming. / MW

 

Rob Jongman en Gloria Pungetti (eds.), Ecological Networks and Greenways - Concept, Design, Implementation, Cambridge University Press, ISBN 0521535026, 24 euro.

Re:ageer