Wetenschap - 3 maart 2016

Bloedbank mag grenzen stellen aan veiligheid donorbloed

tekst:
Rob Ramaker

Het is niet onethisch wanneer bloedbanken redelijke grenzen stellen aan de kosten voor veilig donorbloed. Dit stellen filosofen Marcel Verweij en Koen Kramer in het Journal of Medical Ethics.

In 2012 ontstond felle discussie over stijgende zorgkosten. Het College van Zorgverzekeringen (nu: het Zorginstituut) stelde dat medicijnen tegen de ziekte van Pompe en Fabry te duur waren, en niet langer moesten worden vergoed. Na protest eindigde het plan in de prullenbak, maar de discussie bleef. Om de zorg betaalbaar te houden, zeggen experts, zou je maximaal 80 duizend euro moeten uitgeven voor een extra levensjaar in goede gezondheid (QALY in vaktermen). Een controversieel idee voor veel burgers.

Over de prijs van veilig donorbloed ontstond echter nooit maatschappelijke discussie. En juist dat maakt de experts onzeker, zegt Hans Zaaijer, hoogleraar Bloedoverdraagbare infecties aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Moeten ze, zolang ze geen signalen krijgen van politiek of maatschappij, doorgaan met het opvoeren van de veiligheid?

Nu al doet bloedbank Sanquin testen die relatief veel duurder zijn. Zo wordt alle donorbloed op twee manieren gescreend op verscheidene virussen: een goedkope en een duurdere, gevoeliger test. Die dure variant vindt zo weinig extra infecties dat de kosten in de miljoenen per gewonnen QALY lopen. Zaaijer: ‘De Hiv-test heeft zelfs nog nooit een infectie opgeleverd die de goedkope test niet had gevonden.’ Zaaijer stelt niet dat de test direct moet verdwijnen maar vraagt zich af waar de grens ligt. ‘We hebben nu één Hiv-besmetting in 5 tot 10 jaar’, zegt hij. ‘Moet je dat risico nog verder afdekken? Nu geven we al miljoenen uit per extra QALY en daar kun je nog extreem veel meer geld insteken.’

We hebben nu één Hiv-besmetting in 5 tot 10 jaar. Moet je dat risico nog verder afdekken?
Hans Zaaijer, hoogleraar Bloedoverdraagbare infecties

Verweij en Kramer zochten ethische argumenten voor het idee dat bloedveiligheid meer middelen verdient dan andere zorg. Maar geen van de gevonden argumenten overtuigde. Zo vinden de filosofen niet dat een bloedtransfusie een aan patiënten ‘opgelegd risico’ is. Het is een medische ingreep als andere met een proportioneel risico. Ook zijn het geen identificeerbare mensen in nood die profiteren van veiliger bloed, een moreel argument voor meer inspanningen.

Bovendien, schrijven Verweij en Kramer, kan het uitgespaarde geld elders veel meer goed doen. Er zitten grote opportunity costs aan hoge zorguitgaven met weinig resultaat. ‘Het is geen geld versus ethiek’, zegt Verweij, ‘ook het doen van een kosten-batenanalyse is ethiek.’ Overigens vindt Verweij niet dat het aan filosofen is om de knoop door te hakken. ‘Bloed heeft een bijzondere betekenis’, zegt Verweij. ‘Als de samenleving dat koste wat kost zo veilig mogelijk wil, dan is dat misschien irrationeel, maar democratisch te legitimeren.’


Re:ageer