Wetenschap - 1 januari 1970

Biosafety protocol

Biosafety protocol

Biosafety protocol

Vorige week is de VN-conferentie over biotechnologie mislukt. De ontwikkelingslanden eisten daar het recht transgene landbouwproducten te weren van hun markten. Vijf rijke landen die genetisch gemanipuleerde producten exporteren, weigerden echter het biosafety protocol te ondertekenen. Trekken de ontwikkelingslanden nu aan het kortste eind?


De landen die genetisch gemanipuleerde producten ontwikkelen, willen die zonder problemen exporteren. Maar veel ontwikkelingslanden zijn bang voor een stroom van genetisch gemanipuleerde producten waar ze geen greep op hebben. Dat zou bijvoorbeeld ten koste kunnen gaan van de biodiversiteit, vrezen ze. Daarom willen ze een vergaand protocol, waarmee ze handelsbarrieres kunnen opwerpen zonder gedetailleerd de schadelijkheid van een product aan te tonen

De ontwikkelingslanden hebben zelf geen wetgeving waarmee ze zulke producten kunnen tegenhouden, of ze kunnen de naleving niet afdwingen. Bijvoorbeeld alleen al omdat ze niet de faciliteiten hebben om transgene producten te onderzoeken of om de gevolgen van invoering van een gewas te onderzoeken. In een groot land met uiteenlopende agrarische omstandigheden kan dat veel onderzoek vereisen. In Nederland bestaat wel uitgebreide wetgeving over de veiligheid waar genetisch gemanipuleerde producten aan moeten voldoen

Een onderdeel van het biosafety-protocol was dat ontwikkelingslanden hulp zouden krijgen bij het opzetten van hun eigen onderzoek. Dat dat niet doorgaat, is jammer. Er zijn nu wel faciliteiten om ontwikkelingslanden daarbij te helpen, maar het protocol had dat kunnen uitbreiden

Ook wilden de ontwikkelingslanden producenten via het protocol verplichten informatie te verschaffen over de veiligheid van genetisch gemanipuleerde producten. Producenten zitten er echter niet op te wachten dat ze voor elk land of elke klimaatzone apart moeten aantonen dat hun producten veilig zijn

Als je ervan overtuigd bent dat iedereen altijd het beste voor heeft, dan is er niets aan de hand. En een groot biotechbedrijf dat een naam hoog te houden heeft, zal geen dingen doen die direct gevaar opleveren voor de biodiversiteit. Maar het is de vraag wat kleine biotechbedrijfjes doen. Je kan makkelijk zaden exporteren zonder te zeggen dat ze genetische gemanipuleerd zijn

Nu de conferentie mislukt is, hoeven de producenten niet aan de eisen van de ontwikkelingslanden te voldoen. De handel kan gewoon doorgaan. Maar ik kan me voorstellen dat ontwikkelingslanden toch transgene producten buiten de deur houden - daar zijn nu geen duidelijke regels voor. Volgens de krant kunnen ze dan een boete krijgen van de World Trade Organisation, maar daar twijfel ik aan

Ik heb geen idee wat de volgende stap is. Voor de rijke landen verandert er weinig door de mislukking van de conferentie. De ontwikkelingslanden hebben meer informatie nodig om de veiligheid te beoordelen. Dus eigenlijk trekken die aan het kortste eind

Re:ageer