Organisatie - 14 februari 2008

Boegbeeld met een boodschap

De nestor van de Nederlandse voorlichtingskunde deed 25 jaar geleden vrijwillig afstand van zijn leerstoel. Sindsdien zet dr. Anne van den Ban zich met hart en ziel in voor kennisoverdracht in ontwikkelingslanden. Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag wordt op 25 februari zijn complete oeuvre digitaal ontsloten. Een portret van een eigenzinnige Wageninger door de ogen van zijn vakgenoten, broer en roeimaat.

117_achtergrond0.jpg
117_achtergrond0.jpg

Foto: Bart de Gouw

‘Mijn jongste broer Anne was altijd meer een studiehoofd dan een organisator’, vertelt Jan van den Ban, emeritus hoogleraar Cultuurtechniek. ‘Hij ging oorspronkelijk Tropische landbouw studeren, maar omdat de perspectieven al snel na de oorlog daarvoor minder werden, werd het Economie. Toch hebben de tropen hem uiteindelijk nog flink in de greep gekregen.’
Op zijn tachtigste is dat nog altijd te merken. Als er in zijn woonplaats Wageningen een bijeenkomst is over ontwikkelingssamenwerking, dan is Van den Ban present. En het moet wel gek gaan wil hij niet zijn hand opsteken om een kritische opmerking te plaatsen, meestal voorzien van een voorbeeld uit India dat aantoont hoe weerbarstig de praktijk is. ‘Hij heeft een ongelooflijke parate kennis en kent de vakliteratuur als geen ander’, zegt prof. Cees van Woerkum, de huidige hoogleraar Communicatiestrategieën. ‘Hij leest veel, heel veel. Hij leeft echt voor zijn vak en leidt verder een vrij sober leven.’
Van den Ban was in zekere zin ‘erfelijk belast’ met voorlichtingskunde. Zijn vader P.A. van den Ban was jarenlang ‘rijkslandbouwconsulent in algemene dienst’ en van 1948 tot zijn plotselinge dood eind 1949 hoogleraar Landbouwwerktuigkunde en grondbewerking in Wageningen. ‘Anne rolde de voorlichtingskunde in dankzij een afstudeerscriptie over vooruitstrevende boeren die hij onder begeleiding van socioloog Hofstee schreef’, aldus broer Jan. Het was juist in de tijd dat het ministerie van Landbouw en Visserij bij Hofstee aanklopte voor onderzoek naar het verkorten van de weg tussen wetenschap en boerderij. Van den Ban werd in 1955 vanuit het ministerie bij de Wageningse socioloog gedetacheerd om dit onderzoek voor de Landbouwvoorlichtingsdienst uit te voeren.

Echte liberaal
Hij ontwikkelde zich al snel tot een expert op het gebied van de kennisverspreiding in de landbouw. Van Woerkum: ‘In het begin richtte zijn onderzoek zich vooral op de samenhang tussen veranderingen in de landbouw en cultuur. Van de Ban wilde weten waarom er zo’n groot verschil is tussen Brabant en de Veluwe. Nieuwe landbouwmethoden in Brabant vonden vrij snel ingang, terwijl Veluwse boeren vernieuwingen liever buiten de deur hielden’. Ook keek Van den Ban naar het gebruik en de effecten van schriftelijke voorlichting. Kort na zijn promotie in 1963 - op het proefschrift ‘Boer en landbouwvoorlichting’ dat ook internationaal veel belangstelling trok - werd hij bij de Landbouwhogeschool aangesteld als wetenschappelijk medewerker. Een jaar later werd hij hoogleraar Voorlichtingskunde, de eerste in Nederland.
Van Woerkum: ‘Anne van den Ban is de grondlegger van de voorlichtingskunde in Wageningen en Nederland. Aanvankelijk lag de aandacht vooral op de landbouw, maar in de jaren zeventig verbreedde het vakgebied onder zijn leiding naar terreinen als voeding, gezondheid, milieu en ruimtelijke ordening.’ Van den Ban hield niet van lange betogen voor studenten, zegt Van Woerkum. Hij introduceerde als een van de eersten rollenspellen en gesprekstrainingen in het onderwijs. ‘Ook stopte hij veel tijd in discussies en die waren in die tijd soms heel hevig. Van den Ban was een echte liberaal die zelfs niks moest hebben van marxisme. Maar hij was wel zo ruimdenkend dat hij de linkse literatuur die hij verafschuwde voor de vakgroep aanschafte.’

