Student - 27 januari 2014

Blog: Inburgeringscursus

Mijn eerste week in Tanzania. Natuurlijk, ik merkte wel dat ik veel aandacht kreeg. Mensen keken naar me en lachten wat. Maar pas toen mijn onderzoekspartner tijdens de lunch voorzichtig aandroeg dat dat wel eens door mijn rok kon komen, ging er een lichtje branden.

De eerste faal heb ik in ieder geval al op mijn inburgerings-CV staan: mijn rokje, dat een beetje fladderig net boven de knie valt, was één knie te kort voor Tanzaniaanse begrippen. En dan had ik mijn echte minirokjes nog thuis gelaten.

Het ene moment loop je door de miezerwinter in Wageningen, het andere moment loop je in de tropische pracht van Tanzania. De komende twee maanden leef ik op de campus van de landbouwuniversiteit van Tanzania. En opeens kan ik zelf ervaren hoe het is om als buitenlandse student gedropt te worden in een totaal onbekende omgeving.

Ik probeer, zover als dat gaat gezien mijn blankheid en mijn onkunde in Swahili, op te gaan in het Tanzaniaanse studentenleven. Hiervoor zijn wat observatieskills nodig. Want wat is gebruikelijk hier? Hoe val je het minst op? En, het belangrijkste, hoe voorkom je dat je onbeleefde dingen doet?
Die rok, dat was dus een klein cultuurverschilletje. En zo zijn er nog wel meer. Trots als ik ben op mijn progressieve Nederlandse gedachtengoed aangaande marihuana, seks voor het huwelijk, homoseksualiteit, alcoholconsumptie en atheïsme kan ik wat betreft cultuurverschillen mijn lol op hier. Want hoe leg je aan je zeer religieuze studiegenoten uit dat de meeste mensen in Nederland eigenlijk nergens in geloven? Dat het heel normaal is om je nieuwe vriendje mee naar huis te nemen en dat ie nog kan blijven slapen ook? En dat Amerikaanse films echt niet zo grof zijn als je ze met onze Nederlandse cinema vergelijkt? Lastig, zeker als iemand aan tafel verkondigt dat homo’s dood moeten omdat ze familiewaarden bedreigen.

Maar over het algemeen verschilt het studentenleven hier eigenlijk helemaal niet zo veel van dat in Nederland. Studenten hier wonen ook op complexen in kleine, sobere kamers. Iedereen heeft een smartphone en een laptop. Er moet gevochten worden om een goed plaatsje in de bibliotheek. En net als in Wageningen zijn studenten hier ook dol op rondhangen buiten studielokalen en kletsen met vrienden, maar dan zonder koffie in plastic bekertjes. Ik voel me hier dus wel thuis, en voor de automatenkoffie van Wageningen kom ik voorlopig niet terug.



Re:ageer