Wetenschap - 1 januari 1970

Bloedstollend eiwit bezorgt hartinfarct maar voorkomt beroerte

Bloedstollend eiwit bezorgt hartinfarct maar voorkomt beroerte

Bloedstollend eiwit bezorgt hartinfarct maar voorkomt beroerte


Een gen dat de kans op hartaanvallen verhoogt, verkleint tegelijkertijd de
kans op herseninfarcten. Die paradoxale ontdekking deed ir Tiny Hoekstra
tijdens haar promotieonderzoek onder 650 ouderen.

Hoekstra’s proefpersonen hadden in de vroege jaren negentig meegewerkt aan
een ander Wagenings onderzoek, waarbij bloed was afgenomen. Aan de hand
daarvan kon Hoekstra bepalen hoeveel van het eiwit Plasminogen Activator
Inhibitor-type 1 zij aanmaakten. Die stof, verwachtten Hoekstra en haar
begeleider prof. Evert Schouten van de afdeling Humane voeding en
epidemiologie, zou wel eens een belangrijke rol bij het ontstaan van
hartinfarcten kunnen spelen.
,,Het ontstaan van hartaanvallen is een behoorlijk ingewikkeld proces’’,
zegt Hoekstra. ,,Het begint met een kleine beschadiging aan de binnenkant
van het bloedvat. Als het lichaam probeert de vaatwand te herstellen
dringen witte bloedcellen de vaatwand binnen en ontstaat een verdikking.
Het bloedvat wordt nauwer. Tegelijkertijd klonteren bloedplaatjes samen
rond de beschadiging.’’ Een hartinfarct ontstaat als een bloedstolsel een
vernauwde kransslagader afsluit, en een stukje van het hart niet wordt
voorzien van zuurstof. Het eiwit dat Hoekstra onderzocht vergemakkelijkt
het ontstaan van die bloedstolsels.
Hoekstra de ontdekte dat de concentratie van het eiwit in de bloedmonsters
schommelde in de tijd. ’s Ochtends vroeg, als de meeste hartaanvallen
plaatsvinden, was de concentratie maximaal. Die ontdekking verklaart
misschien niet alleen waarom er ’s ochtends zoveel meer hartaanvallen
plaatsvinden, maar ook waarom medicijnen die bloedstolsels moeten oplossen
’s ochtends minder goed werken dan ’s middags en ’s avonds.
Het beeld werd complexer toen de onderzoekers bij hun proefpersonen gingen
kijken naar de genen die met de productie van het stollingseiwit te maken
hebben. ,,Het gen dat de aanmaak van het stollingseiwit reguleert bestaat
in twee varianten’’, zegt Hoekstra. ,,Je vindt ze allebei ongeveer even
vaak.’’ Bij mensen met het ene gen bleef de ochtendpiek van het
bloedstollende eiwit achterwege, bij mensen met het andere gen niet,
ontdekte Hoekstra. ,,Dat heeft zijn weerslag op de kans op een
hartinfarct’’, zegt Hoekstra. ,,Heb je het piekgen, dan heb je ongeveer
twintig procent meer kans op een hartinfarct.’’
In de hersenen werkt datzelfde gen echter precies de tegenovergestelde kant
op. Mensen met het piekgen hebben juist weer dertig procent minder kans op
een infarct in de hersenen, een beroerte.
,,Dat kunnen we nog niet verklaren’’, zegt Hoekstra. ,,We vermoeden dat het
gen iets doet met de plaques in bloedvaten.’’ Plaques zijn kalkachtige
afzettingen in vernauwde bloedvaten. Soms breken ze af en ontstaan aan de
binnenkant van de bloedvaten beschadigingen waardoor het proces van
vaatvernauwing verhevigt. De Wageningers denken dat het piekgen de plaques
in de hersenen stabieler maakt zodat ze minder makkelijk afscheuren.
‘Slecht’ wil Hoekstra het piekgen dus niet noemen. ,,Als je alles tegen
elkaar afweegt, ben je met het piekgen misschien beter af.’’ |
W.K.

Re:ageer