Student - 24 maart 2014

Blog: AID-oma

Na twee maanden afwezigheid steek ik de sleutel weer in het slot van de afdelingsdeur. Binnen word ik verwelkomd door de welbekende vriendengroep van mijn huisgenoot, allemaal tweedejaars jongens. ‘Hé welkom terug! Hoe was Tanzania?’

Enthousiast door zo’n gezellig welkomstcomité vertel ik hen de eerste indrukken van mijn reis. Dan zie ik de keuken. De schrik slaat me om het afdelingsvertegenwoordigershart. ‘Jongens, wat een zootje! Wat is hier gebeurd?’ ‘Ja we hebben de verjaardag van L. afgelopen vrijdag gevierd. Het was echt chaos. Maar we hebben het al opgeruimd hoor, zaterdag kon je niet eens bij het koffiezetapparaat komen.’ Dan gaan ze weer door waar ze mee bezig waren: film kijken en bierdrinken.

Een paar dagen later zit ik met mijn huisgenoot te ontbijten. Hij heeft het zwaar, gister is hij uit geweest en nu heeft ie om half negen college. Ik kan me vaag herinneren dat ik dat ook deed toen ik tweedejaars was, maar hoe ik dat overleefd heb is me tegenwoordig een raadsel. Nadat hij moeizaam zijn ontbijt naar binnen heeft gewerkt haast hij zich naar college. ‘Vergeet je stempas niet!’ Roep ik hem na. ‘O ja thanks!’ En weg is ie.

Opeens besef ik dat ik klink als een moeder. Andere scènes van afgelopen week schieten me te binnen. Romy die een groep eters in de keuken streng toespreekt dat ze wel de afwas moeten doen. Romy die voor de derde keer vraagt wanneer die schoonmaaktaak nou gedaan wordt. Romy die in een badjas vraagt of het wat stiller kan.

Dan dringt het tot me door: ik word oud. Ik ben vijfdejaarsstudent, mijn afdelingsgenoten zullen me wel als een bejaarde zien. Ik had hun AID-oma kunnen zijn. Hoewel er heel wat mensen zullen terugverlangen naar de tijd waarin ze 24 en student waren, bevind ik me in de nadagen van mijn studentenbestaan. Nog even en ik moet de oversteek maken naar het studentenhiernamaals genaamd Het Burgerleven. Gelukkig duurt dat nog anderhalf jaar. En tot die tijd kunnen mijn huisgenoten toevallig wel genieten van een schone afdeling.