Wetenschap - 10 november 2015

Bodembeheer loont voor betere bananenteelt in Oeganda

tekst:
Albert Sikkema

Oegandese boeren kunnen twee keer zoveel banaan produceren met een goed watermanagement en bodembeheer. Dat blijkt uit onderzoek van Godfrey Taulya in Oeganda. Hij ontwikkelde een gewasgroeimodel voor de Oost-Afrikaanse hooglandbanaan, om het effect van milieumaatregelen op de productie te schatten.

Taulya deed onderzoek aan de matooke, de groene banaan die wordt gekookt of gestoomd en die het hoofdbestanddeel is van de maaltijd in Oeganda en omringende landen. Deze Oost-Afrikaanse hooglandbanaan, die het hele jaar door opbrengsten geeft, wordt vooral geteeld op kleine plantages en rond het huis van de plattelandsbevolking. Het is een belangrijk gewas om de armoede te bestrijden, maar de opbrengsten zijn laag. De kleinschalige boeren halen een opbrengst van 20 ton per hectare, terwijl idealiter een productie van 70 ton mogelijk is. Terwijl de opbrengst stagneert, zorgt de bevolkingsgroei ervoor dat de vraag naar banaan toeneemt. Daarom zoekt het International Institute of Tropical Agriculture (IITA), waar Taunya werkt als consultant, naar manieren om de productiviteit van de bananenteelt te verhogen.

Taulya deed teeltproeven met banaan op onderzoekstations in centraal en zuidelijk Oeganda om het effect van droogtestress op de productie te meten. In grote delen van Oeganda valt jaarlijks niet meer dan 1000 millimeter regen, terwijl er zo’n 1400 millimeter nodig is voor een optimale productie. Dat watergebrek leidt tot kleinere bananen en tot opbrengstverlaging die kan oplopen tot 65 procent. Ook de beschikbaarheid van kalium in de bodem speelt een belangrijke rol bij de productie, ontdekte Taulya. Bananenplanten die voldoende kalium konden opnemen, produceerden 15 kilo meer banaan dan planten die een kaliumtekort hadden.

Het watergebrek is niet makkelijk op te lossen. De kleinschalige boeren hebben geen geld voor een irrigatiesysteem, maar wel zie je Oegandese boeren die met een waterfles van 5 liter aan de stam van de bananenboom een soort drip-irrigatie hebben gemaakt. Ook kunnen ze meer water in de bodem vasthouden door in de regentijd greppels te graven, adviseert Taulya. En ze kunnen plantaardig afval onderschoffelen om het organisch stofgehalte in de bodem te verbeteren en een deklaag van rottende bananenbladeren op de bodem leggen. Deze mulch zorgt ervoor dat de droogtestress met 10 procent afneemt op plaatsen waar weinig water valt, concludeert de promovendus uit praktijkproeven.

Taulya gebruikte deze veldgegevens voor het maken van een bananen-gewasgroeimodel, dat duidelijk maakt welke factoren de productie van banaan in Oost-Afrika limiteren en welke maatregelen lonen om de productie te verbeteren. In droge gebieden kan extra water de productie met 65 procent verhogen, en toediening van kalium aan de bodem kan de productie met 88 procent verbeteren. Als alle water- en bodemmaatregelen integraal worden toegepast, kan de bananenproductie in Oeganda verdubbelen naar 40 ton per hectare, schat hij.

Godfrey Taulya promoveert op 12 november bij Ken Giller, hoogleraar Plantaardige Productiesystemen. Daarna volgt een seminar over bananenproductie in Afrika.


Re:ageer