Wetenschap - 1 januari 1970

Bio-economie heeft wind mee

De barometer voor A&F staat nog steeds op storm, maar voor de divisie Biobased Products blijven de perspectieven gunstig. Sterker, voor de divisie zijn de perspectieven nog nooit zo goed geweest. Een financiële injectie van LNV zal waarschijnlijk niet lang op zich laten wachten.

Ir Erik van Seventer, directeur van de divisie Biobased Products bij A&F. / foto Guy Ackermans

‘We hebben helemaal aan het begin gestaan’, zegt ir Erik van Seventer, directeur van de divisie Biobased Products van A&F. ‘En nu staan we vooraan. Wij waren één van de eerste groepen die plastics uit zetmeel ontwikkelden. Het afbreekbare plastic zakje rond de biologische aardappels in de supermarkt hebben wij ontwikkeld. En nu zijn we dan één van de meest gevorderde groepen ter wereld. We hebben onderzoekers uit Canada rondlopen, die kijken of ze bij ons iets kunnen opsteken.’
Als Wb op de vrijdagmiddag met Van Seventer spreekt, is een delegatie van het ministerie van Economische Zaken net vertrokken. De directeur is goedgemutst. Het gaat goed met zijn divisie, en de vraag naar groene technologie groeit. En dat komt, o paradox, onder meer door het beleid van George Bush. Je kunt veel over Bush zeggen, maar een bomenknuffelaar en een natuurvriend is hij niet.

Arabische olie
‘Voor Bush is milieu niet belangrijk’, zegt Van Seventer. ‘Het Kyotoprotocol heeft hij niet ondertekend. Bush maakt zich meer zorgen over de afhankelijkheid van de olie uit Arabische landen. Als het conflict in het Midden-Oosten uit de hand loopt, wordt die kwetsbaarheid de VS misschien fataal. Daarom is er onder zijn regering veel geld gepompt in wetenschappelijk onderzoek om uit de bladeren en stengels van maïs brandstoffen te halen. Voor ons onderzoeksveld is dat een stimulans geweest.’

‘We hebben onderzoekers uit Canada rondlopen die kijken of ze bij ons iets kunnen opsteken’
Van Seventers divisie werkt aan technologie die biomassa omzet in chemische grondstoffen en biologische brandstoffen. ‘Biomassa is wat er op de akkers overblijft als de boeren de belangrijke producten hebben geoogst’, zegt Van Seventer. ‘Maar biomassa is ook wat er als afval, pardon: restproduct, vrijkomt uit de voedingsindustrie. Vroeger verwerkten fabrikanten dat graag tot veevoer, maar dat is een aflopende zaak. De eisen waaraan het voer moet voldoen worden strikter en de veestapel slinkt.’
Toen de eerste proeven met biobrandstoffen begonnen, maakten onderzoekers alcohol van de suikerketens van granen en aardappels. Nu verschuift het accent in het onderzoek naar het kraken van de moeilijk afbreekbare en houtachtige vezels in de oneetbare delen van landbouwproducten. Vijfentwintig mensen binnen A&F werken aan dat onderzoek. Eenzelfde aantal onderzoekt of micro-organismen stoffen in biomassa kunnen omzetten in industriële grondstoffen, en nog eens vijfentwintig mensen onderzoeken of ze volledige nieuwe biomaterialen kunnen ontwikkelen op basis van biomassa.

Weekmakers
‘We zoeken in die projecten niet alleen naar technieken om op een groene manier producten te maken die er nu al zijn’, zegt Van Seventer. ‘Maar ook naar materialen die je nu niet op de markt vindt. Materialen met nieuwe eigenschappen, ja. We hebben bijvoorbeeld drogers voor verf ontwikkeld op basis van ijzer en vitamine C, en alternatieve weekmakers voor plastics.’
De laatste maanden zijn de ontwikkelingen in een stroomversnelling gekomen, vertelt de manager. Het ministerie van LNV, voor wie A&F’s onderzoek tot voor kort een beetje een ondergeschoven kindje was, ging op 19 december 2004 officieel overstag. Minister Cees Veerman stuurde toen zijn brief ‘Groeien in Concurrentie’ naar de Tweede Kamer, waarin hij vertelde waar de Nederlands landbouw naartoe moet. Eén van de punten die hij aansneed was het gebruik van landbouwresten als grondstof voor groene brand- en grondstoffen. Een taskforce van mensen van EZ, VROM en LNV moest de ontwikkeling van de Biobased Economy gaan stimuleren.
Krantencommentaren meldden het in een bijzinnetje, maar voor Van Seventer was het belangrijk nieuws. ‘Harriëte Bos en haar collega’s hebben vanaf de zomer van 2004 geprobeerd om Den Haag te vertellen waar we hier mee bezig zijn. Binnen een paar maanden heeft LNV daarop gereageerd en het beleid aangepast. Dat is snel.’ De verwachting is dat Veermans besluit een miljoenenimpuls voor het Wageningse onderzoek zal betekenen.

Aardgasfonds
Die impuls komt bovenop die van B-Basic, een project dat EZ betaalt met de opbrengsten van de verkoop van Nederlands aardgas. Het aardgasfonds is bedoeld om de economie op een hoger peil te helpen, en het ministerie besloot recent dat het tijd werd om een kleine zestig miljoen te steken in onderzoek naar brandstoffen op basis van biomassa. Een aanzienlijk deel van dat bedrag is in Wageningen terecht gekomen. Wageningse groepen, A&F voorop, hebben samen met onderzoekers van Delft en Groningen een consortium gevormd.
Niet alleen beleidsmakers maken zich druk over biobrandstoffen en het produceren van chemische grondstoffen uit agroproducten. Ook de grote bedrijven willen dat er op niet al te lange termijn alternatieven komen voor huidige brandstoffen en industriële grondstoffen op basis van aardolie. De prijs van aardolie stijgt onafgebroken, en een keerpunt is niet in zicht.
‘In de jaren zeventig en tachtig had je crises omdat de OPEC-landen de productie minderden’, zegt Van Seventer. ‘Toen had je een tijdelijke opleving van het besef dat we iets aan biobrandstoffen moesten doen, maar die verdween direct toen de olieproducerende landen de situatie normaliseerden. De stijging van de olieprijs van de laatste jaren is niet gecreëerd. De vraag overtreft op dit moment het aanbod. De krapte op de markt zal in de toekomst alleen nog maar toenemen.’ De bedrijven zijn zich daarvan bewust. Daarom doen Akzo, DSM en Shell mee met het B-Basic-consortium.

Kans
Als de voortekenen uit de Europese hoofdstad niet bedriegen, zal de wind die het Wageningse onderzoek naar biogrondstoffen in de zeilen heeft, nog verder in kracht toenemen. Ingewijden vertellen dat als in 2007 het omvangrijke Zevende Kaderprogramma van start gaat, Brussel het accent zal leggen op het gebruik van biomassa en biobased products.
De vooruitzichten voor Van Seventers groep, inclusief de partners binnen Wageningen Universiteit, zijn gunstig. ‘De buitenwereld zal hard aan ons gaan trekken’, aldus Van Seventer, die het erg jammer zou vinden als bestuurlijke beslommeringen een streep zouden zetten door Biobased Products. ‘Als dat gebeurt, dan mist Wageningen een geweldige kans.’

Willem Koert

Re:ageer