Student - 27 augustus 2015

Blog: De hut van de Pomoren

tekst:
Gastredacteur

Frigga Kruse uit het archeologieteam van het Arctisch Centrum, van de Rijksuniversiteit Groningen, komt tijdens het ontbijt naar me toe. Ze vraagt of ik haar wil helpen bij haar onderzoek naar een oude hut van de Pomoren, een volk uit Rusland dat in de 18e eeuw naar Spitsbergen is gestuurd voor de walrusjacht.

Hilde de Laat, student Biologie in Wageningen, is mee met de Spitsbergenexpeditie. Voor Resource houdt ze een blog bij.

Op basis van de luchtfoto’s van Spitsbergen hebben Frigga en archeologiestudente Marthe een plaats uitgezocht waar een oude Pomorenhut zou staan die nog weinig onderzocht is. Ik besluit mee te gaan.

Met zijn vijven worden we afgezet: Ronald als berenwacht, Frigga als leider van de groep, Marthe als archeologiestudent en Tweedekamerlid van D66 Stientje van Veldhoven en ik als hulp. De landingsplaats ligt 2 kilometer lopen van de plaats waar we moeten zijn. Een zware tocht, dwars door een moerasgebied. We zakken tot onze knieën in het zompige mos. Uitgeput bereiken we de plaats van bestemming.

We verkennen het landschap nauwgezet. We komen een heel aantal vossenvallen tegen, een eerste teken van menselijk handelen. Later komen we wat palen en ander hout tegen dat door mensen lijkt te zijn bewerkt. We bekijken zo het hele landschap, een hele andere manier dan hoe ik normaal door een toendra loop. Ik ben me ineens bewust van kleine dingen zoals deukjes in het mos die duiden op een weggehaalde steen of een stuk hout. Wat een andere wereld kom ik zo tegen! Uiteindelijk bereiken we iets wat lijkt op een oude hut. Vier overblijfselen van palen in de hoeken, een stompje van een paal in het midden en wat bakstenen rondom. Dit blijkt de hut te zijn waar we naar op zoek zijn.

Ik ben me ineens bewust van kleine dingen zoals deukjes in het mos

Stientje en ik worden aan de slag gezet om de fosfaatbemonstering uit te voeren. Menselijk handelen laat vaak hoge concentraties aan fosfaatresten achter, bijvoorbeeld door een toilet of een slachtplaats van wild. Deze piekconcentraties willen we detecteren. Ondertussen werken Frigga en Marthe aan het in kaart brengen van de overige zaken. Zo zijn er waarschijnlijk walvisbotten gebruikt in de constructie van de hut en liggen her en der rendierbotten, houten plankjes en bakstenen verspreid. Alles wordt nauwgezet in kaart gebracht.

Lange tijd zien we weinig van het landschap; een dichte mist belemmert ons zicht tot een paar honderd meters rondom de Pomorenhut. Dan ineens trekt de mist open en blijkt dat we in een prachtig landschap werken. Een schitterend strand met hoge bergen in het oosten, een vlakke toendra met stille meertjes in het noorden. We zien een kudde rendieren die waarschijnlijk al die tijd op dezelfde plek heeft staan grazen, en dobberende roodkeelduikers op het dichtstbijzijnde meertje.

Pas om half 11 worden we weer opgepikt. Het voelt alsof we gered worden. Ik ben moe, het gebrek aan warm eten hakt erin. Wat een dag, 12 uur in het veld geweest! Ik val doodmoe in slaap.

Lees ook de andere blogs van Hilde


Re:ageer