Wetenschap - 26 april 2001

Biologische bestrijding van schimmels lukt steeds beter

Biologische bestrijding van schimmels lukt steeds beter

Het zoeken naar geschikte schimmels die schadelijke schimmels bestrijden gaat steeds beter. Die ervaring heeft dr. Jurgen K?hl, van Plant Research International, nu hij bezig is aan een nieuw EU-project: een zoektocht naar een bestrijder die aarfusarium in tarwe tegenhoudt. Eerder had hij met zijn groep succes met de biologische bestrijding van Botrytis.

Aarfusarium gaat alle consumenten aan. Deze schimmel, die op de aar van tarwe voorkomt, produceert namelijk mycotoxinen, giftige stoffen die mensen ziek kunnen maken. Chemische bestrijding is lastig en niet altijd afdoende omdat de gifstoffen aanwezig blijven ook als de schimmel er al niet meer zit. Het is daarom veiliger te voorkomen dat de schimmel de plant binnendringt.

De fusarium overwintert op resten van tarwe, ma?s of gras op de grond. Komen de schimmelsporen in het voorjaar en de zomer los, dan bereiken die de aar en gaan daar lustig groeien. Bestrijding is op twee momenten mogelijk: tijdens de overwintering en op de aar. Plant Research International probeert in te grijpen op de stroresten, een Engelse partner binnen het EU-project richt zich op de aar.

K?hl heeft in een jaar tijd verschillende kandidaten gevonden die in de klimaatkas succesvol lijken. Ze koloniseren stroresten en onderdrukken de sporenvorming van giftige fusarium.

De onderzoeker heeft geleerd van het vorige project: de inzet van een schimmel tegen de schimmel Botrytis, die gewassen als aardbei, druiven, tomaten en siergewassen aantast. Op gewasresten in het veld kunnen gemakkelijk zestig verschillende schimmelsoorten zitten. K?hl onderzocht of daar geschikte tegenstanders van Botrytis tussen zaten. Wil een schimmel succesvol zijn als biologische bestrijder, dan moet deze goedkoop te vermeerderen zijn, goed sporen vormen en de schadelijke schimmel schade toebrengen. Daarnaast moet hij bijvoorbeeld goed tegen afwisselend droog en nat kunnen, wat in het veld vaak voorkomt. K?hl en zijn groep zijn daar in het tien jaar lopende onderzoek achter gekomen. Het Botrytisonderzoek, dat eind deze maand afloopt, heeft laten zien dat de schimmel Ulocladium zoveel voedsel in gewasresten gebruikt dat er te weinig overblijft voor de Botrytisschimmel om te overleven. Nu is het onderzoek zo ver dat een commerci?le partner het Ulocladiumproduct voor de boeren kan maken. | L.N.

Re:ageer