Wetenschap - 28 november 2002

Biotechnoloog brengt de structuur van sponzenknikkers in kaart

Biotechnoloog brengt de structuur van sponzenknikkers in kaart

Als een spons in losse cellen uiteenvalt, dan vormen de cellen al snel weer 'primmorphen': millimetergrote bolletjes van cellen, waarvan niet precies duidelijk is wat hun functie is. De Wageningse promovendus ir Detmer Sipkema helderde de structuur van zeven sponzensoorten op.

"Aan de buitenkant van een primmorph zie je niet zoveel", vertelt de aio bij de sectie proceskunde. "Geen losse cellen in ieder geval. Een huidlaag omgeeft de bolletjes, met daaronder waarschijnlijk nog een laagje bindweefsel. En dan kom je bij een opeengepakte hoeveelheid sponzencellen. Ik heb geprobeerd ze te tellen, maar dat is me niet gelukt. Het is niet goed mogelijk om een primmorph uit elkaar te halen zonder de cellen te vernietigen. Maar het zijn er duizenden."

Sipkema maakte de sponzenknikkers door sponzen in zeewater zonder calcium en magnesium te leggen. Omdat de organismen die mineralen nodig hebben om aan elkaar te hechten valt de spons in losse cellen uit elkaar. Breng je de losse cellen daarna in zeewater waarin het calcium en magnesium weer aanwezig zijn, dan vormen de cellen spontaan primmorphen. "We weten niet of je ze moet zien als sporen", zegt Sipkema. "We kunnen ze nog niet laten uitgroeien tot sponzen. We weten zelfs niet of dat ?berhaupt mogelijk is. Dit is een terrein waar nog grote witte vlekken zitten."

Internationaal doen enkele tientallen biotechnologen onderzoek naar sponzen, die overigens nog steeds niet in laboratoria gekweekt kunnen worden. Voor de farmaceutische industrie is de sponzenkweek interessant, omdat sponzen kankerremmers, ontstekingsremmers, virusremmers en anti-microbi?le stoffen aanmaken.

"Het hele onderzoek, inclusief het mijne, richt zich op dit moment op verkrijgen van biomassa", zegt Sipkema. "Het kweken van voldoende sponzencellen voor de winning van medicijnen. De rol die primmorphen daarin spelen is nog onduidelijk." Sipkema gaat in ieder proberen om sponzen uit primmorphen te kweken. Primmorphen zijn sterk, terwijl sponzen al door een temperatuurschommeling van een paar graden kunnen sterven. Een andere mogelijkheid is om de biomassa te halen uit de primmorphen zelf. De knikkervormige kolonies zouden wel eens kunnen groeien als ze voeding krijgen. Een derde optie is tenslotte het werken met losse sponzencellen.

Sipkema publiceert zijn bevindingen in de Journal of Biotechnology van januari 2003. Dat is een themanummer waaraan nog meer Wageningse sponzenonderzoekers hebben meegewerkt. |.W.K.

Re:ageer