Wetenschap - 1 januari 1970

Bodembacteriën produceren meer broeikasgas dan verwacht

Bodembacteriën produceren meer broeikasgas dan verwacht

Bodembacteriën produceren meer broeikasgas dan verwacht


De onlangs gepromoveerde dr Nicole Wrage heeft aanwijzingen gevonden voor
een tot nu toe onbekende wijze van productie van het broeikasgas lachgas
door nitriet-etende bodembacteriën. Hoe de bacteriën het klaarspelen is
onduidelijk, maar het kan betekenen dat de uitstoot van broeikasgas uit
landbouwgrond groter is dan werd aangenomen.

Lachgas, ofwel stikstofoxide (N2O) draagt voor twintig procent bij aan het
aandeel van Nederland aan het broeikaseffect. Het veroorzaakt naar
schatting zes procent van de opwarming van de aarde. Waarschijnlijk is meer
dan de helft van het lachgas afkomstig uit landbouwgebieden, met name uit
stallen en bemeste landerijen. De schattingen lopen echter uiteen omdat er
weinig metingen zijn gedaan naar lachgasemissies en omdat de achterliggende
processen niet goed worden begrepen.
De Duitse onderzoekster experimenteerde met bodemmonsters uit Nederland,
Hongarije en Polen en met twee typen bacteriën die veel voorkomen in
landbouwgronden, Nitrosomonas europaea en Nitrosospira briensis. Zij
gebruikte acetyleen, dat de oxidatie van ammoniak – afkomstig uit mest – en
de vorming van nitriet afremt en hiermee indirect ook de lachgasproductie.
Acetyleengas wordt om deze reden al langer gebruikt om lachgasproductie te
bepalen. Ammoniak-oxidatie en nitrietvorming zijn de eerste stappen in het
complexe proces van stikstofomzettingen in de bodem, waarbij lachgas als
nevenproduct wordt geproduceerd.
Wrage zag dat Nitrosospira europaea inderdaad minder lachgas produceert bij
toevoeging van acetyleen, maar ook dat Nitrosospira briensis gewoon lachgas
blijft produceren. Hoe deze bacterie dat doet met minder nitriet als
brandstof dan voorheen, weet Wrage niet. Het wijst volgens haar op een tot
nu toe onbekende weg van lachgasproductie door bodembacteriën. Ze vermoedt
dat talloze andere bacteriën van de Nitrosospira-soort op dezelfde manier
lachgas produceren. Deze bacteriën treft men veel aan in bemeste
graslanden. Ze kunnen daarom de uitstoot van broeikasgassen uit de landbouw
opschroeven.
De biologe pleit voor meer onderzoek naar mogelijke bronnen van lachgas uit
landbouwgronden en de rol die bacteriën daarbij spelen, om de onzekerheden
rond dit broeikasgas weg te nemen. Dat is volgens haar hard nodig wil men
effectieve maatregelen bedenken om de uitstoot van lachgas te verminderen.
| H.B.

Wrage promoveerde op 28 februari bij prof. Oene Oenema, hoogleraar
management van nutriëntenstromen en bodemvruchtbaarheid, en prof. Riks
Laanbroek, hoogleraar microbiële ecologie (KUN) en verbonden aan het
Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW).

Re:ageer