Wetenschap - 1 januari 1970

Biolandbouw krijgt kringloop niet rond

De biologische landbouw in Nederland is nog sterk afhankelijk van gangbare mest en de import van buitenlandse biologische grondstoffen. Dat komt omdat het grootste deel van de biologische bedrijven is voortgekomen uit gespecialiseerde gangbare bedrijven. Dit blijkt uit een grootschalige inventarisatie van Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut.

‘De huidige situatie vloekt een beetje met de intenties van de biologische landbouw om zoveel mogelijk aan te sluiten bij natuurlijke kringlopen’, zegt dr Jules Bos, onderzoeker bij Plant Research International en projectleider binnen het onderzoeksprogramma ‘Intersectorale samenwerking in de biologische landbouw’. ‘Als je kringlopen wilt sluiten dan past het niet dat je veevoer van elders haalt. Eigenlijk zou je de mest dan moeten terugbrengen naar de oorspronggebieden, maar dat is niet haalbaar. Veel biologische bedrijven zijn voortgekomen uit gespecialiseerde gangbare bedrijven. Die erfelijke belasting maakt het moeilijk de nutriëntenstromen binnen het bedrijf rond te maken.’
De Nederlandse biologische landbouw kent bijna geen gemengde bedrijven. Een groot aantal bedrijven is omgeschakeld na 1980, waardoor vrijwel altijd sprake is van relatief intensieve en gespecialiseerde bedrijven. Dat zulke bedrijven zich toch biologisch mogen noemen, is mede mogelijk omdat volgens de regelgeving niet alle grondstoffen van biologische oorsprong hoeven te zijn. Naar verwachting zullen de Europese regels op dit gebied in de toekomst echter worden aangescherpt.
Zo moet vanaf augustus het veevoer volledig biologisch zijn, terwijl biologische veehouders hun dieren nu nog mogen bijvoeren met tien tot twintig procent gangbaar veevoer. Biologische akkerbouwers en groentetelers mogen zelfs nog tot maximaal tachtig procent gangbare mest gebruiken. ‘Dat is een percentage waar ik zelf ook een beetje van schrok’, erkent Bos.
Het streven naar gesloten kringlopen zal leiden tot hogere kostprijzen en dus hogere consumptieprijzen voor biologische producten. Zo wordt krachtvoer aanzienlijk duurder als die volledig in Nederland moeten worden geproduceerd. Het gebruik van honderd procent biologische mest is niet alleen duurder maar betekent ook een lagere productie omdat deze mest relatief lage nutriëntgehalten bevat.
Deze extra kosten zijn volgens de onderzoekers dusdanig dat je niet kunt verwachten dat individuele producenten vrijwillig maatregelen nemen. Algemeen geldende regelgeving lijkt onontkoombaar. Samenwerking tussen twee of meer biologische landbouwbedrijven is momenteel de meest passende organisatievorm voor het verder sluiten van kringlopen. De onderzoekers hebben een aantal concepten voor zulke gekoppelde bedrijven uitgewerkt. Hierbij wordt steeds een gespecialiseerd bedrijf dat gericht is op voedselproductie gekoppeld aan een fictief complementair bedrijf dat zich vooral richt op het produceren van bijvoorbeeld biologische mest, stro of veevoer.
Bos erkent dat een bedrijf dat zich specialiseert in de mestproductie op het eerste oog vreemd overkomt. ‘Onze berekeningen schetsen extreme situaties. In de praktijk zullen het voedselproducerende bedrijf en het complementaire bedrijf tot een voor beiden aanvaardbaar compromis moeten komen. Ook heeft mest in de huidige systemen weinig economische waarde, maar het is natuurlijk een belangrijk product. Ik vind het een pluspunt dat de kringloopgedachte in de biologische sector nog leeft en ze mest in ieder geval niet als afval beschouwen.’ / GvM

Re:ageer