Wetenschap - 1 januari 1970

Bioloog gevangen door boskoning

Biologen in de Afrikaanse jungle zijn gewend aan giftige slangen en andere wilde dieren. Maar dr. Aristide Adomou kreeg te maken met een ander soort gevaar: de argwaan van de plaatselijke bevolking. De onlangs gepromoveerde onderzoeker werd in Benin gevangen genomen op last van een lokale ‘koning’. Zijn promotor prof. Jos van der Maesen kent het probleem. Hij neemt altijd wat flessen sterke drank mee als wapen in de strijd.

Bewoners van het regenwoud in Benin. / foto’s Jos van der Maesen

Adomou reisde voor een goed doel heel Benin door. Behept met een grote florakennis bracht hij aanzienlijke oppervlakten natuurlijke vegetatie in zijn vaderland voor het eerst goed in kaart. Hij lokaliseerde bijzondere planten die een medicinale waarde hebben, bijvoorbeeld voor behandeling van malaria en bloedarmoede. Maar de onderzoeker moest heel wat obstakels overwinnen. Volgens hem is het niet gemakkelijk om als bioloog je werk te doen in het Afrikaanse regenwoud. Want de plaatselijke bevolking staat vaak argwanend tegenover indringers in ‘hun’ bos.
Het gevaarlijkste moment beleefde Adomou in het gemeenschapsbos van het dorpje Kétou in het zuiden van Benin. ‘Ik werd gepakt en naar de koning van het dorp gebracht. Ze hielden me gevangen van negen uur ‘s ochtends tot zeven uur ‘s avonds. Zij beweerden dat ik geen toestemming had om het gemeenschapsbos te betreden. Maar goed, ze lieten me uiteindelijk vrij.’
Dit soort voorvallen staan volgens de Beninese onderzoeker niet op zichzelf. De gemeenschappen die al vele generaties lang in de bossen leven, houden hun tradities in ere en bewaken hun natuurlijke rijkdommen met verve. ‘Zij kunnen eenvoudigweg niet begrijpen wat mensen zoals wij, met een universitaire graad, nu zoeken in de bush. Mensen met een Master- of PhD-titel horen volgens hen in een schoon kantoor te zitten. Zij denken dat we hun misschien wel bespioneren.’

Voodoo
Adomou probeerde zich er niet al te druk om te maken. De natuur heeft zijn grote interesse, en zijn zucht naar kennis bracht hem naar alle uithoeken van het land. Per motor legde hij ongeveer dertigduizend kilometer af om diverse botanisch interessante bossen te bereiken en in kaart te brengen. Zo kon hij een nieuwe Rode Lijst opstellen voor Benin, met 280 bedreigde plantensoorten, die de oude lijst uit de jaren zeventig, met slechts achtenveertig soorten, vervangt.
Ook Adomou’s promotor prof. Jos van der Maesen, hoogleraar Plantentaxonomie, kan meepraten over het werk in onder meer Benin en Gabon. Een bioloog kan wel een bijzonder zeldzame vlinder gezien hebben of een bijzonder bloem, het is altijd oppassen waar je loopt. Biologen en andere onderzoekers moeten volgens Van der Maesen bijvoorbeeld goed oppassen om heilige bossen niet zomaar binnen te treden. ‘Er zijn circa vijfentwintighonderd heilige bossen in Benin. Als je niet oppast, kan je een voodooceremonie verstoren. In augustus was ik in het westen van Benin bij het plaatsje Malomi en werd in de buurt van een bos gelukkig opmerkzaam gemaakt op een voodoceremonie. Wij moesten snel langslopen en vooral niet in het bos kijken. Ik heb dus alleen drums en mannengezang kunnen horen.’
De Beninese cultuur is rijk aan dit soort tradities. En in elke regio zijn er weer andere gebruiken die voor verrassingen kunnen zorgen. Dit komt ook door de meer dan veertig verschillende etnische bevolkingsgroepen in Benin zoals de Fon, Adja, Yoruba en Somba, elk met hun eigen typische gebruiken.
Biologen of andere natuurwetenschappers zijn niet in staat om op alle tradities en gebruiken in tropische Afrika te anticiperen. En soms is het nodig om juist heilige bossen te onderzoeken vanwege de biodiversiteit. Van der Maesen wijst op een beproefde methode uit de koloniale tijd: cadeautjes. ‘Bijvoorbeeld een gift aan de lokale tovenaar of medicijnman om het heilige bos in te mogen. Een paar duizend CFA is genoeg.’ 650 CFA komt neer op een euro.

Goud
En een fles drank doet ook wonderen, vertelt Van der Maesen. Op expedities neemt hij standaard altijd een voorraadje sterke drank mee. Zo bracht hij in augustus een fles palmwijn mee voor het dorpshoofd van Malomi, met een interessante botanische tuin. Het is volgens hem ook belangrijk dat je de mensen eerst goed uitlegt wat je er komt doen en dat je respect betuigt aan het dorpshoofd. Het werpt zijn vruchten af. ‘In Malomi vonden we onder meer een enorme bloem, 45 centimeter groot, van de soort Aristolochia. Prachtig.’
Maar cadeautjes werken niet altijd in tropisch Afrika, weet de hoogleraar. ‘In Gabon is men terughoudend met het leveren van medicinale kennis over planten, dat is voorbehouden aan de medicijnmannen, die dat weer aan hun zonen vertellen en aan niemand anders in het dorp.’
Ook dr. Carel Jongkind van de leerstoelgroep Biosystematiek houdt het op cadeau’s. Hij heeft veel onderzoek gedaan in Liberia, en reist daar deze week weer heen voor een expeditie in het noordwestelijk deel van het land. ‘Ik neem altijd wat Indonesische batikdoeken mee. Ik zorg er ook altijd voor om lokale gidsen mee te nemen. Hierdoor worden de bosbewoners eerder gerustgesteld. Met name in Sierra Leone zijn bosbewoners erg argwanend. Ze denken allereerst dat je goud of mineralen zoekt. Als ze ervan overtuigd zijn dat je slechts de plantenrijkdom in kaart brengt, laten ze je over het algemeen toe in hun gebied.’
Reizend per motor door Benin kon Adomou geen grote cadeaus meenemen, maar uiteindelijk slaagde hij er toch in een groot deel van de bossen in kaart te brengen. Ook kon hij gebieden identificeren waar nog bijzonder waardevolle planten groeien. Zoals de Zanthoxylum zanthoxyloides, waarvan de wortels kunnen worden gebruikt tegen malaria en bloedarmoede. En Rauvolfia vomitoria waarvan de wortels geschikt zijn voor behandeling van psychoses en andere psychiatrische stoornissen.

Hugo Bouter

Re:ageer