Wetenschap - 1 januari 1970

Bodemarmoede is het probleem van de Sahel

Bodemarmoede is het probleem van de Sahel

Bodemarmoede is het probleem van de Sahel

Op 25 februari besteedde Wb onder de titel Boeren in zuidelijke Sahel vechten tegen korstvorming aandacht aan het proefschrift van Willem Hoogmoed. In principe kan ik me goed in het artikel vinden, zoals ik ook het proefschrift van Hoogmoed waardeer. Het enige wat ik tegen het artikel heb, is de incompleetheid, die het risico in zich draagt dat mensen toch weer met name aan waterbeschikbaarheid denken als de beperkende factor voor de Sahellandbouw. Belangrijker aandachtspunten zijn een ineffectieve landbouwpolitiek en bodemarmoede. Het zeer juiste advies van Hoogmoed om eerst in kunstmest te investeren geeft daarbij onvoldoende tegenwicht

Om de Sahellandbouw goed te begrijpen en als onderzoeker effectief boeren, overheden en donoren van advies te dienen, moet de absolute en relatieve beschikbaarheid van water en nutriënten in het oog worden gehouden. Die relatieve beschikbaarheid is dusdanig dat bodemarmoede watergebrek als beperkende factor overheerst wanneer er 250 millimeter of meer water in de bodem infiltreert. Met andere woorden, zonder korstvorming vormt gebrek aan nutriënten het probleem in de zuid-Sahel

De bodemarmoede is dusdanig dat van het regenwater gemiddeld maar tien tot vijftien procent door vegetatie of gewas wordt opgenomen, de rest gaat verloren door verdamping, afstroming en diepte-infiltratie. Door het opheffen van het nutriëntentekort komt er drie tot vijf maal meer water beschikbaar voor gewasgroei. Bemesting is een vorm van irrigatie

De extreme bodemarmoede in West-Afrika heeft minstens twee oorzaken, los van de uitputtende landbouw: 1) De bodems zijn extreem oud en uitgeloogd; 2) Niet het regenseizoen is erg specifiek, maar de extreme ariditeit van het droge seizoen. Nergens elders bij gelijke totale regenval is zo weinig water beschikbaar in de erg lange droge tijd. Dit maakt het erg moeilijk voor meerjarige plantensoorten, bomen en struiken inbegrepen, om te overleven. De bijdrage van meerjarigen aan de jaarlijkse plantproductie is lager dan waar dan ook bij gelijke totale regenval. En daardoor, en door de lage natuurlijke bodemvruchtbaarheid, is de bovengrondse plantaardige biomassa en de voorraad bodemorganische stof lager dan waar ook

Deze laatste factor maakt de door Hoogmoed genoemde slechte bodemstructuur begrijpelijk en maakt het onmogelijk om effectief no tillage-landbouw te bedrijven, zoals hij concludeert. Maar het betekent eveneens dat de toch al arme bodem nog armer wordt, omdat het vermogen om nutriënten vast te houden gering is. Dit heeft tot gevolg dat verhoging van de nutriëntenbeschikbaarheid erg veel kunstmest vergt, want de opname van voedingsstoffen in de plant is laag, de verliezen zijn groot

Naast de relatieve beschikbaarheid van water en nutriënten moet je ook kijken naar de absolute beschikbaarheid van nutriënten. Zonder externe middelen als kunstmest is de duurzame jaarlijkse beschikbaarheid van nutriënten dusdanig laag, dat bij een heel lage bevolkingsdichtheid al sprake is van overbevolking. Een plattelandsbevolking van meer dan tien mensen per vierkante kilometer leidt tot uitputtend bodemgebruik. Externe productiemiddelen als kunstmest zijn nodig voor duurzame productiesystemen. Echter, hun efficiëntie is laag. De slechte kosten-batenverhouding die er het gevolg van is, wordt ook nog eens sterk negatief beïnvloed door de lage wegdichtheid, de slechte toestand van de wegen en de gebrekkige infrastructuur voor transport en distributie. De kosten van externe productiemiddelen zijn erg hoog en de prijzen voor landbouwproducten zijn erg laag

Het moet daarom duidelijk zijn dat de arme bodems niet in de eerste plaats veroorzaakt worden door uitputtend onduurzaam landgebruik, maar dat uitputtend landgebruik het gevolg is van de arme bodems! Om het hoofd te bieden aan de problemen van overbevolking bij lage absolute bevolkingsdichtheid lanceerde de Wereldbank met partners als het IFDC het Soil Fertility Initiative tijdens de World Food Summit van de FAO in 1996. IFDC-Afrika heeft zijn huidige vijfjarenplan geheel ondergeschikt gemaakt aan dit initiatief. Waar mogelijk worden landen geïnteresseerd in en geholpen bij het opstellen van nationale actieplannen tot bodemverbetering. Cruciaal daarbij is het ontwikkelen van landbouwpolitiek die de privosector stimuleert tot investeren in de marktontwikkeling van landbouwproductiemiddelen en landbouwproducten, en die boeren stimuleert te investeren in hun bodems

Verbetering van het organische stofgehalte in de bodem moet daarbij voorop staan. Dit kan alleen door maximaal beheer en optimaal gebruik van organische stof te combineren met kunstmestgebruik. Het Wagenings-Malinese project Productie van Sahel en Savanne, dat in 1998 werd afgesloten met de publicatie van het Intensification agricole au Sahel [Breman & Sissoko (Eds.), KARTHALA, Paris], spreekt van eco-intensivering. Slechts integratie van de beste elementen van de ecologische landbouw met kunstmestgebruik kan de bodem verbeteren en de productie verhogen

Economische studies laten zien dat rentabiliteit slechts dan mogelijk wordt indien de nieuwe systemen ook gebruik maken van de beste gewasvariëteiten, effectieve erosiebestrijding en optimale bodembewerking. Het proefschrift van Hoogmoed komt als geroepen


directeur IFDC-Afrika (Internationaal Instituut voor Bodemvruchtbaarheidsbeheer)

Re:ageer