Wetenschap - 1 januari 1970

Bodemkundige Alfred Hartemink wil terug naar productieve landbouw op

Bodemkundige Alfred Hartemink wil terug naar productieve landbouw op

Bodemkundige Alfred Hartemink wil terug naar productieve landbouw op

plantages
'Het is kolder te denken dat we de wereld kunnen voeden zonder kunstmest'

Dr Alfred Hartemink houdt van de uitgestrekte koffie-, thee- en
oliepalmplantages in de tropen. De rechtlijnige patronen doen hem denken
aan de schilderijen van Mondriaan, maar nog belangrijker: de productieve
landbouw die hier bedreven wordt, mede dankzij het gebruik van kunstmest,
is volgens hem een manier om het wereldvoedselprobleem het hoofd te bieden.
Hij betreurt dan ook het feit dat Wageningse onderzoekers en collega's van
andere landbouwuniversiteiten de plantages veelal links laten liggen. ,,We
moeten terug naar de plantage.''

Van Papoea Nieuw Guinea tot Tanzania, Hartemink heeft de wereld afgereisd
voor zijn bodemonderzoek op plantages, het 'polderlandschap van de tropen',
zoals hij het noemt. Hij werkt bij het International Soil Reference and
Information Centre (ISRIC). ,,De plantages in de tropen fascineren me. Als
ik terugdenk aan de gigantische velden met cacaobonen, de koffieplantages
en de oliepalmvelden, krijg ik weer de kriebels.''
Vanuit zijn kantoor, tussen de stapels boeken en houtsnijwerk van de
Papoea's - ' het is de jazz van de beeldende kunst, het resultaat van
ongelofelijke improvisatie ' - vertelt de bodemkundige over zijn onderzoek
van de afgelopen vijftien jaar en het boek dat hij heeft geschreven over de
bodemvruchtbaarheid in de tropen. ,,Plantages hebben een negatieve klank
gekregen in de westerse wereld. Men wijst op de excessieve bemesting, de
exploitatie van landarbeiders, en de verwoesting van de natuur. Denk aan de
vele branden in het veengebied in Maleisië, waar oliepalm wordt verbouwd.
Echter: de opbrengsten op deze plantages zijn dikwijls vijf keer zo hoog
als in de meer kleinschalige landbouw. En in tal van landen is de export
van de producten uit plantages zoals koffie, thee en cacao, goed voor een
kwart van het Bruto Nationaal Product. ''
Hartemink betreurt dat zelfs onderzoekers van Wageningen Universiteit
weinig meer op de plantages in de tropen te vinden zijn. ,,In de jaren
zeventig had je nog echte experts. Agronomen die gespecialiseerd waren in
cacao of suikerriet. En velen werden planters in India. Maar vanaf de jaren
tachtig is als gevolg van linkse politieke invloeden de aandacht voor
plantages verslapt.''
Ook is er nu vanuit belangrijke landbouworganisaties zoals de FAO een
kritische houding ontstaan tegenover de intensieve landbouw op de plantages
en dan met name het forse gebruik van kunstmest op de plantages. ,,Pas
geleden was ik op een workshop van de FAO over landbouw in de tropen, en
het was om witheet van te worden. We bespraken het gebruik van kunstmest en
ik hoorde weer dat kunstmest niet deugt. Dat hoor je de laatste tijd veel.
We zouden de wereld wel kunnen voeden zonder kunstmest te gebruiken. Dit is
kolder.''
De bodemkundige hekelt de recente tendens om kunstmest als een soort gif te
beschouwen. Hij merkt het in de collegezalen. Nederlandse studenten zien
weinig heil in kunstmest. En hij merkt het op wetenschappelijk en
beleidsniveau. De FAO en de VN steken weinig geld in onderzoek naar de
commerciële plantagelandbouw. ,,Optimalisatie van de landbouwproductie door
bemesting heeft plaatsgemaakt voor participatieve onderzoeksmethoden en
conservation agriculture. Niet de biofysische bodemkenmerken zo optimaal
mogelijk maken, maar met een beetje praten de productie verdubbelen. Dan
denk ik: dat kan niet.''
Dat bemesting een negatieve klank heeft gekregen is jammer, verzucht
Hartemink. ,,Want mest is soms niets anders dan zout: kaliumchloride.
Planten hebben het gewoon nodig, zoals wij zout doen bij de rijst. '' De
bodemkundige heeft zojuist een nieuw boek gepubliceerd over
bodemvruchtbaarheid in de tropen, met verschillende case studies op
plantages. Vele jaren heeft Hartemink doorgebracht op plantages in landen
als Papoea Nieuw Guinea, Indonesië, Tanzania, en Zaïre. Hier kon hij van
dichtbij zien hoe belangrijk plantages zijn voor deze landen.
Hij ontdekte weliswaar dat ook hier de bodemvruchtbaarheid achteruitgaat,
net als bij kleinschaliger, minder intensief gebruikte landbouwgronden,
maar de fenomenale productiecijfers spreken voor zich. ,,In Maleisië
bijvoorbeeld maakt de opbrengst van oliepalmplantages zo'n zestien procent
van het BNP uit, in de Ivoorkust de plantagegewassen maar liefst 22
procent.''
Het is niet voor niets dat de plantages zich uitbreiden, vindt Hartemink.
In Indonesië bijvoorbeeld is het oppervlak aan oliepalmplantages toegenomen
van 133.000 hectare in 1970 tot bijna 1,8 miljoen in het midden van de
jaren negentig. In Maleisië name het areaal aan oliepalmen toe van
honderdvijftigduizend hectare in de jaren zeventig tot drie miljoen hectare
eind 1998. Hartemink wijst ook op de hoge productie per hectare. ,,Als men
bijvoorbeeld naar Kenya kijkt. Daar nemen theeplantages vijfendertig
procent in van het totale oppervlak aan land waar thee wordt verbouwd, maar
ze zorgen voor zestig procent van de totale theeproductie.''
Hartemink hoopt dat, gezien het grote belang van plantages, er meer wordt
geïnvesteerd in wetenschappelijk onderzoek op plantages, met name het bodem-
en plantkundige onderzoek. Want nu wordt er eigenlijk relatief veel geld
uitgegeven aan onderzoek naar kleinschalige landbouw, dat veel minder
betekent voor de economie van tropische landen. Ook denkt men vaak
onterecht dat onderzoeksresultaten over bijvoorbeeld bemestingstechnieken
te extrapoleren zijn van het ene naar het andere land. Dit is helemaal niet
het geval, meent Hartemink. ,,Zelfs in Nederland kun je niet zeggen dat als
een landbouwsysteem goed werkt in Drenthe het automatisch ook in Limburg
goed is toe te passen. Zo ook in de tropen. Wat in Nigeria werkt, werkt
niet meteen ook in Thailand.''
Hugo Bouter

Alfred Hartemink, Soil Fertility Decline in the Tropics With Case Studies
on Plantations, CABI/ISRIC, ISBN 0851996701, 45 euro, te bestellen via
www.isric.nl.

Re:ageer