Zendeling
‘Hij heeft zijn opvolgers veel ruimte gegeven om hun eigen ding te doen’, vindt prof. Cees Leeuwis, hoogleraar Communicatie en innovatiestudies. ‘Als je het palet overziet, zit Van den Ban inhoudelijk nog wel sterk in de hoek van de adoptie en diffusie. Hij heeft wel iets van een zendeling: er is een boodschap met zegeningen en hij wil zorgen dat die boodschap landt. Daarop bestaat ook veel kritiek. Wat ik heel sterk aan hem vind is dat hij daar goed tegen kan. Hij kan afstand nemen en stelt zich niet defensief op tegen nieuwe denkbeelden.’
Een goed voorbeeld is volgens Leeuwis de ‘bijbel van Van den Ban’, het handboek Inleiding in de voorlichtingskunde uit 1970 dat inmiddels in tien talen is uitgegeven en waarvan meer dan vijftigduizend exemplaren zijn verkocht. ‘Dat boek is toch een beetje zijn kindje. De revisie heb ik nu van hem overgenomen en dan geeft hij je ook echt carte blanche. Inmiddels heb ik het boek voor een groot deel herschreven. Daar hebben we wel veel discussies over gehad, maar star is hij in ieder geval niet. Hij erkent dat de wereld is veranderd. Hij lijkt ook linkser en radicaler geworden: hij is bijvoorbeeld heel kritisch over handelsliberalisering’, aldus Leeuwis.
Emeritus hoogleraar prof. Niels Röling, die na twintig jaar samenwerken met Van den Ban in 1983 de leerstoel Voorlichtingskunde overnam, roemt de creatieve manier waarop Van den Ban in de jaren zeventig nieuwe toepassingen voor het voorlichtingwerk zag. ‘Tandartsen, gezinsplanning, stervensbegeleiding, fluoridering van drinkwater, je kunt het zo gek niet bedenken of hij omarmde het. Van den Ban wordt daarom ook alom erkend als de vader van de gezondheidsvoorlichting.’
Dankzij die brede insteek ontwikkelde de vakgroep Voorlichtingskunde in Wageningen zich tot het Nederlandse mekka voor communicatie. Honderden studenten van andere universiteiten volgden jaarlijks vakken bij Van den Ban en zijn groeiende schare medewerkers. Van Woerkum: ‘De collegebanken zaten vaak bomvol. We hadden toen makkelijk een opleiding Communicatie kunnen opstarten. Het was een bewuste keuze dat niet te doen. Het was de opvatting van Van den Ban – en daarin geef ik hem nog steeds gelijk – dat communicatie vooral kracht krijgt door de schakeling met inhoudelijke, technische kennis. Die Wageningse formule van communicatie met inhoud is heel succesvol gebleken.’

Studiefonds
Opmerkelijk is de stap van Van den Ban om in 1983 zijn leerstoel op te geven. Leeuwis: ‘Hij stopte op zijn hoogtepunt en trok letterlijk de wereld in.’ Volgens Röling werd de kiem voor deze keuze al vroeg gelegd. ‘Al in de jaren zestig bracht Van den Ban een werkbezoek aan India en zag hoe moeizaam verspreiding van vernieuwingen gaat in ontwikkelingslanden. Hij zag mogelijkheden om met voorlichting het rendement van ontwikkelingshulp te verbeteren. Toch heeft hij in het begin nog flink zijn kop gestoten. Hij viel in een gat, maar is er wel op eigen kracht weer uitgeklommen. Hij is ook nooit verzuurd geraakt.’
Van den Ban werkte een tijdlang in Tanzania en India. Rijk werd hij er niet van - vaak nam hij genoegen met kost en inwoning. Dat kon dankzij zijn sobere levensstijl; in de twintig jaar dat hij een hoogleraarsalaris ontving, had hij goed gespaard en belegd. Mede daardoor kon hij in 1992 samen met een vriend de Stichting Redelijk Studeren oprichten, bedoeld om studenten uit ontwikkelingslanden in staat te stellen een opleiding in Wageningen te volgen. Het fonds – inmiddels omgedoopt in het Anne van den Ban Fonds – helpt inmiddels jaarlijks zo’n vijftig internationale studenten aan een aanvullende beurs om hun masteropleiding te kunnen voltooien.
Van den Ban is al zijn hele leven vrijgezel en leidt een ascetisch leven. Röling: ‘Hij laat de warme kraan niet onnodig lopen en zijn fiets is zeker twintig jaar oud.’ Iedere zaterdagochtend rijdt hij op deze solide herenfiets de Wageningse Berg af om bij roeivereniging Argo met een aantal andere veteranen te gaan roeien in een acht op de Rijn. Zijn roeimaat Ton van Diest: ‘Hij is een lichtgewicht, dus hij zit bij ons als eerste op de boeg. Hij is nogal krom en daarmee een zeer herkenbaar boegbeeld. Hij is een enorme volhouder, maar een echt goede roeier is hij niet, ook nooit geweest. Hij heeft meer verstand van voorlichting. Regelmatig geeft hij ons na afloop van het roeien in de kantine nog een college.’

Re:ageer