Wetenschap - 1 januari 1970

Biologenhout

Biologenhout


,,Sterven begint bij de geboorte'', schrijft schrijverbioloog Midas Dekkers
ergens halverwege een verhaaltje over de veroudering van de huid. Het zijn
zulke simpele zinnen met een verhaal die maken dat Dekkers een keur van
aanhangers heeft en dat zijn boeken het vooral op verjaardagen,
afstudeerfeestjes en promotieborrels heel goed doen als cadeau.
Ook het goedkope boekje 'Mummies' is zo'n lekker cadeauboek. Er is bijna
altijd wel iets in te vinden dat betrekking heeft op het feestvarken, en zo
niet dan kan altijd nog gerefereerd worden aan de biologiefilosofie die
zorgt dat het feestvarken een andere blik op de wereld krijgt. Neem zijn
beschrijving van het oude mannetje dat in die verouderde huid zit. ,,Van
buiten is het mannetje al dood. Gemummificeerd. Door de twee gaten in het
dode omhulsel van de kop zie je de ogen van het eigenlijke mannetje
daarbinnen, dat nog leeft. Nooit zal het er meer uitkomen.''
Toch is mij nooit echt goed duidelijk wat mij als feestvarken nu zo zou
moeten bekoren aan de parmantig geschreven verhaaltjes van Dekkers. Goed
voor een grimlachje is hij altijd wel. ,,Ziekten hebben veel van hun glans
verloren'', begint hij een stukje. ,,Vergeleken bij kanker (de kille) en
het hartinfarct (de doelmatige) waren ziekten vroeger romantischer. De pest
'waarde rond'; zoiets zie je een modern hartinfarct niet doen.'' Vervolgens
maakt Dekkers een vergelijking tussen de vernietigde aangezichten
veroorzaakt door wat hij beschouwt als meest romantische ziekte, de
melaatsheid, en de door zure regen aangetaste beeldhouwwerken aan de Sint-
Janskathedraal in Den Bosch. Tja...
Bekend is dat Midas Dekkers als bioloog in het leven staat en als bioloog
dat leven aanschouwt. Hij kijkt, snuift, hoort, voelt, denkt, eet, drinkt
en slaapt als een bioloog en bij elk boek komt dat tussen alle zinnen,
woorden en alinea's naar buiten als zweet uit de poriƫn. Maar net zoals we
economen die stellen dat de maatschappij economisch is vervelende
troubadours met oogkleppen vinden, zo komt de biologenfilosofie waarmee hij
het leven om zich heen beschouwt ook wel erg vaak over als een
herhalingsoefening. Leven is biologie, lijkt Dekkers telkens weer te willen
zeggen, en hoe graag ik hem ook gelijk wil geven en hoe aanlokkelijk het
ook is om die stelling heel logisch te vinden en te onderschrijven,
overtuigen kan hij me niet.
'Mummies' is natuurlijk niet het boek om de levensfilosofie van bioloog
Dekkers te fileren, want het is immers een kleine en goedkope verzameling
stukjes over opgezette dieren, katten op sterk water, opgeprikte insecten
inclusief een recept voor mummies, en geen doorwrochte analyse over dood en
leven in de wereld. Dekkers heeft veel betere boeken geschreven, beter in
die zin dat zijn boodschap er pregnanter in aanwezig is.
Toch zijn de stukjes in 'Mummies' typische Dekkers-stukjes. Hij pakt een
observatie - van een per ongeluk gestorven purperreiger, een schattig
poesje met een muts op, de verweerde beelden van de Sint Jan - als bioloog
bij de neus, keert die op een soms surrealistische manier binnenstebuiten
en weet binnen het bestek van drie pagina's vaak ook nog een pointe te
maken. Leuk om te lezen, verrassend om mee te maken, maar van de pointe
blijft bij mij niet veel meer hangen dan dat dood en leven horen bij het
leven en dat leven biologie is. Maar misschien ben ik wel niet van het
goede biologenhout gesneden.

Martin Woestenburg

Midas Dekkers, Mummies - In het schemerrijk tussen dood en leven, Contact,
ISBN 9025419224, 7,50 euro.

Re:ageer