Wetenschap - 12 september 2002

Bodemkarteren kan helft goedkoper

Bodemkarteren kan helft goedkoper

Als bodemkarteerders in het veld gebruik maken van het Actuele Hoogtebestand Nederland (AHN) hoeven ze minder vaak te boren om een bodemkaart te maken van dezelfde kwaliteit. Het karteren van de bodem kan zo de helft goedkoper, verwacht Alterra.

Bodemkarteerders boren nu een keer per hectare om te bepalen welk bodemtype ergens ligt. Met de kaart van AHN kunnen ze volgens dr Dick Brus van Alterra beter de begrenzing van bodemkaarteenheden bepalen. "Je ziet op het AHN allerlei grenzen die gepaard gaan met verandering in de bodem, waar er klei afgetiggeld is bijvoorbeeld, of dekzandruggen, dus voor de begrenzing van die bodemeenheden heb je minder boringen nodig."

Brus en zijn collega Ebbing Kiestra maakten van een zeekleigebied bij Appingedam en een dekzandgebied bij Losser elk vier bodemkaarten, zowel met als zonder AHN. Daarna bepaalden ze met een aselecte steekproef de kwaliteit van de bodemkaarten op zaken als de gemiddeld hoogste grondwaterstand, het kleigehalte en de geschiktheid van de bodem voor weiland.

"In het algemeen kun je zeggen dat je, dankzij het gebruik van het AHN in het veld, aan een boring per drie hectaren genoeg hebt, zonder dat je aan kwaliteit inlevert", concludeert Brus. Volgens hem levert dat voor het veldwerk een besparing op van vijftig procent. | M.W.

Re:ageer